De patronen van de Grolse want zijn ook bij deze sportvisser aan de gracht in Groenlo terug te vinden in de paraplu, trui, muts en sjaal.
Grolse wanten immaterieel erfgoed
De Grolse wanten stammen waarschijnlijk uit de 18e of 19e eeuw. Ze werden oorspronkelijk met de hand gebreid door vrouwen in en rond Groenlo, vaak in de wintermaanden wanneer er op het land weinig werk was. De wanten dienden als warme werkhandschoenen voor boeren, ambachtslieden en soldaten. Tijdens het Beleg van Grol door prins Frederik Hendrik in 1627 (tijdens de Tachtigjarige Oorlog) speelde Groenlo een belangrijke rol als vestingstad. Hoewel de wanten zelf pas later bekend werden, groeide hun symbolische waarde, ze staan voor Achterhoekse identiteit, trots en verbondenheid met de streek.
Een ambacht met geschiedenis
Rond 1900 had Groenlo zelfs een eigen Grolse wantenfabriek: de firma Heimans aan de Kevelderstraat. Vrouwen uit de omgeving breiden thuis voor de fabriek en leverden de wanten in tegen een kleine vergoeding. Hun vakmanschap leeft voort in de huidige breisters, al neemt hun aantal gestaag af.
De iconische Grolse want is echter nu terug in zijn oorspronkelijke vorm en gemaakt van pure wol. Dat heeft de Grolse Wanten Sociëteit bekendgemaakt tijdens de viering van haar 20-jarig jubileum. De terugkeer van de wollen want is onderdeel van een plan van de Sociëteit om het eeuwenoude streekproduct levend te houden.
De bekende blauwwitte wanten werden vooral van acryl gebreid betaalbaar, onderhoudsvriendelijk en toegankelijk voor een breed publiek. Maar voor liefhebbers van natuurlijke materialen komt daar nu een 100 procent wollen variant bij. De wol wordt volledig met de hand verwerkt. Van het spinnen en kleuren tot het breien van het eindproduct, de Grolse want.