Het kanaal Almelo-Nordhorn ligt tussen de Nederlandse stad Almelo en de Duitse stad Nordhorn. Het kanaal wordt al sinds 1960 niet meer als scheepvaartroute gebruikt. Alleen aan de Duitse zijde is het kanaal voor kleine boten nog bevaarbaar. Er zijn fiets- en wandelroutes langs het kanaal. Je kunt het traject van Almelo richting Nordhorn volgen. Kanaal Route Op verschillende punten kom je langs monumentale bezienswaardigheden zoals het Schuivenhuisje een rijksmonument, de Koppelsluis bij Reutum een rijksmonument, bordjes met informatie over de geschiedenis (“Turfschip” route) etc.

Het Kanaal Almelo–Nordhorn begint in het centrum van Almelo, vlak bij waar ook het Overijssels Kanaal (richting Zwolle) begint.
Het beginpunt ligt ongeveer bij de Haven Zuidzijde / Sluis Almelo, ten zuiden van het station Almelo.

De eerste spade voor de aanleg van het kanaal ging in 1884 de grond in bij de sluis in Almelo. Het kanaal diende oorspronkelijk om turf en andere goederen uit het veengebied van Twente en Grafschaft Bentheim naar de stad Almelo te vervoeren. Door het hoogteverschil waren meerdere sluizen nodig en de eerste sluis lag dus meteen bij Almelo zelf.

Kunstwerken

Oorspronkelijk beschikte het kanaal over zes sluizen en tien ophaalbruggen, maar de meeste daarvan zijn niet behouden. Zo bevonden zich van oorsprong bij Almelo, Albergen en Reutum. De "Reutumse Sluis" een gekoppelde sluis met ijzeren ophaalbrug is een rijksmonument. Het terreingedeelte bij Reutum daalt met zo’n 6 meter vanaf dat punt. De sluis maakte het mogelijk om dat verschil over te komen.

De sluis heeft twee kolken (vandaar “koppelsluis” / “trapsluis”) Er was ook een hefbrug voor wegverkeer bij de sluis. De sluis is gesloten voor scheepvaart; hij wordt niet meer gebruikt om schepen te schutten. Sommige onderdelen (zoals brugwachtershuisjes) zijn verdwenen of gewijzigd.

Bijvoorbeeld, het brugwachtershuisje bij Reutum was er vroeger, maar is niet meer intact in oorspronkelijke vorm. De koppelsluis is deel van het water- en cultuurhistorisch erfgoed langs het kanaal. Het laat zien hoe men in de late 19e eeuw technische oplossingen bouwde om hoogteverschillen te overbruggen.

In Volthe, ten noordwesten van Denekamp, staat het monumentale schuivenhuisje een rijksmonument, waar de rivier de Dinkel het kanaal kruist. Het huisje heeft een lengte van ongeveer vijftien meter, is anderhalve meter breed en ongeveer drie meter hoog.

Het Schuivenhuisje werd gebouwd in 1887, toen de scheepvaart op het Almelo-Nordhorn kanaal nog groeiende was. Door het ophalen van de stalen schuiven werd de waterstand vanuit de Dinkel op peil gehouden, waardoor het kanaal ook in droge zomers niet droog kwam te staan. Toen in 1960 het kanaal Almelo-Nordhorn werd afgesloten voor scheepvaart, verloor het Schuivenhuisje zijn functie.

In 2005 besloot het Waterschap Regge en Dinkel in samenwerking met onder andere de gemeente Dinkelland, provincie Overijssel en de Regio Twente het Schuivenhuisje grondig te restaureren. De totale kosten voor deze restauratie werden beraamd op € 1.089.528.

Het Schuivenhuisje kreeg landelijke bekendheid door een reclamespot van de Twentse beschuitbakkerij Bolletje.

 

Het schuivenhuisje gezien vanaf de Dinkel

Vlak bij de Nederlands-Duitse grens ligt de sluis Frensdorfer Haar, de enige sluis aan Duitse zijde. In Nordhorn bevindt zich de Klukkert-Hafen. Bij Nordhorn is het Almelo-Nordhornkanaal verbonden met de Vecht en via een verbindingskanaal aangesloten op het Eems-Vechtkanaal.

Geschiedenis

Het 37,6 kilometer lange kanaal, dat bij benadering 200.000 m³ water kan bevatten, had oorspronkelijk een breedte van 13,9 meter aan de oppervlakte en 7,5 meter op de bodem. Bij Almelo ligt het kanaal op een hoogte van tien meter boven NAP, bij de grens met Duitsland ligt het op 21,5 meter boven NAP.

Het kanaal Almelo-Nordhorn werd gegraven aan het eind van de 19e eeuw. Het kanaalvak van Almelo tot de grens bij Denekamp werd in 1889 in gebruik genomen. Het laatste gedeelte, de verbinding met het Eems-Vechtkanaal in Nordhorn, kwam gereed in 1902. Aanleiding van de aanleg was een verdrag tussen de Nederlandse en Pruisische regering uit 1876, dat gesloten werd omdat men hoge verwachtingen had van verbindingen tussen waterwegen in Duitsland en Nederland. Tot drukke scheepvaart kwam het niet, omdat bij de voltooiing van het kanaal de schepen al te groot waren voor het ondiepe water. In het topjaar 1912 telden de sluiswachters nog geen vijfhonderd schepen, minder dan twee per dag. Dit aantal nam nog verder af na de opening van het Twentekanaal. In 1960 voer het laatste (turf-)schip door het kanaal.

Huidige

Sinds de sluiting voor de scheepvaart in 1960 heeft het kanaal zich tot een natuurgebied ontwikkeld met vele soorten bloemen, vissen en vogels. De laatste jaren zijn er plannen om (een deel van) het kanaal geschikt te maken voor de grensoverschrijdende recreatievaart. Er is kritiek op deze plannen vanwege het risico op verlies van natuurwaarden.

Daarnaast kan het kanaal beschouwd worden als een industrieel monument uit de tweede helft van de 19e eeuw. Zijn vormgeving is sinds 1886 grotendeels ongewijzigd gebleven.

Aan het oosteinde van het kanaal te Nordhorn werd na restauratie in 2006 de kleine binnenhaven Nino-Klukkerthafen voor scheepvaart door kleine vrachtschepen vrijgegeven. De Nino-Klukkerthafen is een historische binnenhaven in Nordhorn, Duitsland, aan het Nordhorn-Almelo-Kanal, die vroeger een belangrijk overslagpunt was voor de textielindustrie. Na jaren gesloten te zijn geweest, werd de haven in 2006 opnieuw opengesteld voor kleine vrachtschepen en dient het nu ook als industrieel monument en natuurgebied. Het nabijgelegen NINO Hochbau-gebouw, een voormalige textielfabriek, herbergt tegenwoordig het Stadsmuseum Nordhorn.

Langs het Almelo-Nordhorn kanaal bevinden zich verschillende bezienswaardigheden zoals bijvoorbeeld; Landgoed Singraven, het Schuivenhuisje, Huize Almelo, deze zijn met de fietsroute Almelo Nordhorn: https://almelo-nordhorn.nl/ te bezoeken.

 

 

 

 

Video het Schuivenhuisje, Almelo-Nordhorn kanaal. Bron: John Haverkamp.