BATO terrein Javastraat.

with Geen reacties

Het BATO GEBOUW op de hoek van de Javastraat en de Perikweg

Het cultuurhistorische onderzoek van ontwikkelaar Nijhuis voor het  BATO terrein aan de Perikweg roept voor de politieke partijen Enschede Anders en het CDA nog wel de nodige vraagtekens op. Een aantal erfgoed organisaties pleitte voor [gedeeltelijk] behoud van de panden waar tot nu toe de Nationale Reisopera was gevestigd. De cultuurhistorische waarde van de panden was voor Het Oversticht voldoende reden om B&W te adviseren een deel van de bebouwing te handhaven. Zowel het CDA en Enschede Anders zijn van mening dat de bouw van 43 nieuwbouwwoningen op een historisch verantwoorde wijze moeten worden ingepast op het BATO terrein mogelijk met gedeeltelijk behoud van de voormalige BATO fabriek, Volgens raadslid Margriet Visser [EA] is er op dit moment te weinig draagvlak voor de plannen die B&W voorstelt.
Samenvatting van de second opinion waardestelling & transformatieruimte van het BATO complex in Enschede.
Auteur: Het Oversticht  september 2018.
Opdrachtgever : Gemeente Enschede.
De voormalige BATO fabriek is gesitueerd aan de Perikweg 97 in Enschede in het huidige stadsdeel Perik. Het terrein wordt omgeven door de Perikweg in het westen, de noordelijke Javastraat en oostelijke Florestraat. De N.V. BATO liet in 1916 een weverij bouwen op een onbebouwd terrein in een nog vrijwel onbebouwde omgeving ten zuiden van de historische kern van Enschede. De inrichting van het terrein is een compact bebouwde kern met daaromheen nieuwere bouwvolumes en enkele open ruimtes binnen een ommuring.
De oprichter van de fabriek, de Boeren en Arbeiders Textiel Onderneming (BATO), was een N.V. van herenboeren, zoals ze in het bouwhistorische rapport van Breteler worden genoemd.1 Het ging waarschijnlijk om rijke(re) boeren met eigen grond en vermogen. In tegenstelling tot de meeste andere textielfabrieken in Enschede en de regio betrof het hier dus geen initiatief van gevestigde textielfamilies.
BATO begon in 1916 als weverij, tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), die had grote gevolgen voor de textielindustrie. Het betekende een stop op de bloeiperiode die aan het einde van de negentiende eeuw was ingezet. Door de oorlog stagneerde de aanvoer van grondstof waardoor de productie aanzienlijk terugliep. In de tweede helft van de jaren twintig werd de textielindustrie getroffen door de crisis en volgde opnieuw een grimmige tijd.2 Het verlagen van de lonen en inkrimpen van het aantal arbeidsplaatsen leidden in de jaren ‘20 en ‘30 regelmatig tot stakingen en conflicten tussen de fabrikanten en de arbeiders. Misschien dat bij de BATO de verhoudingen anders lagen, maar daarover hebben we binnen het bestek van dit onderzoek geen informatie over gevonden. Wel is bekend dat ook hier in 1926 stakingen plaatsvond.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de hele productie door gebrek stil te liggen. Na een korte opbloei van de textielindustrie net na de oorlog, zakte de markt weer in. De industrie verloor door de Indonesische onafhankelijkheid een groot deel van haar afzetmarkt. Ook kon de Europese industrie de concurrentie met de lagelonenlanden nauwelijks aan. Daarnaast nam onder de Twentse bevolking de aversie toe tegen het werken in de textielindustrie. Dit leidde in de jaren ‘50 en ‘60 tot een personeelstekort, dat gecompenseerd werd met het aantrekken van geschoolde buitenlandse werknemers.4 In een tijdsbestek van enkele decennia moest de een na de andere fabriek sluiten. Omdat Twente in de voorgaande eeuw zo afhankelijk was geworden van de textielindustrie had dit desastreuze gevolgen; fabrieksarbeiders werden werkloos en steden moesten opnieuw worden ingericht. In 1957 ging de BATO als een van de eerste bankroet.
Herbestemming liet echter niet lang op zich wachten. Het complex is daarna ruim zestig jaar in gebruik geweest bij Opera Forum Filharmonisch Orkest, later de Nederlandse reisopera, dat in 1960 haar intrek in het complex nam. In 1993 werd Forum Filharmonisch opgevolgd door de Nationale Reisopera, dat sinds 2014 de Nederlandse Reisopera heet.
In 1963 trok ook de afdeling Elektriciteitsbedrijf van de Dienstgebouw Openbare Nutsbedrijven in de BATO. Ook de Dienst Plantsoenen en Begraafplaatsen kreeg er onderdak. Vanaf de jaren 80 is het hele complex door de Nationale Reisopera in gebruik geweest.
Deze vroege herbestemming heeft gezorgd voor het behoud van het complex. Waar andere textielfabriekscomplexen later hun functie verloren hadden de, vaak veel grotere hoeveelheid, vierkante meters bedrijfsruimte te kampen hadden met leegstand en verval. Veel van deze gebouwen zijn gesloopt ten behoeve van nieuwbouw en waarmee tevens het pijnlijke associatie van neergang en werkeloosheid uit het straatbeeld werd geweerd. Pas later keerde het tij en zijn enkele onderdelen herbestemd.
Het complex is cultuurhistorisch waardevol als een van de weinige voorbeelden van een fabriek opgericht door boeren en arbeiders in de regio en de enige in Enschede. Daarnaast is het complex waardevol ls een van de weinige, vrijwel compleet bewaarde textielfabrieken. Ook heeft het complex waarde als vroeg herbestemd textielfabriekscomplex, waardoor het complex behouden is gebleven.
Gaafheid
Het complex is verschillende malen uitgebreid, verbouwd en aangepast aan de groeiende of gewijzigde bedrijfsvoering. Ook tijdens de nieuwe functie zijn volumes bijgebouwd en zijn er ook weer delen afgebroken. Toch kan het complex gezien worden als een relatief gaaf gegroeid ensemble. Een groot deel van de sheddaken zijn aan de buitenzijde het zicht onttrokken door een platte dekking met golfplaat en witte damwand als een dakrand rondom. Een ander deel van de sheddak is aan de binnenzijde uit het zicht door een verlaagd systeemplafond. De originele constructie is echter nog aanwezig, zij het dat deze op verschillende plekken is aangepast om de extra overkapping te dragen. Het volume uit 1938 met de blinde muur aan de Perikweg heeft vanwege latere aanpassingen van de gevel aan de Javastraat ook enigszins aan gaafheid ingeboet.
Conclusies & aanbevelingen
Conclusie waardering
Veel textielfabrieken in Twente zijn (grotendeels) gesloopt zijn, zo ook in Enschede. Juist ook deze sloopwoede, het willen uitpoetsen van een pijnlijk arbeidsverleden, is kenmerkend voor de ontwikkelingen in de textielsteden vanaf de jaren ‘60 van de twintigste eeuw. Hoewel lange tijd verguisd, neemt het textielverleden een belangrijke plaats in, in de stadgeschiedenis. De BATO heeft deze sloopwoede overleefd.
Onze conclusie is dat de waarden van het gehele complex niet voldoende zijn om in aanmerking te komen als gemeentelijk monument. Het Oversticht onderschrijft de conclusie uit het cultuurhistorische onderzoek van de ontwikkelaar dat de fabrieksgebouwen een introvert karakter hebben, maar is van mening dat dit niet alleen aanleiding biedt om het binnendeel van de nieuwbouw anders vorm te geven, maar ook de woningen aan de rand van het complex. Het contrast tussen de introverte, ommuurde gebouwen van het fabrieksterrein en de omringende bebouwing aan de (radiaal)straten is juist kenmerkend voor het voormalige BATO terrein.
Een hoge waarde kennen wij toe aan
• de betekenis van het complex voor de ontwikkeling van de textielindustrie in Enschede, met name de bijzondere stichting door boeren en arbeiders;
• het compacte volume van bedrijfsmatige gebouwen op een ommuurd terrein;
• het volume aan de Perikweg hoek Javastraat met de gesloten en gebogen rooilijn langs de Perikweg;
• het sheddakenlandschap langs de Floresstraat;
• enkele interieurelementen, voornamelijk de sheddakconstructie.
Aanbevelingen
Gezien de cultuurhistorische waarde, de bijzondere ligging en specifieke ruimtelijke kenmerken van het voormalige BATO complex is het zeker de moeite waard om een deel van de meest waardevolle bouwdelen te behouden of in de nieuwe plannen te verweven.
De volgende aanbevelingen bieden mogelijk inspiratie om bestaande elementen die een cultuurhistorische, stedenbouwkundige en/of architectuurhistorsiche waarde hebben mee te nemen in de toekomstige ontwikkelingen om een zekere continuïteit van BATO in cultuurhistorische zin te behouden.
1- Het voornaamste kenmerk van het complex is de compacte bebouwing op een ommuurd terrein. Dit kenmerk zou afleesbaar kunnen blijven bij een nieuwe ontwikkeling door de bebouwing (met uitzondering van de Perikweg) terug te laten liggen ten opzichte van de erfgrens. De bestaande pleinruimte aan de Perikweg biedt de mogelijkheid om een verblijfsruimte te realiseren en/of het terrein op een representatieve manier te ontsluiten. Door de nieuwe bebouwing aan de rand van het terrein in massa, vorm, stijl en materiaalgebruik te laten afwijken van de bebouwing in de omgeving, zodat afleesbaar blijft dat het hier oorspronkelijk een ander terrein betrof.
2 - Een ander belangrijk aspect van het complex is de oriëntatie van de bebouwing en hoe deze zich naar de omgeving manifesteert in massa, vorm, stijl en materiaalgebruik. Vooral de hallen met sheddaken kenden oorspronkelijk een rechtlijnige structuur met een heldere noord-zuid, oost-west oriëntatie met ruimte tussen bebouwing en de ommuring of erfgrens.
3 - Aan de Floresstraat manifesteert de bebouwing zich op een bijzondere wijze met sheddaken achter een groene omzooming. Het is voor de herkenbaarheid en afleesbaarheid van de voormalige functie van het terrein van belang dat de vorm en/of een deel van de constructie van de sheddaken terugkomen / -komt in de nieuwbouw en dat deze vanaf de Floresstraat waarneembaar zijn.
4- Aan de Perikweg is de uitdaging om het markante gevelbeeld (deels) te behouden of te incorporeren in het ontwerp van de nieuwbouw. Aan de Javastraat is de ommuring van het terrein beeldbepalend. Het in stand houden van (een deel van) de muur draagt bij aan de afleesbaarheid van het complex. Het aan deze zijde individueel oriënteren en ontsluiten van woningen is voor het behoud van dit kenmerkende beeld niet wenselijk. Het terrein kan via deze zijde op een functionele en vanzelfsprekende manier worden ontsloten door gebruik te maken van de bestaande toegangen en openingen in de ommuring.
Genoemde handvatten kunnen de ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische (belevings)waarde te borgen.

Lees hier het volledige rapport van Het Oversticht. 

 

Gemeenteraad loopt achter de feiten aan bij ontwikkeling van BATO-terrein.

Het cultuurhistorische onderzoek van project ontwikkelaar Nijhuis voor het  BATO-terrein aan de Perikweg roept voor de politieke partijen Enschede Anders en het CDA nog wel de nodige vraagtekens op. Een aantal erfgoed organisaties pleitte voor [gedeeltelijk] behoud van de panden waar tot nu toe de Nationale Reisopera was gevestigd. De cultuurhistorische waarde van de panden was voor Het Oversticht voldoende reden om B&W te adviseren een deel van de bebouwing te handhaven.
Zowel het CDA en Enschede Anders zijn van mening dat de bouw van 43 nieuwbouwwoningen op een historisch verantwoorde wijze moeten worden ingepast op het BATO terrein mogelijk met gedeeltelijk behoud van de voormalige BATO fabriek, Volgens raadslid Margriet Visser [EA] is er op dit moment te weinig draagvlak voor de plannen die B&W voorstelt.
Wij hebben Jeroen Altena als projectmanager van Nijhuis Bouw in Rijssen gevraagd wat de visie van Nijhuis Bouw is ten aanzien van gedeeltelijk behoud van het voormalig fabriekscomplex BATO. Volgens de heer Altena is er geen sprake van een beschermde status van het complex en betreft het hier ook geen monument. Tot op dit moment zijn wij, aldus de heer Altena, dan ook niet voornemens om onderdelen van het complex te behouden of te integreren in het woningplan. Onze eigen cultuur historische bevindingen over het BATO-complex zullen als bijlage voor de wijziging bestemmingsplan worden aangereikt. Vooralsnog blijven wij van mening dat sloop van het complex de enige optie is voor het realiseren van 43 nieuwbouwoningen.

Het is jammer te moeten constateren dat projectontwikkelaar Nijhuis zich bewust onttrekt aan een inspanning om onderdelen van het BATO-terrein te behouden en uitsluitend de focus heeft op het realiseren van 43 woningen. Het zou van durf en cultureel bewustzijn getuigen wanneer projectontwikkelaar Nijhuis de uitdaging zou aangaan om in samenspraak met de gemeente Enschede en erfgoedorganisaties een alles omvattend plan te maken waarbij rekening wordt gehouden met de geschiedenis van Enschede.

Redactie Nieuwsbrief SCEE november 2019

Het BATO complex omstreeks 1950

BATO complex anno 2018

Nieuwsbrief december 2018 Stichting Cultureel Erfgoed Enschede

Maandag 10 december 2018

Lezersbrief van Jan Astrego in TC-Tubantia 12 december 2018

Op 9 januari 2019 heeft de Historische Sociëteit Enschede Lonneker de Erfgoedvereniging Heemschut en de stichting Cuypersgenootschap in een schrijven aan het College van B&W en de gemeenteraad van Enschede haar bezwaren geuit tegen de sloop van de voormalige BATO gebouwen aan de Perikweg. Daarnaast maken de erfgoedorganisaties bezwaar tegen de voorgenomen stedenbouwkundige invulling van het BATO terrein.
Klik:Schrijven erfgoedorganisaties aan B&W