Rijksmuseum Twente
Gebouwd in 1929 naar een ontwerp in traditionele stijl van de architecten K. Muller en A.K. Beudt. Initiatiefnemer tot de bouw en stichting van dit museum was de heer J.B. van Heek, die echter in 1923 overleed. Ter nagedachtenis besloot de familie het plan toch doorgang te laten vinden. J.H. van Heek nam toen de organisatie op zich en werd de eerste directeur. J.J. van Deinse vriend van J.B., van Heek, de eerste conservator.
Het RIJKSMUSEUM TWENTE is gebouwd in 1929 naar een ontwerp in traditionalistische stijl van de architecten K. Muller en A.K. Beudt. De vormgeving van het zeshoekige gebouw rond een grote binnenplaats met een poortachtige entree aan de Lasondersingel lijkt geïnspireerd op kastelen.
Het initiatief tot oprichting van het museum was afkomstig van J.B. van Heek die echter voordat de plannen vaste vormen aannamen in 1923 overleed. Ter nagedachtenis aan J.B. van Heek besloot de familie het plan toch doorgang te laten vinden.
J.H. van Heek nam de organisatie op zich en was tot vlak voor zijn dood in 1957 directeur van het museum. De uitbreiding uit 1938, aan de noordkant van het oorspronkelijke gebouw, het los hoes "Groot Bavel" en de kantooruitbreiding uit de jaren 1970 aan de oostkant zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang. In 1996 is met name het oostelijke (1938) gedeelte gewijzigd, doordat de binnenplaats van dit deel is overkapt.
Ook is aan de grote binnenplaats een nieuw bouwdeel gezet; daarbij is de oostelijke arm van het oorspronkelijke gedeelte vrijwel ongemoeid gelaten. De buitenruimte voor de hoofdentree, aan de straat, en de binnentuin zijn heringericht. Aan het oorspronkelijke gedeelte uit 1929 zijn enkele wijzigingen aangebracht: de galerijen aan de binnenplaats zijn dichtgezet met glas; ook zijn aan de binnenplaats in het hogere gedeelte in de oostelijke hoek de verdiepingsramen dichtgezet en is op de begane grond de centrale ruit gewijzigd.
Het gebouw staat aan de Lasondersingel op de hoek met de Blijdensteinstraat schuin tegenover de Lasonderkerk, eveneens een rijksmonument. 
Omschrijving van het Rijksmuseum Twente.
De vleugels van het gebouw zijn in een zeshoek rond een binnenplaats gegroepeerd. De gevels zijn opgetrokken in bruine machinale baksteen. De schild- en zadeldaken zijn gedekt met rode en grijze Hollandse pannen en voorzien van kleine dakkapelletjes en pironnen op de nok. De hoofdentree van het museum bevindt zich in het ten opzichte van de Lasondersingel dwars geplaatste bouwdeel van twee bouwlagen met de zeskantige hoektorens.

Het onderste gedeelte van de symmetrische voorgevel is sterk horizontaal geleed door de zware plint van Bentheimer zandsteen, de speklagen en de doorlopende wisseldorpel van de begane grondvensters. De entree bevindt zich in het midden van de gevel in een portiek onder segmentboog met een natuurstenen lijst. De vensters met glas-in-loodramen hebben een natuurstenen kozijn en zijn op de begane grond in de torens uitgevoerd met bovenlicht en aan weerszijden van de entree als kruisvenster. Tegen de achtergevel van dit bouwdeel aan de binnenplaats een driezijdig risaliet onder schilddak met een centrale uitgang naar de binnenplaats. Op de nok van het steile schilddak een dakruiter onder peervormig dakje.

De lange L-vormige vleugels langs de Lasondersingel en de Blijdensteinstraat hebben één bouwlaag onder zadeldaken met in hoogte verschillende noklijnen. Ook de gevels van de verschillende zalen in de vleugels verspringen ten opzichte van elkaar. Hierdoor is de indeling van het interieur aan het exterieur af te lezen. In de gevel langs de Lasondersingel over het algemeen kruisvensters, deels met luiken. De gevel van de zaal voor kerkelijke kunst is drie traveëen breed met spitsboogvensters en geveltoppen onder steekkappen. Aan de binnenplaatszijde bevindt zich in de oksel van de L-vormige vleugel een torentje en aan weerszijden een arcade onder aankapping. De verspringende gevel langs de Blijdensteinlaan is nagenoeg blind met boogfriezen. Direct links naast de entree bevindt zich het gedeelte waar oorspronkelijk een woning was ondergebracht. De ingang onder een afdakje op kolommen is nog aanwezig. 

De entreepartij vindt zijn echo in de gevel aan de binnenplaats recht tegenover. Ook dit gedeelte heeft twee bouwlagen onder een steil schilddak en aan weerszijden twee torens.

Waardering

Het Rijksmuseum Twente is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege;

- de relatie met de Enschedese textielfamilie Van Heek die het museum heeft gesticht 

- het bijzondere op kastelen geïnspireerde ontwerp van de architecten K. Muller en A.K. Beudt

- de redelijke mate van uitwendige gaafheid van het gebouw

- de beeldbepalende situering aan de Lasondersingel tegenover de Lasonderkerk, op de kruising met de Blijdensteinlaan 

Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed. [2015]

Architect Karel Joan Muller
Het Rijksmuseum Twente aan de Lasondersingel 129 werd in 1929-1930 in opdracht van de familie Van Heek ontworpen, ter herinnering aan J.B. van Heek, wiens kunstverzameling in het gebouw werd ondergebracht. In 1930 volgde de overdracht van het museum aan het Rijk. Het pand vormt een gesloten bouwblok met gerende gevels op symmetrische plattegrond en een overhoeks geplaatste entreepartij met een stijl schilddak, geflankeerd door zeszijdige hoektorens. De entree zelf heeft een halfrond bovenlicht in een rondboog portiek versierd met zandstenen blokken. In 1937 kwam naar plannen van A.K. Beudt een uitbreiding tot stand aan de Vluchtestraat. In 1953 volgde een verdere uitbreiding waardoor een tweede binnenplaats ontstond. Aan de Borgerstraat kwam er in 1978-1979 een uitbreiding in structuralistische vormen naar plannen van J. Cannegieter en in 1995-1996 volgden een inwendige verbouwing en een overkapping van de tweede binnenplaats door B.F. van Berkel. Voor de in 1995 geheel vervallen binnentuin werd een nieuw ontwerp gemaakt door tuinarchitect Baljon. 
Biografie Karel Joan Muller
Karel Joan Muller (Amsterdam, 20 januari 1857 - Hengelo (Overijssel), 25 mei 1942) was een Nederlands architect. Hij ontwierp vooral gebouwen in Amsterdam en in Twente en verwierf landelijke bekendheid door zijn ontwerpen voor Tuindorp 't Lansink in Hengelo.
Levensloop
Muller genoot zijn opleiding van 1876 tot 1882 aan de Polytechnische school in Hannover. Daarna richtte hij in Amsterdam een bureau op met zijn broer Hendrik Clemens en zijn studiegenoot Jonas Ingenohl. Ze waren zeer actief binnen het genootschap Architectura et Amicitia; Muller was 36 jaar lid. Toen twee van zijn zussen trouwden met mannen uit de familie Gelderman, ging Muller rond de eeuwwisseling meer in Twente werken. Hij trouwde met Lily Hubbard. Hij was bevriend met tuin- en landschapsarchitect Leonard Springer.
Qua bouwkunst neigt Muller naar de Klassieke bouwkunst en de Hollandse renaissance stijl. Hij wordt wel eens "de vader van de Twentse landhuizen" genoemd.
In 1906 werd Muller benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
 
Bronnen:
Architectuur centrum
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Nederlands Architectuur Instituut
Wikipedia