Landhuis Stokhorst        (Foto boven: Infentos)
                                                                                                                                                                           

 

“Het Stokhorst en de Twentse textielfabrikanten”

Veel Twentse textielfabrikanten waren sterk verbonden met de natuur en de jacht. Het was dan ook niet zo verwonderlijk dat men naast de woning in de stad ook een buitenverblijf had.  Op 30 augustus 1888 werd op een openbare veiling in Hotel de Graaf het buitengoed “Het Stokhorst” met boerderij te koop aangeboden door de erven van Jan Stroink, Engbert Jannink bracht op ‘Het Stokhorst’ een bod uit en op 13 september 1888 werd ‘Het Stokhorst’ met boerderij gekocht voor de som van € 17.650,00.
Na de aankoop van “Het Stokhorst” is Engbert Jannink samen met de in Enschede bekende tuinarchitect D. Wattez  direct begonnen om een tuinplan te ontwikkelen. Er werd een villa gebouwd als buitenhuis waar de familie Jannink regelmatig met vrienden te vinden was.
Engbert Jannink overlijd in 1911 en zijn oudste zoon Gerhard erft ‘Het Stokhorst’  Deze maakt samen met zijn echtgenote Tini als snel een plan om een geheel nieuw landhuis te bouwen. Architect De Bazel wordt gevraagd om hiervoor een ontwerp te maken.
Het nieuwe landhuis kwam in 1913 gereed en zou tot 1920 dienst doen als buitenhuis. Inmiddels was het tuinplan opnieuw aangepast door tuinarchitect D.F. Tersteeg. In 1926 gaat de familie Jannink permanent wonen in de villa ‘Het Stokhorst’
In april 1944 wordt de villa ‘Het Stokhorst’ door de Duitse bezetter gevorderd. De villa werd bewoond door grote aantallen vrouwelijke militairen van de Duitse Luftwaffe ook wel de ‘grijze muizen’ genoemd.
Tijdens de bevrijding op 1 april 1945 wordt er bij ‘Het Stokhorst’ hevig gevochten, waarbij ook enkele doden zijn te betreuren. Ook de Canadese bevrijders hebben de villa na april 1945 enige tijd in gebruik gehad.  De villa is in 1946 weer in ere hersteld en de familie Jannink gebruikt de villa onder andere voor ontvangsten en feesten. Tini Jannink heeft inmiddels een vergevorderde leeftijd van 93 jaar en zij sterft in januari 1968 waar de voltallige familie Jannink nog eenmaal bijeen komt.
In de daarop volgende jaren gaat de villa dienst doen als kantoorpand voor verschillende eigenaars. Sinds 2010 is de villa eigendom van Bernard ten Doeschot, eigenaar van een duurzame investeringsmaatschappij Infestos die in de villa kantoor houdt.  Na verwerving werd er in nauw overleg met gemeente, architecten en aannemers een plan uitgewerkt om het landgoed te renoveren en in originele staat terug te brengen. Zowel voor de buitenzijde als de binnenzijde is er met zorg gekozen voor originele en duurzame materialen, zodat de toekomst van dit unieke landgoed gewaarborgd is.

Bronnen:

-Bert Jannink.

-Infestos.

Fotoarchief Bert Jannink.

Foto boven: de familie Jannink omstreeks 1890
Staand van links naar rechts: Engbert ter Kuile, A.E. ter Kuile-Jannink, N.G. Jannink, Engbert Jannink, Willem Helmich van Heek, M.G. Jannink.
Zittend van links naar rechts: Gerhard Jannink, Johanna Jannink ter Kuile, M.H. van Heek-Jannink.

 

 

Het LANDHUIS is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond over twee bouwlagen onder een samengestelde kap met leien in Maasdekking. Het pand staat op een gemetseld trasraam met banden van zandsteen. Midden op de nok van het overstekende dak is een octogonale dakruiter geplaatst, op de nokeinden gemetselde vierkante schoorstenen.
Onder de gootlijst een fries van siermetselwerk in gele en rode baksteen, doorbroken door de gevelopeningen van de verdieping. Verder is de gevel gepleisterd. Alle balkons en loggia's hebben een opengewerkte borstwering met natuurstenen deklijst. Balkons en loggia's op de verdieping worden afgewaterd door spuwers.
Boven de erkers en de loggia's op de begane grond een waterlijst, bij de loggia in de voorgevel volgt deze de rondbogen. Vensters op de begane grond hebben glas-in-lood bovenlichten. De oostgevel met hoofdentree is nagenoeg symmetrisch.
 Op de middenas twee loggia's. Op de begane grond is deze uitgevoerd met drie rondbogen op zandstenen kolommen met in het midden de entree met halfronde glas-in-lood bovenlichten.
Foto boven: SCEE.
Op de verdieping is de loggia rechtgesloten, met twee deelzuilen. Een dubbele deur ontsluit de loggia. Rechts op de begane grond een driezijdige erker met op de verdieping een balkon en twee dubbele openslaande deuren, links een dichtgezette om de hoek lopende loggia met op de verdieping een zelfde balkon.
In het dakschild is centraal een dakkapel met drielichtvenster geplaatst onder drie steekkappen met aan weerszijden een dakkapel met tweelicht onder twee steekkappen. Hoger tussen de dakkapel nog twee dakkapelletjes met rondboog venster.
De zuidelijke zijgevel is de eerste gevel die men ziet bij aankomst via de oprijlaan. Op de begane grond links bevindt zich hier het voornaamste vertrek, achter een driezijdige erker. Op de verdieping een balkon, erboven twee dakkapellen onder steekkappen. Rechtsonder de dichtgezette loggia, erboven een dubbel draaivenster. In de op de straat georienteerde westgevel twee hoekrisalieten onder steekkappen. Deze zijn verbonden door de borstwering van het balkon op de verdieping die in het gevelvlak van de risalieten ligt.
De serre tussen de risalieten onder het balkon is dichtgezet met een reeks glasdeuren. Loggia en serre zijn geleed met twee dubbele kolommen. Centraal in het dakschild een dakkapel met drielicht onder drie steekkappen. Aan weerszijden twee dakkapelletjes met rondboogvensters boven elkaar. De risalieten hebben op begane grond en verdieping een vierlicht venster, in het dakschild een dakkapel met tweelicht venster onder een steekkap.
Aan de noordelijke zijgevel is een keuken/dienstvertrek uitgebouwd over één bouwlaag onder een schilddak met midden op de nok een gemetselde schoorsteen. Detaillering en gevelgeleding zijn identiek aan het hoofdvolume. Verder is de gevel gelijk (in spiegelbeeld) aan de andere zijgevel.
Het interieur van het woonhuis is rijk uitgevoerd. De centrale hal heeft een cassetteplafond en een hoge houten lambrisering waarin een monumentale houten schouw met getordeerde zuilen met composietkapitelen is opgenomen. Naast de entree ligt een met roze en wit marmer beklede vestibule met toiletruimte. Het hoofdvertrek heeft houten lambriseringen en een stucplafond met lobmotieven.
De met marmer en hout afgewerkte haardpartij is in een verlaagde nis gelegen. Radiatoren hebben een houten ombouw, de luchter is origineel. Het werkvertrek rechts achter de voorgevel is op vergelijkbare wijze geornamenteerd.
Keuken en dienstvertrekken hebben nog de originele kasten, aanrechten, tegelvloeren en -lambriseringen.
Waardering Landhuis Stokhorst van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege: - de kwaliteit van het ontwerp en de bijzondere plaats die het inneemt in het oeuvre van De Bazel door de Amerikaanse stijlinvloed - de ruimtelijke en functionele samenhang met de dienstwoning en de deels landschappelijke, deels architectonische tuinaanleg - de hoge mate van gaafheid van in- en exterieur. - de zeldzaamheid - de beeldbepalende ligging van het huis vanaf de Oldenzaalsestraat.
(bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Foto Rijksdienst cultureel erfgoed

Foto Rijksdienst cultureel erfgoed 1980

Ontwerptekening van architect De Bazel voor het Stokhorst van de familie Jannink 1912.

De westgevel van villa Stokhorst.

Tekening van de rietgedekte tuinmanswoning en daarna lang gebruikt door een beeldend kunstenaar.

Het tuinmanshuis is in de jaren negentig van de vorige eeuw door brand verwoest en vervolgens gesloopt.

Villa Stokhorst 1959 met vijver en vooral bekend in de winterperiode om te schaatsen.

Onderstaande publicatie is een weergave van gebeurtenissen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog op Het Stokhorst hebben afgespeeld.

VILLA STOKHORST