Watertoren Landgoed Twickel, Delden.

De watertoren van Twickel, een geval apart
De watertoren van Twickel, eigendom van Vitens, is met zijn hoogte van 37,5 meter en waterreservoir van 200m3 nog altijd in gebruik. Het moderne pompstation naast de toren doet het eigenlijke werk en zorgt voor de druk op de waterleiding van minimaal 1,5 bar, maar in tijden van nood kan de watertoren nog dienst doen.
Het is een toren met een interessante voorgeschiedenis. In de 19e eeuw kwam men tot het besef dat gevaarlijke ziektes zoals cholera, pokken en tyfus in verband stonden met verontreinigingen in het drinkwater. De eigenaren van Twickel lieten van af 1845 verschillende malen een boring uitvoeren om zuiver drinkwater te vinden. In 1886 liet baron Rudolph van Heeckeren zelfs boren tot een diepte van meer dan 500 meter, maar het water dat werd aangetroffen was zout en die vondst heeft uiteindelijk geleid tot de bouw van de Koninklijke Nederlandse Zoutfabriek in Boekelo in 1918. Het zoutmuseum in Delden herinnert aan deze voorgeschiedenis.
Na alle mislukte pogingen om zuiver water in de ondergrond te vinden besloot de baron een watertoren te laten bouwen, die zowel voor de aanvoer van zuiver water maar ook in geval van nood voor bluswater kon zorgen. Het water werd aangevoerd door een verbinding met de watertoren in Almelo en het pompstation in Wierden.
De toren die in 1894 op de flank van de Deldeneresch werd gebouwd is een ontwerp van de Haagse ingenieur H.P.N. Halbertsma en is een rijksmonument. De toren is uitgevoerd in neo-renaissance stijl. Een steen met het wapen Van Heeckeren van Wassenaer bevind zich boven de ingang, gevleugelde engelenkopjes in combinatie met watergoden ondersteunen het waterreservoir. Het is beeldhouwwerk van Gerard Muller.
De toren is op klassieke wijze in drieën verdeeld: boven een zware cordonlijst, die het klassieke basement afbakent, verjongt het bouwlichaam van de toren zich; dit slankere ronde deel vormt de schacht; de achthoekige reservoir ommanteling neemt tenslotte de plaats van het hoofdgestel in. Op de reservoir ommanteling staat een kleine achthoekige aangestreken lichtkoepel met zesruits vensters en kantelen, waarin de trap uitkomt en van waaruit men toegang heeft tot het dak van de toren. De koepel is vanaf beneden niet te zien.
Vier gevleugelde kinderkopjes (met de gelaatstrekken van de twee neefjes van de Baron van Heeckeren van Wassenaer, het zoontje van ir. Halbertsma en het zoontje van rentmeester Bitter), twee riviergoden en twee waternimfen markeren de overgang van het ronde naar de achthoekige, uitkragende bovenbouw. Een rondboogfries met op de hoeken een verzwaring steunt de gevelvlakken van de reservoirommanteling, waarin aan iedere zijde een blind venster met timpaan geplaatst is. Horizontale profiellijsten, knoppen en een klein rondboogfries zorgen voor de verdere geleding van de bovenbouw, die in kantelen eindigt.
Het interieur van de watertoren is rijk aangekleed. Op de begane grond bestaat de aankleding onder meer uit een gedeeltelijke mozaïekvloer, gedecoreerde stalen vloerplaten en een lambrisering bestaande uit donker- en lichtblauwe bewerkte tegels. In deze ruimte staan twee pompen en bevindt zich een luik geflankeerd door twee hekjes, dat toegang geeft tot de reinwaterkelder. Een hardstenen trap, gedeeltelijk steunend op consoles, leidt naar drie tussenvloeren en een ijzeren wenteltrap midden door het reservoir naar de top van de toren. De trapleuning bestaat uit gietijzeren getordeerde balusters, aan de onderzijde bevestigd met rozetten, en een houten ligger. Het reservoir is vervaardigd uit aan elkaar geklonken ijzeren platen. De muren en het reservoir zijn lichtgroen geverfd. Het koepeltje op de watertoren is van binnen geheel met hout betimmerd.
Op de verdiepingen hangen de gipsen afgietsels van de kinderkopjes, riviergoden en waternimfen en andere zandstenen decoraties van het exterieur.
Bronnen:
  • Boekje “Twickel” gids, uitgave Stichting Twickel
  • Rijksmonumentenregister.
  • Auteur en foto's: W.J.A. Fhij