Landgoed De keizer te Boekelo.
Het landgoed is gelegen aan de Keizerweg 25, 7548PX te Boekelo. De villa is gebouwd in 1923 in opdracht van Hendrik Jan van Heek. De huidige eigenaars sinds 1982 zijn de de heer en mevrouw Gaymans-ten Bokkel Huinink. Het landgoed is ruim 5 hectare groot en heeft de  NSW landgoedstatus. Op 20 oktober 2020 is aan het landgoed de gemeentelijke monumentstatus verleend. Landgoed De Keizer is aangelegd op de gronden van “de Boerenplaats Keizer” bij de Stemlande Es. Deze boerderij komt al voor in het verpondingregister van 1601 (een belastingsregister) en behoorde waarschijnlijk tot het even ten noorden gelegen de havezate het Hof te Boekelo, in 1570 gebouwd door Herman Ripperda. Het hof te Boekelo en het Keizersland werden door de toenmalige eigenaar Unico Ripperda omschreven als: groot zijnde 20 mud zaaigoed en vijf dagwerk gras maaien. Hiervan zijn dit jaar 4 mudde met rogge gezaaid”. De familie Ripperda bleef lang eigenaar van het Hof te Boekelo, tot de havezate en omliggende landerijen in 1699 werden verkocht. Tot 1818 bleef het Hof te Boekelo in eigendom van verschillende adellijke families. Twee jaar later werd de havezate afgebroken. In 1818-1822 werd een deel van Het Hof met zijn gronden verkocht aan Helmich van Heek. De boerderij Hof te Boekelo wordt sindsdien door de familie Van Heek beheerd.
Het landhuis en de omringende tuin is gesitueerd in het Twentse coulisselandschap dat vorm kreeg door de aanleg van bossen en landgoederen door Twentse textielfabrikanten. In de nabijheid lagen de landgoederen Het Stroot, Zonnebeek, Het Teesink en De Weele. De aanleg van deze landgoederen had grote invloed op het Twentse landschap, dat voor de verdeling in de negentiende eeuw van de markegronden, de gemeenschappelijke ‘woeste gronden’, vooral uit heidegrond bestond. Na ontginning lieten zij er niet alleen prachtige tuinen aanleggen, maar eveneens uitgestrekte bosgebieden aanplanten als jachtterrein en voor de productie van hout. De houtbouw werd gezien als een lucratieve investering; de grove den leverde mooi recht hout op voor de mijnbouw in Limburg. Hoewel bijna alle markegronden tegen het eind van de negentiende eeuw op grote schaal waren verkocht, blijkt uit bestudering van historische kaarten dat de grootste bebossing plaatsvond in de crisis tijdens de jaren dertig van de twintigste eeuw. Veel fabrikantenbuitenplaatsen komen voort uit een herenkamer of een theekoepel bij een blekerij, ververij of een boerderij, waar men zomers kon verpozen om de lawaaiige stad te ontvluchten.
Zo kreeg ook de oude boerderij van Hof te Boekelo een aangebouwde jachtkamer aan de voorzijde. Al snel werd er rond de koepel of het landhuis een klein park of pleziertuin aangelegd, zodat er gewandeld kon worden. Hiervoor gaven zij vaak lokale tuinarchitecten opdracht om grotere tuinen en bossen aan te leggen. Vader en zoon Wattez zijn verantwoordelijk voor een groot aantal tuinen en parken in Twente. De textielfamilies maakten ook vele reizen naar het buitenland. Hierdoor raakten zij op de hoogte van de mode op tuingebied en trokken daardoor landelijk bekende tuinarchitecten naar Twente. Ook Leonard Springer was zeer geliefd bij de textielfamilies.
De aanleg rondom villa De Keizer werd ontworpen door de firma H. Copijn uit Groenekan. In 1890 kocht Gerrit Jan van Heek de Boerenplaats “Keizer”, gelegen een kilometer ten zuiden van Hof te Boekelo. In 1922 kocht Hendrik Jan van Heek (1895-1981) van de erven van zijn grootvader het boerderijtje met ruim vijf hectaren grond. Van Heek bouwde 60 meter ten zuiden van de boerderij een villa. De oude boerderij kreeg een opslagfunctie en sindsdien werd met de Keizer het nieuwe landhuis bedoeld. De villa lag niet ver van de Boekelose Stoomblekerij.
De vijver wordt gevoed door de percelen aan de Stemlandenweg en watert af op de Boekelerbeek. De zen tuin ligt rond de vijver en heeft vele ornamenten en een half open theehuisje met ‘rijstpapieren’ beglazing. De vijver, de zen tuin en het theehuisje zijn door H.J. van Heek zelf aangelegd naar aanleiding van zijn bezoek aan China en Japan in 1919-1920. De grote vijver heeft betonnen oevers, maar een zandbodem zodat het waterniveau in de vijver meebeweegt met de grondwaterstand.
Hendrik Jan van Heek wenste een huis in de Engelse landhuisstijl. Hij koos daarvoor, niet heel toevallig, architect Foeke Kuipers. De vader van zijn vrouw had in 1920 de villa het Nijenhusz (nu de Wilmersberg) in de Lutte door Foeke Kuipers laten bouwen en de tuin van het landgoed laten aanleggen door Copijn uit Groenekan. Ook Hendrik Jan van Heek liet zijn villa door Foeke Kuipers bouwen en zijn tuin door Copijn ontwerpen.
Het landhuis in de Engelse landhuisstijl staat op een L-vormige plattegrond met kelders en twee bouwlagen onder een forse rieten kap met een brede overstek. In de kap zijn brede horizontale dakkapellen opgenomen en drie bakstenen schoorstenen. Foeke Kuipers ontwierp ook een deel van het interieur, zoals het slaapameublement in de hoofdslaapkamer, inbouwkasten, etc. De inrichting was, zoals het fabrikantenvilla’s uit die tijd betaamde, afgestemd op het leven met inwonende bediendes, die hun eigen vertrekken hadden, eigen wc, etc. De interieurelementen variëren in stijl van late Jugendstil tot de Amsterdamsche school en Art Deco terwijl ze toch een overtuigend en samenhangend geheel vormen.
De gemeentelijke monumentstatus.
De villa bevat een aantal door architect E.F. Kuipers mee ontworpen interieur elementen zoals kasten en bedden. Zij vormen een eenheid met het ontwerp van de villa en zij zijn zeldzaam en nog zeer gaaf. Ook de villa zelf is uitzonderlijk gaaf en zij is zowel wat betreft de grote structuren als wat betreft details en materialisering vrijwel ongeschonden. De geringe aanpassingen die er in de loop der jaren zijn gedaan, liggen in lijn met het oorspronkelijke ontwerp en de woon- en leefcultuur die hier gebruikelijk was. Sommige elementen van die woon- en leefcultuur hebben hun functie verloren maar zij zijn in en om de villa bewaard gebleven.
Er is grote samenhang tussen de villa zelf, in al zijn details inclusief een groot aantal losse interieur elementen, en de Engelse landschapstuin met daarin een Japanse tuin. Deze zijn het resultaat van de creativiteit en de inzichten van de architect en de tuinontwerper in interactie met de opdrachtgever binnen de kaders van de toen geldende opvattingen van een specifieke groep Twentenaren waarvan H.J. van Heek een exponent was.
Later zijn daarin aanpassingen gedaan maar deze zijn geheel in lijn met de oorspronkelijke ontwerpen met als resultaat dat er sprake is van één samenhangend geheel van villa, interieur, en tuinaanleg met daarin de losse elementen. Om die reden is er bij dit landgoed sprake van een ‘Gesamtkunstwerk’.
De bescherming via de monumentale status heeft allereerst betrekking op de villa. Deze status is gebaseerd op de ‘Cultuurhistorische waardestelling Landgoed De Keizer Boekelo’, Het Oversticht 2019. De losse interieurelementen die onder de bescherming vallen, worden daarbij afzonderlijk benoemd. Ook de rozenmuur die later aan de villa is aangebouwd, valt onder de bescherming. De tuin in Engelse landschapsstijl valt onder de bescherming, inclusief de hierin gelegen Japanse tuin.
Bronnen:
-Het Oversticht, mw. drs. Mascha van Damme en Tom Temmink.
-Stadsarchief gemeente Enschede.
-Archief familie Gaymans Boekelo.
-Website landgoed De Keizer; www.landgoed-dekeizer.nl .
-Redengevende omschrijving mei 2020.
-Besluit B&W gemeente Enschede 20 oktober 2020.
INTERIEUR ONDERDELEN VAN VILLA DE KEIZER.

 

Glas in lood
Voor het raam in de zitkamer zijn aan de bovenkant van het raam vijf glas in lood panelen.
De panelen beelden structuur elementen van het huis uit: de vorm van de deur panelen, de waterjuffer en de zon boven deur naar de vestibule.
Het glas in lood is door Christel Burghoorn gemaakt en is onderdeel van het beschreven interieur ensemble.

 

Deur hal - vestibule
De hal heeft een zwart-witte tegelvloer, aan weerszijden nisjes en een glazen deur naar de vestibule.
De deur heeft de typische vorm van de deuren in het huis, maar dan met een glazen paneel.
Boven de deur is een zon uitgebeeld. Deze glazen wand geeft licht aan de hal.
Achter de vestibule-deur is de massief houten voordeur te zien. Deze heeft een wiebervormig spiedertje en een glazen, boogvormige ombouw.

 

 

Wasnisje bediendekamer
De bediendekamer is een kleine opkamer met ingebouwde kasten, een wasnisje en hoge ramen.
Het nisje is nog in originele staat.
Door de hoge ramen was het niet te zien wie buiten was.
Boven de toegangsdeur zijn lichtvensters zodat het trappenhuis daglicht krijgt.

 

 

 

Fonteintje in de garderobe
De garderobe heeft een jassenkast, een hoedenplank, een WC met spuitertje en een fonteintje.
Het fonteintje heeft in Jugendstil een lampje, een spiegel, een wasbak en een kraan met een waterjuffer.

 

previous arrow
next arrow
Slider