Bijzonder mooi op het bosrijke landgoed het Smalenbroek gelegen, in zijn huidige vorm overwegend 18e-eeuws (jaartalsteen 1762) en later (XIX-XX), doch in aanleg vermoedelijk ouder boerderijcomplex,
bestaande uit grote boerderij met in XXa uitgebreide aangebouwde bovenkamer, grote in aanleg eveneens nog 18e-eeuwse schuur en stookhok (XIX B).
Van 1894 tot 1981 is het Smalenbroek, dat als erf reeds in 1346 wordt genoemd, bezit geweest van de Enschedese fabrikantenfamilie Ter Kuile. Eerste eigenaar M.E. ter Kuile gaf omstreeks de eeuwwisseling opdracht tot bebossing (Nederlandse Heidemij) en de aanleg van een park met vijver in landschappelijke stijl (P.H. Wattez, ca. 1900); in XXa liet hij het aangebouwde bovenhuis uitbreiden. In
tegenstelling tot de voor Twente karakteristieke 19e-eeuwse buitenplaatsontwikkeling, bestaande uit de trits boerderij met herenkamer of theekoepel, en (fabrikanten)villa in parkachtige aanleg, heeft het
Smalenbroek, tot de bouw van het huidige landhuis in 1958, nooit een apart woonhuis gekend.
(Sinds 1981 is het landgoed in handen van de Stichting Het Overijsselsche Landschap). Boerderij.
De in aanleg vermoedelijk oudere, maar in haar huidige vorm overwegend 18e-eeuwse (1764) en later (XIX-XX) boerderij met middenlangsdeel is opgetrokken uit baksteen op plint van Bentheimer
zandsteen en wordt gedekt door een met Hollandse pannen belegd zadeldak tussen met hout beschoten puntgevels; windveren met stiepelteken; houten respectievelijk bakstenen waterlijst op de
overgang van houtbeschot naar muurwerk.
De voorgevel is uitgerust met twee opgeklampte deuren met 16-ruits bovenlicht, terzijde waarvan respectievelijk een en twee schuiframen met vast kalf (16-ruits beneden- en bovenlicht) met luiken; 1,5
steens strekken; het woongedeelte is aan de linkerzijde in dezelfde vormgeving doorgetrokken (bovenhuis ?), welk deel is onderkelderd en wordt gedekt door een eveneens met Hollandse pannen
belegd zadeldak met bakstenen puntgevel met windveren en staafankers; opgeklampte strokendeur met 12-ruits bovenlicht, terzijde waarvan een respectievelijk twee schuiframen met vast kalf (16-ruits
beneden- en 12-ruits bovenlicht) en opgeklampte luiken; l,5 steens strekken; in de geveltop 12-ruits raam waarboven 1,5 steens strekken.
Van het bedrijfsgedeelte is alleen de achtergevel nog grotendeels oorspronkelijk; deze is uitgerust met hoge niendeuren met kleine deur gevat in termijnboog, terzijde waarvan respectievelijk
rondboogvenster met gietijzeren tracering en iets lagere niendeuren onder termijnboog, en dito venster en staldeur onder termijnboog; de bogen verlevendigd door blokken Bentheimer zandsteen;
bakstenen zaagtandlijst; staafankers.
De in 1781 te rechterzijde aangebouwde bovenkamer is eveneens opgetrokken uit baksteen op plint van Bentheimer zandsteen en gedekt door een met Hollandse pannen gedekt zadeldak tegen een met
hout beschoten topgevel; eenvoudig geprofileerde houten waterlijst; twee schoorstenen en latere (XXa ?) houten overhuiving voor klokje. De voorgevel uitgerust met opgeklampte deur met 16-ruits bovenlicht, gevat in aardige omlijsting met
verkropt hoofdgestel, terzijde waarvan respectievelijk een schuifraam met vast kalf (16-ruits onder- en bovenlicht) met opgeklampte luiken en 1,5-steens strekken, en een dito raam waarnaast en op
geprofileerde houten consoles rustend met dakpannen gedekt driehoekig erkertje; de zijgevel heeft een uitgemetseld rookkanaal, vermoedelijk aangebracht bij gelegenheid van de ingebruikname als
herenkamer (XIXd); te weerszijden schuiframen met luiken en hanekammen als in de voorgevel.
De uit XXa daterende aanbouw haaks op de bovenkamer is eveneens opgetrokken uit baksteen op plint van Bentheimer zandsteen en wordt gedekt door een driezijdig met Hollandse pannen belegd
schilddak met wolfeind; de zijgevel is uitgerust met een opgeklampte deur met 16-ruits bovenlicht, terzijde waarvan twee vensters als van de aangrenzende bovenkamer; staafankers; in de achtergevel
beganegronds drie dito schuiframen met luiken en hanekammen en op de verdieping een samengesteld raam geflankeerd door twee smalle ramen (alle met roedenverdeling en oorspronkelijk
met luiken); staafankers. Schuur en stookhok.
Op het erf groten driebeukige schuur (met in aanleg wellicht nog 18e-eeuws of ouder ankerbalkgebintstelsel), opgetrokken uit hout en gedekt door een met Hollandse pannen belegd schilddak; windveren; raam- en deuropeningen van verschillende afmeting en detaillering. Opvallend zijn de even opgetilde zijbeuken of kubbingen.
Eveneens op het erf een stookhok (XIX A of ouder ?) met aan een zijde een jongere (XXa ?) kubbing ten behoeve van veestalling, dat is opgetrokken uit baksteen (gedeeltelijk op plint van Bentheimer zandsteen) en wordt gedekt door een met Hollandse pannen belegd zadeldak tussen met hout beschoten topgevels waarlangs windveren; de raam- en deuropeningen zijn van verschillende datum; de vormgeving is ten dele niet oorspronkelijk. In aanleg wellicht ouder, maar wat betreft zijn huidige vormgeving overwegend 18e-eeuws en later (XIX-XX) te dateren boerderijcomplex, geheten Erve het Smalenbroek, bestaande uit hoofdgebouw met aangebouwde en later tot herenkamer verbouwde
bovenkamer, grote driebeukige schuur en stookhok en zeer mooi gelegen op een halfopen agrarisch en halfbebost terrein dat deel uitmaakt van het landgoed 'Het Smalenbroek'; het complex is enerzijds
van belang vanwege de omschreven architectuurhistorische kwaliteiten van zowel de afzonderlijke onderdelen als het geheel, anderzijds vanwege de cultuurhistorische betekenis die aan het complex
moet worden toegekend om zijn deel in de voor Twente zo karakteristieke ontwikkeling van de zogenoemde fabrikantenbuitenplaats, welke in dit geval bestaat uit de combinatie van landgoed met parkachtige aanleg, agrarisch bedrijf en tot herenkamer getransformeerde aangebouwde bovenkamer.
(bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)