De SYNAGOGE,

samen met de voormalige Joodse SCHOOL en twee WONINGEN in één bouwvolume, is in 1927-1928 gebouwd in opdracht van de Nederlandse Israëlitische Gemeente te Enschede met financiële steun van de textielfabrikant S.N. Menko. Het gebouw vertoont invloed van de oriëntaalse stijl die vanaf 1850 bij de bouw van synagogen in zwang was. Het ontwerp van de architecten A.P. Smits en C. van de Linde uit Aerdenhout is gebaseerd op een plan van K.P.C. de Bazel uit 1918 voor een synagoge in de Stadsgravenstraat in het centrum van de stad.
Het ontwerp van De Bazel is vrijwel letterlijk overgenomen en is uitgebreid met een Joodse school met onderwijzerswoning en een woning voor de rabbijn. De aannemers J.H. Thomasson en W.A. Thomasson uit Enschede voerden het werk uit. De indeling van het pand is vrijwel ongewijzigd, het interieur van de school, de feestzaal en de woningen is gemoderniseerd maar bevatten nog oorspronkelijke onderdelen als tegelvloeren, ingebouwde kasten etc. In de voormalige Joodse school is een peuterspeelzaal ondergebracht, de beide woningen zijn aan derden verhuurd. De synagoge staat in de villawijk De Stadsmaten, de voormalige stadsweide, waarvoor in 1907 een uitbreidingsplan is gemaakt. Voor de woningen langs de Prinsestraat een gemetselde erfscheiding met smeedijzeren hek.
Groot samengesteld bouwvolume met aan weerszijden van de centraal gelegen synagoge, de school en de schoolmeesterswoning (Z) en de woning van de rabbijn (N). Het gebouw staat met de voorgevel (O) aan de straat. De gevels zijn boven een trasraam van grote Utrechtse klinkers opgetrokken in geelgrijze waalklinkers. Het meanderende decoratieve siermetselwerk boven vensters, deuren en onder de dakranden is uitgevoerd in een donkerbruine baksteen. De onderdorpels van de vensters en de dekstukken langs de dakranden zijn vervaardigd uit basaltlava. De hoge GEBEDSRUIMTE op vierkante plattegrond onder een twaalfzijdig met koper bekleed koepeldak vormt het centrum van het gebouw. De gevels van de gebedsruimte zijn drie traveeën breed met in elke travee drie vensters. De uitgemetselde hoeklisenen van de tot in het dakschild opgaande middentraveeën worden bekroond door natuurstenen granaatappelen. Tegen de noordgevel de aanbouw met de vrouwengalerij. De hoofdentree tot de synagoge bevindt zich in een laag portaal onder plat dak tegen de oostgevel (O) van de gebedsruimte. Een trap van zes treden leidt naar het portiek met dubbele paneeldeur ter hoogte van het trasraam. Het portaal wordt geflankeerd door de uitgebouwde bestuurskamer (links) en dagsynagoge (rechts) met afgesnoten hoeken onder koperen koepeldaken. Aan weerszijden van deze vertrekken de zij-ingangen (links voor de mannen en rechts voor de vrouwen) met dubbele paneeldeuren in portieken met rondboog en tongewelf. De rechtgesloten vensters met bovenlicht op de begane grond en bovenin de gebedsruimte zijn evenals de roosvensters in de koepel voorzien van gekleurde glas-in-loodramen. De achtergevel (W) van de gebedsruimte heeft twee uitgangen met dubbele paneeldeuren. De samengestelde vensterpartijen in de achtergevel zijn voorzien van glas-in-loodramen.
De SCHOOL ANNEX WONING aan de zuidkant van de synagoge heeft twee bouwlagen onder een plat dak. Het bouwvolume bestaat uit onregelmatig gerangschikte blokvormige onderdelen van verschillende hoogte.
De entree tot de school bevindt zich in de voorgevel (O) in een uitgebouwd portiek met rondbogen onder een torentje met uurwerk en koepeldakje. De samengestelde kozijnen bestaan elk uit drie vensters met bovenlicht. In het terug gelegen deel van de linker zijgevel (Z) een portiek met de ingang van de woning. Verder in deze gevel de samengestelde vensters van de tweeklassige school op de begane grond en de feestzaal op de verdieping. Tegen de achtergevel (W) leidt een gemetselde buitentrap naar een dubbele paneeldeur op de verdieping. De overige vensters in deze vleugel zijn eenvoudig recht gesloten.
De WONING VAN DE RABBIJN aan de noordzijde van de synagoge is samengesteld uit blokvormige plat afgedekte onderdelen van respectievelijk één, twee en drie bouwlagen. De ingang van het huis bevindt zich in een portiek onder rondboog in de voorgevel (O). Rechts van de entree in het gedeelte van twee bouwlagen vensters met samengesteld kozijn.

De grote gebedsruimte verkeert in geheel oorspronkelijke staat met onder meer de centraal geplaatste houten bima, de houten ark in de zuidwand en de houten banken. De wanden en het gewelf van de synagoge zijn uitgevoerd in ruwe blauwpleister. In het koepelgewelf zijn de symbolen van de twaalf stammen van Israël afgebeeld. In de dag synagoge en de bestuurskamer zijn de oorspronkelijke lambrisering en de meubels nog aanwezig.

Bijzondere aandacht verdienen de oorspronkelijke verlichtingsarmaturen in het gehele gebouw. De gang en het voorportaal van de synagoge hebben een wit marmeren vloer en dito lambrizering met zwart marmeren banden en dekstukken. De wanden van de vestiaires, trappenhuizen en toiletgroepen zijn voorzien van tegel lambriseringen. In de daklichten boven de halletjes achter de zijingangen glas-in-loodramen.