Boerderij Hof Espelo
Hof Espelo werd voor het eerst genoemd in een bul van paus Innocentius III, toen het op 28 mei 1215 tot de goederen van de proosdij van het kapittel 1) van Sint-Pieter te Utrecht behoorde. De hofmeier ofwel rentmeester zetelde eeuwenlang op Hof Espelo, terwijl hij het beheer voerde over alle goederen van het kapittel in Twente en de graafschap Bentheim. Jaarlijks kwamen de hofhorigen op 17 september bijeen om hun pacht te voldoen en om de voorlezing van hun plichten door de hofmeier aan te horen.
Nadat de kerk haar eigendommen in Twente in 1770 had verkocht werd de laatste hofmeier [rentmeester], Gabriël Davina eigenaar. Toen deze stierf was Hof Espelo 225 hectare groot. In 1887 kocht de familie Cromhoff Hof Espelo van de erven van de kleinzoon van Davina. De familie Breuning ten Cate werd na de Tweede Wereldoorlog de laatste particuliere eigenaar van het landgoed. Sinds 1984 is Landschap Overijssel eigenaar van het landgoed Hof Espelo en is het totale terrein 150 hectare groot. In totaal staan er op Hof Espelo nog zeven boerderijen een voormalig koetshuis en landhuis.
  • Meestal betreft het een gemeenschap van katholieke of anglicaanse geestelijken, verbonden aan een kathedraal, kapittelkerk of klooster. De naam kapittel werd aan dit college gegeven omdat tijdens bijeenkomsten in de kapittelzaal een kapittel of hoofdstuk uit de Bijbel werd voorgelezen.

 

Het belang van dit boerenerf bestaande uit een Boerderij, Schuur, Boom en Visvijver is gelegen in de eraan verbonden geschiedkundige herinneringen. De boerderij is een in hoofdzaak 19e -eeuws gebouw, geheel opgetrokken in baksteen. Het erf vormt het centrum van het gelijkmatige Landgoed Hof Espelo met fraaie bossen en boomgroepen.
HET BOERENERF IS EEN GEMEENTELIJK MONUMENT.