KOETSHUIS DE TOL
Landgoed de Tol ligt aan de Hengelosestraat ten westen Enschede, tussen de Universiteit Twente en Golfclub Driene. De grond werd in 1831 aangekocht door de broers Gerrit Jan en Engelbarthus van Heek. Daarop lieten Gerrit Jans kleinzoon, de textielfabrikant N.G. (Gijs) van Heek HAzn (1875-1942) van Schuttersveld, en zijn echtgenote A.C. (Nan) ter Kuile (1876-1955), in 1906 een buitenhuis bouwen in gemengd ‘modern’ Engelse-classicistische stijl naar ontwerp van de architect Arend Beltman van Bureau G. Beltman (Enschede). In 1914 is het landhuis aan de achterzijde vergroot. Doordeweeks woonde het echtpaar in hun stadsvilla de Verrenhof, gelegen op hoek van de Hengelosestraat en de Deurningerstraat, links op de foto. (gesloopt omstreeks 1957).
Op enige afstand van De Tol bevindt zich het schilderachtige koetshuis – later de garage van de familie Van Heek – in English cottage style met rieten dak dat gebouwd is in 1910 en (evenals de naastgelegen boerderij) onder de gemeentelijke monumenten valt. Het exterieur biedt een feestelijke aanblik door de rijke detaillering. Hier is duidelijk niet op de kosten gelet. Opmerkelijk zijn bijvoorbeeld de roedeverdeling van de bovenlichten in een wiebertjespatroon en de grote, zware, houten schuifdeuren.
Het pand is inmiddels verbouwd tot questhouse voor de familie, maar bezit nog steeds de gebruikelijke driedelige plattegrond van het oorspronkelijke koetshuis: in het linker deel de paardenstal, in het midden een halletje met daarachter een smalle tuig- en zadelkamer, en rechts de grootste ruimte voor het stallen van de rijtuigen en, later, de automobielen. Dit laatste vertrek heeft rondom ramen, terwijl de paardenstal er slechts twee aan de kopse zijde van het gebouw heeft, dus volgens het conventionele model. Boven dit alles bevond zich, over de gehele lengte van het gebouw, een hooizolder. Die was in het begin waarschijnlijk van buiten slechts te bereiken via een ladder, maar al sinds heugenis zit er aan de korte zijde (op het NW) een trap. In 1987 is de kap vernieuwd en zijn hierin twee dakkapellen gezet

 

Ook het interieur bevat verrassingen: in de paardenstal bevinden zich nog originele tegelwanden met lichtblauwe tegeltje, twee ruiven waarin het hooi van bovenaf werd gegooid, en twee houten afscheidingen, waarvan één wordt bekroond door een sokkel met bol als verfraaiend element. In de hal staat nog steeds de oude waterpomp. In het zadelkamertje daarachter stonden ooit twee gehoute (d.w.z. zeggen beschilderd alsof het essenhout was) kasten met ruitjes waarin de hoofdstellen en bitten van de paarden werden bewaard. Verder kon men hier bokken met de zadels en whips vinden. Het hangkastje met medicijnen en vet voor de hoeven van de paarden hangt inmiddels aan een wand in de naastgelegen boerderij.
Opmerkelijke bouwonderdelen zijn de zware, industriële roldeuren tussen de vertrekken én het plafond in de garage, dat vermoedelijk gestut wordt door (weggewerkte) metalen H-balken, herinnerend aan fabrieksbouw. In deze laatste ruimte stonden nog tot in de jaren ’80 twee rijtuigjes: het vierwielige zgn. ‘Storkenwagentje’ voor 4 personen en een ‘Dog cart’ ofwel tweewielig rijtuigje met kap dat eigendom was geweest van G.J.P. van Heek uit Buurse (1866-1937), de broer van de stichter van het landgoed. Ook bevonden zich hier zgn. ‘appelkasten’ met zware deuren, waarin appels te drogen werden gelegd op houten roosters
Landgoed De Tol is overigens in 1980 in tweeën gesplitst. Het deel met de villa is thans in eigendom van de heer A. Wispels, terwijl het hierboven beschreven westelijker deel met het koetshuis – 35 hectare beslaand – toebehoord aan mevrouw C.A.A. Hooft Graafland-van Heek.