Op het [niet beschermde] landgoed Hof Espelo ligt het landhuis dat gebowd is in 1927 naar een ontwerp van de architecten Van der Groot en Kruisweg. Cornelis Jacobus Kruisweg (4 januari 1868 - Bussum, 2 oktober 1952) was een Nederlands architect. Hij werkte sinds 1894 samen met de Hengelose architect J. van der Goot. Ze waren de vaste architecten van de Koninklijke Weefgoederenfabriek Stork en de Nederlandse Katoenspinnerij, beide in Hengelo. Naast zijn werk als architect had Kruisweg enkele bestuurlijke functies in de bouwkunde en schreef een aantal bouwkunde-gerelateerde essays. Tevens was hij wethouder in Bussum en een van de oprichters van de Gooische Hoogere Burgerschool aldaar. Cornelis Kruisweg ligt begraven op de Algemene Begraafplaats Bussum.
Het pand is uitgevoerd in traditionalistische stijl met enkele architectonische details in de Amsterdamse School.
Het landhuis Hof Espelo is een Rijksmonument.
Het dak is voorzien van een klokkentoren. 
Hof Espelo is een landgoed dat ten noordwesten van Enschede en ten zuidoosten van Hengelo gelegen is. Hof Espelo wordt doorsneden door twee beken: de Leutinkbeek en de Eschbeek. Tegenwoordig staan op het landgoed nog zeven boerderijen en een voormalig koetshuis. Ook het landhuis wordt nog bewoond.
Geschiedenis
Hof Espelo werd voor het eerst genoemd in een bul van paus Innocentius III, toen het op 28 mei 1215 tot de goederen van de proosdij van het kapittel van Sint-Pieter te Utrecht behoorde. Sinds 1778 was Gabriël Davina eigenaar van het landhuis, maar het landgoed bleef eigendom van de Katholieke Kerk. De hofmeier-rentmeester zetelde eeuwenlang op Hof Espelo, terwijl hij het beheer voerde over alle goederen van het kapittel in Twente en de graafschap Bentheim. Jaarlijks kwamen de hofhorigen op 17 september bijeen om hun pacht te voldoen en om de voorlezing van hun plichten door de hofmeier aan te horen. In 1887 kocht de familie Cromhoff Hof Espelo van de erven van de kleinzoon van Davina. In de Tweede Wereldoorlog maakte Hof Espelo deel uit van vliegveld Twente. De Duitsers legden op het landgoed rolbanen aan om hun vliegtuigen in het bos te kunnen verstoppen, afgedekt met netten. De rolbanen waren omringd door wallen, die nog steeds te zien zijn. De familie Breuning ten Cate werd na de oorlog eigenaar van het landgoed. Hof Espelo is sinds oktober 1984 in handen van Landschap Overijssel.