Rigtersbleek

with Geen reacties
De Stichting Cultureel Erfgoed Enschede heeft op 23 oktober 2021 B&W van Enschede gevraagd een procedure op te starten voor de toekenning van de gemeentelijke monumentstatus van het fabriekscomplex van Rigtersbleek. Het betreft hier een vrij uniek gebouwencomplex dat ons nog herinnerd aan het textielverleden. Op dit moment is de fabariek in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw. De huidige eigenaar is voornemens om naar de toekomst hier woningen te realiseren.

TCTUBANTIA OKTOBER 2021

Korte historische beschrijving;
Gerrit Beltman, de huisarchitect van de firma van Heek en gespecialiseerd in het bouwen van textielfabrieken, had lucht gekregen van de nieuwbouwplannen Rigtersbleek en zich als kandidaat gemeld. Hij had enig recht van spreken, want sinds 1884 was hij de vaste architect van Van Heek & Co.
Dat de Van Heeks nogal zuinig waren en elk dubbeltje twee keer omdraaiden eer ze het uitgaven, had hij voor lief
genomen. Maar Jan van Heek had begin 1897 gesprekken gevoerd met Sidney Stott, een succesvol lid van een familie van architecten die in Groot-Brittannië en op het vasteland van Europa ongeveer 125 textielfabrieken zouden ontwerpen, voornamelijk spinnerijen. Stott wist dat hij voor zijn ontwerp niet de vrije hand had.
Niet alleen de machines bepaalden de indeling van de fabriek.
Jan van Heek had ook uitgesproken ideeën over de architectuur. Hij had zelf een ontwerp gemaakt, dat overigens wel wat overeenkomsten had met een plattegrond
uit de catalogus van één van de grote machinebouwers in Engeland, Platt Brothers, die hij uiteindelijk zou kiezen voor het aandrijfwerk.
Architect Stott verschafte zich met de opdracht voor Rigtersbleek en de spinnerij aan de Noorderhagen een welkome entree op de Twentse markt: drie jaar later realiseerde hij de nieuwe fabriek van Gerh. Jannink & Zn. aan de Haaksbergerstraat in Enschede.
In 1911 ontwierp hij aan de Goolkatenweg in Enschede de fabriek van Oosterveld, de nieuwe buurman van Rigtersbleek.
Stott bouwt goed & praktisch, daarvan is geen kwestie. Beltman bouwt volgens van Heek ook goed, doch hij is een leuteraar en een sloddervos – en hij is belangrijk duurder. Het kwam uiteindelijk tot een breuk tussen Van Heek & Co. en Beltman, die teleurgesteld moest toezien, dat Stott niet alleen Rigtersbleek bouwde maar ook de spinnerij aan de Noorderhagen, achter het pakhuis dat Beltman had ontworpen. Jan’s vriend Gerhard Jannink, schreef in 1897 aan zijn vader E. Jannink Gz., met een spoortje
leedvermaak: “Van Heek & Co. beginnen ook toebereidselen te maken voor het bouwen op Richter’s Bleek. Dat is Beltman’s neus voorbij gegaan. Hij wilde niet onder die bedingingen zoals zij wilden en nu loopt hier reeds een Engelsche architect. Beltman moet het nu zeer spijten”
Vanaf het midden van de 19e eeuw zette de Twentse katoenindustrie haar producten af op steeds meer Aziatische markten, en vooral in Nederlands-Indië. Om zich van de
concurrenten uit Twente, Lancashire en later ook Japan te kunnen onderscheiden, gebruikten fabrieken merken die zorgden voor herkenbaarheid, exclusiviteit en bescherming tegen namaak.
Ze werden tjaps genoemd, een woord uit het Maleis, dat merkteken, maar ook stempel, afdruk betekent. De fabrieken van Rigtersbleek hebben een belangrijke rol vervuld in de Enschedese textielindustrie

 

Bronnen:

-Kunst, katoen en kastelen : J.H. van Heek (1873-1957)

Nijhof, W.

Publication date 2008.

-Geschiedenis van Enschede. ‘Leuteraar en sloddervos’

mocht Rigtersbleek niet bouwen.

Foto's;

-SCEE