De watertoren anno 1950.
Twentse watertorens zijn doorgaans rond en gebouwd van baksteen. De markante Almelose toren is vierkant en van beton. Het is een rijksmonument. De toren is ruim 38 meter hoog. Het reservoir kan 750 kuub water bevatten. Het was destijds de grootste capaciteit van de Overijsselse watertorens. Bovenstaande foto is gemaakt omstreeks 1950.
De bouw van de watertoren in 1926
De betonnen functionalistische watertoren is in 1926, in opdracht van de Algemene Waterleiding Maatschappij Almelo, gebouwd naar een ontwerp van de architect G. Halbertsma en de ingenieur J. Buining.
Aannemer B. Stegehuis en Zoon voerde het werk uit. De toren is een kopie van een inmiddels afgebroken watertoren die in 1916 in Velsen (NH) is gebouwd. De watertoren is 38,1 meter hoog en heeft een betonnen reservoir met een inhoud van 750 kubieke meter. De vensteropeningen in de schacht zijn tijdens een restauratie in 1973 dicht gezet. Enkele jaren later is de blauw en grijze beschildering aangebracht om de vertikale geleding van de watertoren te benadrukken. De watertoren staat aan de Reggestraat midden in een woonwijk. Door het imposante voorkomen en zijn hoogte is het een beelbepalend gebouw in Almelo.
De watertoren maakt een dominante indruk in de Reggestraat.
De huidige eigenaar wil graag in de watertoren wonen. Dat vraagt om een ingrijpende verbouwing en aanpassing van de 38 meter hoge kolos. Dat alles binnen de regels van Monumentenzorg. Dat er al negen jaar niets gebeurt is de toren aan te zien. Het erfgoed aan de Reggestraat 7 verpaupert. Van onderhoud is geen sprake. De ‘wildernis’ aan de voet van de luchtreus groeit. Alg rukt op, zwarte aanslag ontsiert de gevels. Enig respect voor dit ooit zo trotse Almelose rijksmonument is op dit moment ver te zoeken.
De teloorgang vloekt met het mooie verleden van deze blikvanger. Het gebouw is alleen al uniek vanwege de bijzondere vormgeving.
De watertoren ligt er verlaten bij en het achterstallig onderhoud begint zich af e tekenen.
Omschrijving
Vanuit een vierkante plattegrond opgetrokken watertoren van gewapend beton met een hoge sokkel en taps toelopende schacht. De uitkragende bovenbouw van het reservoir wordt gedekt door een tentdak met leien.Een hardstenen trap van vijf treden leidt naar de dubbele opgeklampte deur in de sokkel van de voorgevel (O) aan de straat. Blauw geschilderde lijnen volgen de contouren van de rechthoekige spaarvelden tussen de lisenen van de schacht. De lisenen eindigen in betonnen kraagstukken onder de uitkragende bovenbouw met aan elke kant een driezijdig middenrisaliet. Het hoog opgaande risaliet van de voorgevel wordt gedekt door een schilddakje.
De vensterassen in de risalieten en in de gevelvlakken aan weerszijden zijn geaccentueerd door blauwe geschilderde vertikale lijnen. De smalle vierruits vensters hebben stalen kozijnen. Inwendig rust het betonnen reservoir op een betonskelet met in de schacht een betonnen trap over drie bouwlagen. Daarboven leiden twee stalen wenteltrappen langs het reservoir naar de zolder onder de houten kap.