De eerste Enschedese parochiekerk sinds de Reformatie verrees op de Oude Markt in 1842. Dit neoclassicistische gebouw, ontworpen door Christiaan Kramm, werd tijdens de stadsbrand in 1862 verwoest en in 1863 vervangen door een neogotische kerk naar ontwerp van H.J. van den Brink. Deze kerk was in de jaren twintig aan vervanging toe. In 1931 kregen architecten H.W. Valk en J.H. Sluijmer de opdracht samen een nieuwe kerk te ontwerpen. Onbekend is welk aandeel elke architect had in het ontwerp. Van de nieuwe kerk werd de eerste steen gelegd door pastoor W.A. Rademaker op 25 juli 1932, het feest van Sint Jakobus de Meerdere.

De Neo Gotische kerk naar een ontwerp van H.J. van den Brink. In de jaren twintig is deze kerk gesloopt en vervangen door de huidige kerk.

 

De Neo Gotische kerk gezien vanaf de oude markt richting Langestraat. Naast de kerk staat de pastorie die nog altijd in gebruik is.

 

 

Historisch overzicht Jacobuskerk Oude Markt Enschede
In 1931 kregen de architecten H.W. Valk en J.M. Sluymer de opdracht een R.K. KERK (St. Jacobus de Meerdere) te ontwerpen. Op de locatie aan de zuidkant van de Grote Markt stond eerder de gelijknamige kerk uit 1841/2 naar ontwerp van Kram. Deze kerk brandde af in de stadsbrand van 1862. In 1863 werd naar ontwerp van Van de(n) Brink een neo-gotische driebeukige basiliek gebouwd. Deze St. Jacobuskerk was in de jaren '20 aan vervanging toe. De opdracht schreef een centraalbouw met koepels voor met het altaar onder de achterste twee koepels, zodat de gemeente van drie kanten zicht zou hebben op het altaar. De keuze voor de gebruikte kerktypologie en bouwstijl kan gezien worden in het licht van de ontevredenheid over het niveau van de kerkenbouw in de jaren twintig en de te sterke stijlinvloed van de gotiek. Dat gekozen werd voor een centraliserende plattegrond was het gevolg van de liturgische vernieuwingsbeweging die streefde naar actievere deelname van de kerkgangers aan de mis waartoe een overzichtelijker ruimtetype nodig was.
Architectonisch is de kerk in neo-romaanse stijl uitgevoerd, zij het met gebruik van spitsbogen, de ruimtewerking doet byzantijns aan. Aannemer was G. Ribberink uit Hengelo. De eerste steen is gelegd door pastoor W.A. Rademaker op het feest van St. Jacobus, 25-7-1932. De consecratie geschiedde op 29-6-1933 door de aartsbisschop van Utrecht, mgr. J.H.G. Jansen. De torenklokken dateren van 1958.
 
Omschrijving
Centraalbouw kerk met dubbele koepel op T-vormige plattegrond opgetrokken in handgevormde kloostermoppen. De koepels zijn met koper bekleed. Constructief extra belaste onderdelen zijn in tufsteen uitgevoerd. De entree met narthex staat als een vlak en gesloten bouwlichaam voor de eigenlijke kerk. Aan het bouwvolume achter de entree met narthex is duidelijk de opbouw van de kerk af te lezen. Deze bestaat uit twee hoofdkoepels, de transeptarmen en de halve koepels. Het aanzicht vanaf de Walstraat geeft dan ook een heel ander beeld dan vanaf de Markt. De geometrisch gelede voorgevel (O) is horizontaal in drieën gedeeld. De entree gaat schuil achter een galerij van zeven rondbogen. Daarboven drie roosvensters met geometrische roedenverdeling en glas-in-lood. Boven het middelste venster een topgeveltje met natuurstenen deklijst, bekroond met een kruis, boven het rechter een attiek met drie ronde gaten, bekroond door een koepeldak met kruis.
Links boven het roosvenster, de klokketoren met een rond galmgat en eenzelfde beëindiging als rechts. De koepeltrommels hebben eveneens een attiekzone met ronde vensters. De geveltoppen van de transepten hebben natuurstenen deklijsten bekroond met een kruis.
Het interieur is uitgevoerd in schoon metselwerk. De grote koepel boven het schip heeft een meloengewelf met graten die via een dubbel trompenstelsel op zes kolommen rust. Deze zijn om en om gemetseld in bak- en tufsteen en met elkaar verbonden door spitsbogen met kralen. In de koepel ronde vensters met glas-in-lood. De zeshoek van de grote koepel is ingeschreven in een rechthoek. De vier restruimten zijn overwelfd door 3/6de gesloten meloengewelven met dubbele graten. De kleinere koepel boven het koor is hetzelfde uitgevoerd als de grote koepel maar rust op vier kolommen.
De transeptarmen aan weerszijden van het koor tellen drie traveeën onder kruisgewelven. In de kopgevels rozetramen met glas-in-lood. Langs schip en transeptarmen lopen zijbeuken. Trompen en graten hebben tufstenen aanzetstenen.
Het originele bankenplan met banken is bewaard. Het altaar is in 1963 vervangen. Links achter in het schip een piéta (1933) van Mari Andriessen, de kruiswegstaties van gebakken klei zijn van Charles Eijck. De calvariegroep van Leo Brom is een restant van het oorspronkelijke altaar. Het H. Hart altaar uit 1934 van Joep Nicolas van opaline-glas is Sacramentsaltaar geworden. De zilveren adviseursketen van mgr. dr. A. Ariëns wordt in een reliekhouder van W. Fitzthum bewaard.
Waardering
St. Jacobuskerk van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege:
- de bouwgeschiedenis van de locatie.
- de kwaliteit van het ontwerp en de bouwstijl waarin het is uitgevoerd.
- de exemplarische kwaliteit van de kerk, zowel in het oeuvre van Valk en Sluymer, als voor de omwenteling in de katholieke liturgie in de jaren '20.
- de sterk beeldbepalende ligging zowel aan de Grote Markt als aan de Walstraat.
- de gaafheid van het ex- en interieur.
Bron: Rijksdienst voor cultuur.
 

HET EXTERIEUR VAN DE JACOBUS DE MEERDERE KERK.

 

Impressie van Jacobuskerk van architect Johan Sluymer

 
In de Jacobuskerk is het verdwalen in verhalen aan de hand van Joop van der Woning. Mannen van naam, dertigers toen, lieten er tachtig jaar geleden hun beelden achter of brandschilderden ramen. Koster Joop weet
hoe en waarom.
Lees hier meer over de beelden van de Jacobuskerk
Jacobus 1
Jacobus 2 
 
HET INTERIEUR VAN DE KERK
De St. Jacobuskerk te Enschede is na een anderhalf jaar durende restauratie in mei 2011 opgeleverd.
Grote delen van het koperen dak zijn vervangen, muren hersteld en al het glas in lood is gerestaureerd.

Restauratie Jacobus de Meerdere Kerk