De tram bij het station Enschede klaar voor vertrek naar Glanerbrug. [1920]

Motorrijtuig 8 [1909 - 1910].

Deze pagina van de website is een verzameling van historische gebeurtenissen en foto's die betrekking hebben op de T.E.T.     De Twentsche Elektrische Tramweg-maatschappij.
Al in 1884 zocht Johan Daniel de Bock een inspecteur van een brandwaarborg maatschappij contact met het gemeentebestuur van Enschede. De gedachte van de Bock was om de verschillende  textiel fabrieken met elkaar te verbinden ook van Enschede naar Oldenzaal. De gemeenteraad van Enschede was echter niet enthousiast over de plannen en tot realisatie kwam het niet. Er waren vervolgens verschillende initiatiefnemers zelfs voor een verbinding tussen Gronau [D] en Almelo maar ook hier bleef het bij plannen maken.

In Tubantia van zaterdag 28 januari 1899 staat een verslag van B&W Enschede over een derde verlenging van een consessie voor een tramverbinding tussen Gronau en Almelo.

 

Zaterdag 28 januari 1899 Dagblad Tubantia nieuws en advertentieblad.

Voorstel van B. en W. naar aanleiding van een verzoek van de heeren G-. van Dam en J. C. A. Sepp om verlenging der voorloopige consessie voor een tramlijn Almeloo— Gronau.

Bij raadsbesluit van 3 Januari jl. is ter fine van advies in handen van B. en W. gesteld een adres dd. 30 December '98 van de heeren G. van Dam en J. C. A. Sepp, betreffende verlenging der hun verleende voorloopige concessie voor den aanleg en de exploitatie van eene tramlijn Almeloo — Enschede —Gronau.

Naar aanleiding van dit adres brengen B. en W. in herinnering, dat aan adressanten bij raadsbesluit van 11 Juni '98 overeenkomstig hun desbetreffend verzoek de verzekering is gegeven, dat door het Gemeentebestuur vóór 1 Juli '97 met geen ander in onderhandeling zou worden getreden omtrent den door hen bedoelden aanleg en de exploitatie van eene tramlijn Almeloo—Enschede— Gronau.

Op verzoek van adressanten is die voorloopige concessie bij raadsbesluit van 8 Juli '97 verlengd tot 1 Januari '98 en bij besluit van 9 Februari '98 tot ultimo December '98. Thans wordt alzoo voor de derde maal verlenging van de voorloopige concessie gevraagd. Het behoeft geen betoog, zeggen B. en W., dat door de herhaalde vertraging in het tot stand komen van deze inderdaad belangrijke zaak het gemeentebelang niet wordt gebaat. Immers, door de herhaalde aanvragen om verlenging der voorloopige concessie wordt aan andere ernstige ondernemingen of ondernemers de gelegenheid ontnomen, om den aanleg van de tramlijn ter hand te nemen.

Aangezien eene tramverbinding onzer gemeente met Almeloo en Gronau in velerlei opzichten hoogst gewenscht mag genoemd worden en B. en W. eene totstandkoming dier verbinding in de naaste toekomst van de zijde der adressanten alleszins mogen betwijfelen, vinden zij geen vrijheid gunstig op hun verzoek te adviseeren.

Op grond van een en ander stellen B. en W. voor aan adressanten te berichten, dat de Gemeenteraad geen termen heeft kunnen vinden ten derden male de gevraagde verlenging van de voorloopige concessie omtrent den aanleg en de exploitatie eener tramlijn Almeloo—Enschede—Gronau, voor zoover de gemeente Enschede betreft, te verleenen. Overeenkomstig het voorstel van B. en W. wordt besloten.

Maar uiteindelijk besloot de gemeente Enschede op 3 november 1902 de Twentse Elektrische Tramweg-Maatschappij op te richten. Op 22 juli 1903 werd de noodzakelijke Koninklijke goedkeuring verleend.Aangezien de financiële middelen van de T.E.T. beperkt waren  [naar later bleek] vroeg de T.E.T. bij het ministerie van Waterstaat een vergunning aan om de tramlijn op de Rijksweg tussen Enschede en Glanerbrug te mogen aanleggen. Hierdoor werden kosten voor aankoop van grond bespaart en de Minister gaf hiervoor uiteindelijk toestemming. Op 24 april 1907 werd met de aanleg begonnen en op 14 augustus 1907 werd besloten tot aankoop van zeven motorwagens van de firma Pennock uit den Haag. . Vijf gesloten aanhangwagens werden overgenomen van de Haagse Tramweg Maatschappij waar de TET een samenwerkingsverband mee had. De stroom die benodigd was voor de elektrische tram zou door de gemeentelijk energie centrale van Enschede worden geleverd. Tegelijk met deze activiteiten werd een plan ontwikkeld voor de aanbesteding van de remise aan de Bekkumerstraat naast textielfabriek "Tubantia"

Luchtfoto van het remise terrein van de T.E.T. aan de Bekkumerstraat [ nu de Spoordijkstraat]

De eerste Motorwagen werd afgeleverd op 15 mei 1908, waarna direct met proefritten werd gestart. Inmiddels werd de heer P. Marius Nieuwenhuis aangesteld als eerste directeur van de T.E.T. waarna oo de overige medewerkers werden aangesteld zoals, wagenbestuurders, conducteurs, wegwerkers, wagenpoetsers en een klerk. De officiële opening van de tramlijn Enschede - Glanerbrug was op 4 juli 1908.  Naast het reizigersverkeer kende de T.E.T/ ook goederenvervoer.ofschoon het zich hier beperkte tot stukgoederen en bagage van passagiers.Het reizigersverkeer daarentegen was zeker in het begin van het bestaan van de lijn Enschede Glanerbrug een succes. In september 1908 werd de Lindenhof halte geopend met een ruime wachtkamer, restauratie en toilet gelegenheid.
Al snel bleek dat het vervoersaanbod op zondag aanzienlijk was en werd er een 10 minutendienst geïntroduceerd, In november 1908 werd eveneens besloten tot de aanschaf van twee extra motorwagens voor 60 reizigers. In het  eerste jaar werden er 297.813 passagiers vervoerd en de winst bedroeg maar liefst Fl. 11.415,21. Ook de daaropvolgende jaren waren financieel succesvol.

 

 

 

Tram motorwagen1 bij het station Staats Spoor [1917]

In de daarop volgende jaren was de tram van Enschede naar Glanerbrug redelijk succesvol. Het personenvervoer bleef stijgen ondanks het feit dat er in 1913 in Enschede een pokken epidemie was uitgebroken. Gevolg hiervan was wel dat de tram regelmatig moest worden ontsmet.
In 1914 brak de eerste wereldoorlog uit en dat had konsekwenties voor de T.E.T. Zo kwam het plan om de tramlijn eventueel door te trekken naar Gronau niet van de grond ondanks dat het behoorlijk gedetailleerd was uitgewerkt. Wanneer de oorlog in 1918 is beëindigd zijn de onderhandelingen over uitbreiding van de tramlijn naar Gronau niet meer herstart.
In 1914 was er een initiatief om een tramlijn te realiseren tussen Enschede en Hengelo. Zowel Rijks als Provinciale Waterstaat beoordeelden de plannen positief. De plannen om dit te realiseren liepen echter vast op het feit dat de Hengelosestraat slechts zeven meter breed was. Er was te weinig ruimte voor een tramlijn en een noodzakelijke boomkap stuitte op veel burgerlijk verzet. Uiteindelijk heeft dit plan het ook niet gehaald.
Op 24 december 1922 was er een knelpunt in de exploitatie van de tramlijn Enschede Glanerbrug. Vanaf die datum was er een particuliere onderneming die met een autobus het traject Enschede Glanerbrug v.v. ging onderhouden. Ofschoon de T.E.T. direct maatregelen trof om de tram nog aantrekkelijker te maken was er sprake van omzetverlies. Vanuit de directie van de T.E.T. was er een bepaalde minachting voor het busbedrijf. Maar om de concureentiestrijd op voorhand niet te verliezen besloot de T.E.T. ook een busdienst te exploiteren. Op 15 april 1933 werd door de T.E.T. de eerste stadsdienst in gebruik genomen.

De T.E.T. bus die op 15 april 1923 in gebruik werd genomen/

Tram motorwagen 3 in de Langestraat. Op de achtergrond de villa van Blijdenstein.

De textielstakingen in Enschede van oktober 1923 tot juni 1924 waren de oorzaak van een aanzienlijk omzet verlies voor de T.E.T. Daarnaast was er sprake van onregelmatige stroomleveringen waardoor aanzienlijke vertragingen ontstonden De T.E.T. begon haar concurrentiestrijd met de autobus te verliezen. Door de tegenvallende resultaten werd besloten met eenmanswagens te rijden. In de aanhangrijtuigen mochten alleen passagiers plaats nemen die een weekkaart hadden. Het inmiddels noodlijdende trambedrijf kreeg te horen dat de tramlijn op de Rijksweg Enschede Glanerbrug moest worden verplaats in verband met een verbreding van het wegdek. Voor de T.E.T. was dit een te zware financiële opgave. Tot overmaat van ramp had zich intussen ook de economische crises aangediend. De omzet van de T.E.T. was in 1932 gedaald tot Fl. 56.020,00
Op 28 februari 1933 werd motorwagen 9 voor het laatst de remise in gereden . Voor de T.E.T. was het doek definitief gevallen.

Februari 1933 afscheidsfoto directie en medewerkers van de T.E.T. [van links naar rechts] Motorwagen 6. 9. 3.

De restauratie van de Tramwagen is inmiddels gestart.

Stukje Enschede's erfgoed word in ere hersteld.
Ook Enschede had ooit een electrisch trambedrijf.
De tramlijnen van de Twentsche Electrische Tram hebben bestaan van 1908 tot 1933; daarna ging het bedrijf verder als busmaatschappij.
Het meeste materieel van de TET is gesloopt.
Enkele wagenbakken zijn aan particulieren verkocht, waarbij er uiteindelijk nog maar één wagenbak overbleef: de TET 1. Deze wist zijn leven te rekken als zomerhuisje op het land van een plaatselijke agrariër.
Daardoor zat er altijd een waterdicht dak boven de wagenbak, waardoor deze in relatief goede conditie de jaren heeft doorstaan. Omdat de eigenaar geen vergunning meer kon krijgen voor een vervangend zomerhuisje - zijn land was inmiddels tot beschermd natuurgebied verklaard, is hij zo lang mogelijk gebruik blijven maken van de TET 1.
De eigenaar en de TS waren het er in principe over eens dat de wagenbak, gezien het historisch belang ervan, uiteindelijk een museale bestemming moest krijgen. In 2016 was het zover, en ging de TET 1 naar de Tramweg-Stichting om te worden gerestaureerd. Op 17 september 2016 is de TET 1 van zijn sokkel gelicht en getransporteerd naar het TS-museumdepot in afwachting van restauratie. Daarbij moet onder meer een geheel nieuw onderstel worden geconstrueerd, want dat heeft de tram niet meer. Wel zijn de afgelopen decennia vele originele onderdelen verzameld. Het beoogde eindresultaat is een rijvaardige tram die een goed beeld geeft van de Enschedese tram van weleer, en die bovendien een belangrijke fase in de ontwikkeling van de Nederlandse elektrische tram representeert. De historische betekenis van deze wagen ligt niet alleen in het feit dat het de laatste Enschedese tram is. Het is bovendien de enige tram die nog over is uit de productie van de Haagse wagenfabriek Pennock. De meeste tramrijtuigen uit de begintijd van de electrische tractie in Nederland werden geleverd door Duitse fabrikanten als Siemens, AEG en Van der Zypen.
Voorts is het een van de vroegste elektrische tramrijtuigen die geen dak met een lichtkap meer hebben, maar een tondak; in plaats van de ventilatieruitjes die in de lichtkap zaten, bezitten deze wagens ventilatieruitjes boven de zijvensters. In het Nationaal Register Railmonumenten heeft de rijtuigbak dan ook de A-status toegekend gekregen. Er is al een bedrag uit fondsen toegezegd en in de begroting hopen(!!) we nog op ca 85.000 euro van div., fondsen. Het hele project is begroot op ca. 250.000 euro, maar daar zitten dan ook de duizenden manuren van de TS vrijwilligers, huur van de loods, etc. bij in. Bijdragen in natura zoals hout, verf, veiligheidsglas en bekabeling zijn uiteraard zeer welkom, voor het staal is er al een sponsor.
Het zou geweldig zijn indien het bedrijfsleven maar ook particulieren een bijdrage willen storten of donateur willen worden. Giften aan de tramweg-stichting kunnen voor de schenker aftrekbaar zijn voor de inkomsten of vennootschapsbelasting.
Om donateur te worden, zie: https://www.tramwegstichting.nl
Voor meer info en foto's van de tram, zie: www.miniatuurbussen.nl (website over de geschiedenis van de TET vanaf 1908).

 

Tram aan de Parkweg bij het Tramstation

Arbeidsovereenkomst wagenbestuurder met de T.E.T. datum 1 juli 1926

Originele technische tekening van de Tramwagen 1. (tekening Tramstichting)

Exterieur van de tram na renovatie. (foto: ministuurbussen)

De Cultuurmijl waar de tram gepland is. ( foto; Robin Wessels)

Enschede 20 oktober 2016.
De geschiedenis van motorwagen1 gaat terug naar de jaren dertig van de vorige eeuw. In Enschede was een tramlijn van het station Enschede naar Glanerbrug visa versa. Nadat de tramlijn was opgeheven werden de motorwagen en het overige materieel verkocht.  Motorwagen 1 werd jarenlang gebruikt als zomerhuisje en was geplaatst bij Erve Wilhelminahoeve in Overdinkel. Deze motorwagen heeft daar ruim 80 jaar gestaan. De eigenaar Joop Olde Heuvel heeft in 2015 de tram verkocht aan de Tramweg Stichting. 
Nadat er voldoende subsidie is binnengehaald zal de tram weer in de oude glorie worden hersteld. De restauratiekosten worden nu al geraamd op € 250.000,00  De eerste stap is een grondige inspectie van het tramstel en een restauratiebestek te schrijven. De restauratieklus zal worden uitgevoerd door hobbyisten, gepensioneerden en mensen die tijdelijk geen werk hebben.  De stichting is nog wel op zoek naar verschillende onderdelen zoals bijvoorbeeld de originele binnenverlichting. Waar de tram uiteindelijk weer zal worden geplaatst is nog niet bekend maar Enschede blijft een serieuze optie. 
Wilt u de Tramweg stichting financieel steunen?
Stort dan uw bijdrage op rekening: NL 49 RABO 0323524964 ten name van de Tramweg stichting.

 

Vertrekpunt tram van station Enschede naar Glanerbrug [1917]

Geschiedenis van de elektrische motorwagens van de T.E.T. gedurende 1908 - 1933
Inleiding.
De NV Twentsche Electrische Tramweg Maatschappij of TET werd op 2 februari 1904 in Enschede opgericht, met als doel tramwegen tussen Enschede en Almelo en Gronau (D) aan te leggen en te exploiteren. Later exploiteerde de maatschappij tot 1997 busdiensten in Twente in Overijssel.
Van de plannen naar Almelo en Gronau kwam weinig terecht. Uiteindelijk werd alleen de elektrische tramlijn Enschede – Glanerbrug aangelegd. Deze lijn had een spoorwijdte van 1 meter (meterspoor), was 7,5 kilometer lang en werd op 4 juli 1908 geopend. Het wagenpark was beperkt. Er werden zeven trammotorwagens in dienst gesteld, die gebouwd waren door Pennock in Den Haag. Een jaar later volgden nog twee motorwagens van Allan Rotterdam. Als bijwagens fungeerden vijf rijtuigen, afkomstig van de Haagse paardentram. Twee bijwagens werden in 1915 nieuw geleverd door Nordwaggon te Bremen. Naast het reizigersvervoer was er ook beperkt goederenvervoer. Daarvoor had Pennock in 1908 twee goederenwagens geleverd. Zij konden achter de personentrams worden gekoppeld.   
Klik hier voor de volledige tekst Tram rijtuigen T.E.T. kopij Nieuwsbrief mei 2016

Tram bij aankomst in Glanerbrug.

Ruim 80 jaar heeft de tram gefungeerd als zomerhuisje. [foto SCEE] 2016

‘Foto Tramweg Stichting’ De Tram bevindt zich op dit moment in een werkplaats in Overloon. voor restauratie [2017]

november 2017
Over de voortgang van het project valt momenteel weinig te melden. De trambak staat in Overloon en we zijn nog steeds bezig de betimmering als tuinhuisje te verwijderen. Er is subsidie aangevraagd bij het VSB fonds.
TS Werkgroep T1.
oktober 2019.
Inmiddels zijn er vorderingen te melden over de restauraties van de Tram. Ofschoon er na 80 jaar nog veel originele onderdelen van de tram zijn moeten er ook delen van de tram opnieuw worden gemaakt. Het gaat nog lang duren voordat de Tram helemaal gerestaureerd is maar deze foto's geven toch een aardig beeld van de voortgang.
IMG_2147
IMG_3172 (002)-001
Restauratie Tram november 2019
Restauratie Tram 2. november 2019
Restauratie Tram 3 . november 2019
Restauratie Tram 4 november 2019
previous arrow
next arrow
April 2021
In de afgelopen winter is er door een klein groepje enthousiastelingen gewerkt aan het idee om de enige overgebleven tram die in Enschede heeft gereden terug te brengen naar Enschede. De tram is gebouwd door de firma Peacock in Den Haag. Het enige bedrijf in Nederland, dat naar Engels voorbeeld elektrische trams heeft gebouwd. Alle zeven trams zijn voor het lijntje van station Enschede naar grens Glanerbrug gebouwd. In 1933 kwam er een eind aan de exploitatie van de tramlijn. Het materieel ging alle kanten op. Van de zeven motorwagens resteert er nog één, Tram1, die jarenlang als zomerhuisje heeft gefunctioneerd in een bosje aan de Dinkel in Overdinkel. Na veel touwtrekken en onderhandelen met de eigenaar lukte het in de 80er jaren de Tram Stichting het overblijfsel te verwerven. Het casco bleek na al die jaren nog in merkwaardig goede staat te zijn. Alle reden dus om te proberen het trammetje weer in de originele vorm, mogelijk zelfs rijdend, terug te brengen naar Enschede
Restauratie in Overloon .
In Overloon is een loods met werkplaats waar de restauratie van Tram1 wordt aangepakt. Inmiddels is het 2021. Het casco ziet er heel anders uit. De contouren van de oorspronkelijke tram zijn al duidelijk zichtbaar, zowel binnen als buiten. Ook de aandrijflijn met het wapen van Enschede zichtbaar op de wielen is door Sanders Machinefabriek (vroeger in de Molenstraat in Enschede) in orde gebracht.  Maar er moet nog veel werk worden verricht voordat de tram in Enschede zou kunnen gaan rijden.
Daarom is een klein groepje enthousiastelingen aan het proberen de Enschedese gemeenschap daarvoor enthousiast te maken met concrete voorstellen
De tram op de Cultuurmijl
De voormalige route naar Glanerbrug was geen optie. Maar waarom dan niet het museumwaardige mobiele erfgoed koppelen aan de museale infrastructuur van de stad. De Cultuurmijl, de voetgangersverbinding tussen het binnenstad en Roombeek. Ooit bedacht om de Enschedese Culturele Instellingen aan elkaar te koppelen en ze een gezamenlijke artistieke uitstraling te geven. Helemaal gelukt is dat niet. Een belangrijke 'stepping stone' Het Cremer kwam niet van de grond. De kunstzinnige aankleding van de route werd ook niet wat men zich ervan had voorgesteld. De Cultuurmijl kwam er dus wel, maar werd niet de trekker, waar men op had gehoopt.
De tram als attractie
Een historische tram laten rijden vanaf pak 'm beet de Oude Markt naar de Museumfabriek biedt die kansen wél om een trekker te worden. Niet alleen is de tram zelf een attractie, maar ook de fotogenieke combinatie met de attractieve omgeving. De speciaal voor dit doel ontworpen bovenleidingmasten kunnen worden gecombineerd met een led-licht straat, die van kleur kan veranderen. Samen met een erin aangebrachte geluidsvoorziening, kan op gezette tijden het hele traject computergestuurd in een kunstzinnig object veranderen.
Presentatie Saxion
Op dit moment wordt er door studenten van Saxion Hogeschool gewerkt aan een presentatie van de tram op de Cultuurmijl. De tram wordt 3D getekend. Er worden billboards gemaakt van de route die de tam zal krijgen en er wordt een nieuw beeldmerk ontwikkeld. Het zijn de elementen, die nodig zijn voor de uitwerking waarbij de tram ook rijdend op het scherm zichtbaar wordt gemaakt. Digitaal wordt de tram dan dus al terug gebracht naar Enschede.
De bedoeling is dat de presentatie zodanig is, dat hiermee fondsen kunnen worden geworven. In eerste instantie om de restauratie van de tram af te ronden. Als tweede stap wordt in de bouw van een remise voorzien. De derde fase houdt het uitrollen van de tramlijn richt binnenstad in. Ook dat zou in fasen kunnen gebeuren.
Door de lokale omroep 1Twente  is tijdens een interview de gedachte aan een Crowdfund actie geopperd. Een  Crowdfunactie die ertoe zou moeten leiden, dat in 2025 de tram als cadeau voor het 700 jarig bestaan van de stad Enschede wordt gepresenteerd.
Auteur: Jan Astrego