BATO terrein Javastraat.

with Geen reacties

Het BATO GEBOUW op de hoek van de Javastraat en de Perikweg

Het cultuurhistorische onderzoek van ontwikkelaar Nijhuis voor het  BATO terrein aan de Perikweg roept voor de politieke partijen Enschede Anders en het CDA nog wel de nodige vraagtekens op. Een aantal erfgoed organisaties pleitte voor [gedeeltelijk] behoud van de panden waar tot nu toe de Nationale Reisopera was gevestigd. De cultuurhistorische waarde van de panden was voor Het Oversticht voldoende reden om B&W te adviseren een deel van de bebouwing te handhaven. Zowel het CDA en Enschede Anders zijn van mening dat de bouw van 43 nieuwbouwwoningen op een historisch verantwoorde wijze moeten worden ingepast op het BATO terrein mogelijk met gedeeltelijk behoud van de voormalige BATO fabriek, Volgens raadslid Margriet Visser [EA] is er op dit moment te weinig draagvlak voor de plannen die B&W voorstelt.
Samenvatting van de second opinion waardestelling & transformatieruimte van het BATO complex in Enschede.
Auteur: Het Oversticht  september 2018.
Opdrachtgever : Gemeente Enschede.
De voormalige BATO fabriek is gesitueerd aan de Perikweg 97 in Enschede in het huidige stadsdeel Perik. Het terrein wordt omgeven door de Perikweg in het westen, de noordelijke Javastraat en oostelijke Florestraat. De N.V. BATO liet in 1916 een weverij bouwen op een onbebouwd terrein in een nog vrijwel onbebouwde omgeving ten zuiden van de historische kern van Enschede. De inrichting van het terrein is een compact bebouwde kern met daaromheen nieuwere bouwvolumes en enkele open ruimtes binnen een ommuring.
De oprichter van de fabriek, de Boeren en Arbeiders Textiel Onderneming (BATO), was een N.V. van herenboeren, zoals ze in het bouwhistorische rapport van Breteler worden genoemd.1 Het ging waarschijnlijk om rijke(re) boeren met eigen grond en vermogen. In tegenstelling tot de meeste andere textielfabrieken in Enschede en de regio betrof het hier dus geen initiatief van gevestigde textielfamilies.
BATO begon in 1916 als weverij, tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), die had grote gevolgen voor de textielindustrie. Het betekende een stop op de bloeiperiode die aan het einde van de negentiende eeuw was ingezet. Door de oorlog stagneerde de aanvoer van grondstof waardoor de productie aanzienlijk terugliep. In de tweede helft van de jaren twintig werd de textielindustrie getroffen door de crisis en volgde opnieuw een grimmige tijd.2 Het verlagen van de lonen en inkrimpen van het aantal arbeidsplaatsen leidden in de jaren ‘20 en ‘30 regelmatig tot stakingen en conflicten tussen de fabrikanten en de arbeiders. Misschien dat bij de BATO de verhoudingen anders lagen, maar daarover hebben we binnen het bestek van dit onderzoek geen informatie over gevonden. Wel is bekend dat ook hier in 1926 stakingen plaatsvond.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de hele productie door gebrek stil te liggen. Na een korte opbloei van de textielindustrie net na de oorlog, zakte de markt weer in. De industrie verloor door de Indonesische onafhankelijkheid een groot deel van haar afzetmarkt. Ook kon de Europese industrie de concurrentie met de lagelonenlanden nauwelijks aan. Daarnaast nam onder de Twentse bevolking de aversie toe tegen het werken in de textielindustrie. Dit leidde in de jaren ‘50 en ‘60 tot een personeelstekort, dat gecompenseerd werd met het aantrekken van geschoolde buitenlandse werknemers.4 In een tijdsbestek van enkele decennia moest de een na de andere fabriek sluiten. Omdat Twente in de voorgaande eeuw zo afhankelijk was geworden van de textielindustrie had dit desastreuze gevolgen; fabrieksarbeiders werden werkloos en steden moesten opnieuw worden ingericht. In 1957 ging de BATO als een van de eerste bankroet.
Herbestemming liet echter niet lang op zich wachten. Het complex is daarna ruim zestig jaar in gebruik geweest bij Opera Forum Filharmonisch Orkest, later de Nederlandse reisopera, dat in 1960 haar intrek in het complex nam. In 1993 werd Forum Filharmonisch opgevolgd door de Nationale Reisopera, dat sinds 2014 de Nederlandse Reisopera heet.
In 1963 trok ook de afdeling Elektriciteitsbedrijf van de Dienstgebouw Openbare Nutsbedrijven in de BATO. Ook de Dienst Plantsoenen en Begraafplaatsen kreeg er onderdak. Vanaf de jaren 80 is het hele complex door de Nationale Reisopera in gebruik geweest.
Deze vroege herbestemming heeft gezorgd voor het behoud van het complex. Waar andere textielfabriekscomplexen later hun functie verloren hadden de, vaak veel grotere hoeveelheid, vierkante meters bedrijfsruimte te kampen hadden met leegstand en verval. Veel van deze gebouwen zijn gesloopt ten behoeve van nieuwbouw en waarmee tevens het pijnlijke associatie van neergang en werkeloosheid uit het straatbeeld werd geweerd. Pas later keerde het tij en zijn enkele onderdelen herbestemd.
Het complex is cultuurhistorisch waardevol als een van de weinige voorbeelden van een fabriek opgericht door boeren en arbeiders in de regio en de enige in Enschede. Daarnaast is het complex waardevol ls een van de weinige, vrijwel compleet bewaarde textielfabrieken. Ook heeft het complex waarde als vroeg herbestemd textielfabriekscomplex, waardoor het complex behouden is gebleven.
Gaafheid
Het complex is verschillende malen uitgebreid, verbouwd en aangepast aan de groeiende of gewijzigde bedrijfsvoering. Ook tijdens de nieuwe functie zijn volumes bijgebouwd en zijn er ook weer delen afgebroken. Toch kan het complex gezien worden als een relatief gaaf gegroeid ensemble. Een groot deel van de sheddaken zijn aan de buitenzijde het zicht onttrokken door een platte dekking met golfplaat en witte damwand als een dakrand rondom. Een ander deel van de sheddak is aan de binnenzijde uit het zicht door een verlaagd systeemplafond. De originele constructie is echter nog aanwezig, zij het dat deze op verschillende plekken is aangepast om de extra overkapping te dragen. Het volume uit 1938 met de blinde muur aan de Perikweg heeft vanwege latere aanpassingen van de gevel aan de Javastraat ook enigszins aan gaafheid ingeboet.
Conclusies & aanbevelingen
Conclusie waardering
Veel textielfabrieken in Twente zijn (grotendeels) gesloopt zijn, zo ook in Enschede. Juist ook deze sloopwoede, het willen uitpoetsen van een pijnlijk arbeidsverleden, is kenmerkend voor de ontwikkelingen in de textielsteden vanaf de jaren ‘60 van de twintigste eeuw. Hoewel lange tijd verguisd, neemt het textielverleden een belangrijke plaats in, in de stadgeschiedenis. De BATO heeft deze sloopwoede overleefd.
Onze conclusie is dat de waarden van het gehele complex niet voldoende zijn om in aanmerking te komen als gemeentelijk monument. Het Oversticht onderschrijft de conclusie uit het cultuurhistorische onderzoek van de ontwikkelaar dat de fabrieksgebouwen een introvert karakter hebben, maar is van mening dat dit niet alleen aanleiding biedt om het binnendeel van de nieuwbouw anders vorm te geven, maar ook de woningen aan de rand van het complex. Het contrast tussen de introverte, ommuurde gebouwen van het fabrieksterrein en de omringende bebouwing aan de (radiaal)straten is juist kenmerkend voor het voormalige BATO terrein.
Een hoge waarde kennen wij toe aan
• de betekenis van het complex voor de ontwikkeling van de textielindustrie in Enschede, met name de bijzondere stichting door boeren en arbeiders;
• het compacte volume van bedrijfsmatige gebouwen op een ommuurd terrein;
• het volume aan de Perikweg hoek Javastraat met de gesloten en gebogen rooilijn langs de Perikweg;
• het sheddakenlandschap langs de Floresstraat;
• enkele interieurelementen, voornamelijk de sheddakconstructie.
Aanbevelingen
Gezien de cultuurhistorische waarde, de bijzondere ligging en specifieke ruimtelijke kenmerken van het voormalige BATO complex is het zeker de moeite waard om een deel van de meest waardevolle bouwdelen te behouden of in de nieuwe plannen te verweven.
De volgende aanbevelingen bieden mogelijk inspiratie om bestaande elementen die een cultuurhistorische, stedenbouwkundige en/of architectuurhistorsiche waarde hebben mee te nemen in de toekomstige ontwikkelingen om een zekere continuïteit van BATO in cultuurhistorische zin te behouden.
1- Het voornaamste kenmerk van het complex is de compacte bebouwing op een ommuurd terrein. Dit kenmerk zou afleesbaar kunnen blijven bij een nieuwe ontwikkeling door de bebouwing (met uitzondering van de Perikweg) terug te laten liggen ten opzichte van de erfgrens. De bestaande pleinruimte aan de Perikweg biedt de mogelijkheid om een verblijfsruimte te realiseren en/of het terrein op een representatieve manier te ontsluiten. Door de nieuwe bebouwing aan de rand van het terrein in massa, vorm, stijl en materiaalgebruik te laten afwijken van de bebouwing in de omgeving, zodat afleesbaar blijft dat het hier oorspronkelijk een ander terrein betrof.
2 - Een ander belangrijk aspect van het complex is de oriëntatie van de bebouwing en hoe deze zich naar de omgeving manifesteert in massa, vorm, stijl en materiaalgebruik. Vooral de hallen met sheddaken kenden oorspronkelijk een rechtlijnige structuur met een heldere noord-zuid, oost-west oriëntatie met ruimte tussen bebouwing en de ommuring of erfgrens.
3 - Aan de Floresstraat manifesteert de bebouwing zich op een bijzondere wijze met sheddaken achter een groene omzooming. Het is voor de herkenbaarheid en afleesbaarheid van de voormalige functie van het terrein van belang dat de vorm en/of een deel van de constructie van de sheddaken terugkomen / -komt in de nieuwbouw en dat deze vanaf de Floresstraat waarneembaar zijn.
4- Aan de Perikweg is de uitdaging om het markante gevelbeeld (deels) te behouden of te incorporeren in het ontwerp van de nieuwbouw. Aan de Javastraat is de ommuring van het terrein beeldbepalend. Het in stand houden van (een deel van) de muur draagt bij aan de afleesbaarheid van het complex. Het aan deze zijde individueel oriënteren en ontsluiten van woningen is voor het behoud van dit kenmerkende beeld niet wenselijk. Het terrein kan via deze zijde op een functionele en vanzelfsprekende manier worden ontsloten door gebruik te maken van de bestaande toegangen en openingen in de ommuring.
Genoemde handvatten kunnen de ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorische (belevings)waarde te borgen.

Lees hier het volledige rapport van Het Oversticht. 

 

Gemeenteraad loopt achter de feiten aan bij ontwikkeling van BATO-terrein.

Het cultuurhistorische onderzoek van project ontwikkelaar Nijhuis voor het  BATO-terrein aan de Perikweg roept voor de politieke partijen Enschede Anders en het CDA nog wel de nodige vraagtekens op. Een aantal erfgoed organisaties pleitte voor [gedeeltelijk] behoud van de panden waar tot nu toe de Nationale Reisopera was gevestigd. De cultuurhistorische waarde van de panden was voor Het Oversticht voldoende reden om B&W te adviseren een deel van de bebouwing te handhaven.
Zowel het CDA en Enschede Anders zijn van mening dat de bouw van 43 nieuwbouwwoningen op een historisch verantwoorde wijze moeten worden ingepast op het BATO terrein mogelijk met gedeeltelijk behoud van de voormalige BATO fabriek, Volgens raadslid Margriet Visser [EA] is er op dit moment te weinig draagvlak voor de plannen die B&W voorstelt.
Wij hebben Jeroen Altena als projectmanager van Nijhuis Bouw in Rijssen gevraagd wat de visie van Nijhuis Bouw is ten aanzien van gedeeltelijk behoud van het voormalig fabriekscomplex BATO. Volgens de heer Altena is er geen sprake van een beschermde status van het complex en betreft het hier ook geen monument. Tot op dit moment zijn wij, aldus de heer Altena, dan ook niet voornemens om onderdelen van het complex te behouden of te integreren in het woningplan. Onze eigen cultuur historische bevindingen over het BATO-complex zullen als bijlage voor de wijziging bestemmingsplan worden aangereikt. Vooralsnog blijven wij van mening dat sloop van het complex de enige optie is voor het realiseren van 43 nieuwbouwoningen.

Het is jammer te moeten constateren dat projectontwikkelaar Nijhuis zich bewust onttrekt aan een inspanning om onderdelen van het BATO-terrein te behouden en uitsluitend de focus heeft op het realiseren van 43 woningen. Het zou van durf en cultureel bewustzijn getuigen wanneer projectontwikkelaar Nijhuis de uitdaging zou aangaan om in samenspraak met de gemeente Enschede en erfgoedorganisaties een alles omvattend plan te maken waarbij rekening wordt gehouden met de geschiedenis van Enschede.

Redactie Nieuwsbrief SCEE november 2019

Het BATO complex omstreeks 1950

BATO complex anno 2018

Nieuwsbrief december 2018 Stichting Cultureel Erfgoed Enschede

Maandag 10 december 2018

Lezersbrief van Jan Astrego in TC-Tubantia 12 december 2018

Op 9 januari 2019 heeft de Historische Sociëteit Enschede Lonneker de Erfgoedvereniging Heemschut en de stichting Cuypersgenootschap in een schrijven aan het College van B&W en de gemeenteraad van Enschede haar bezwaren geuit tegen de sloop van de voormalige BATO gebouwen aan de Perikweg. Daarnaast maken de erfgoedorganisaties bezwaar tegen de voorgenomen stedenbouwkundige invulling van het BATO terrein.
Klik:  https://cultureelerfgoedenschede.nl/wordpressnew/wp-content/uploads/2018/10/uitgangspunt-herontwikkeling-BATOterrein-compact-1.pdf

Alternatief schetsplan over de invulling van het BATO terrein.

Sloop van het BATO terrein krijgt nog een staartje.
Door de samenwerkende erfgoedverenigingen Historische Sociëteit Enschede-Lonneker, Het Cuypergenootschap en Erfgoedvereniging Heemschut zijn naar de NRO (Nationale Reisopera), eigenaar van het BATO complex, en de Gemeente Enschede brieven gestuurd, waarin zij de NRO en de gemeente Enschede verantwoordelijk stellen voor een ongefundeerde sloop van het pand van de voormalige Boeren Arbeiders Textiel Onderneming (BATO)
Lees HIER het schrijven van de erfgoedorganisaties aan B&W en de gemeenteraad van Enschede.

Ingekomen schrijven van verontruste buurtbewoners van het BATO terrein.
Enschede 20 februari 2019.

Als buurtbewoners van het BATO-terrein maken we ons al enige tijd ernstig zorgen over de voorgenomen ontwikkelingen van het bestemmingsplan Operahof.
Aanleiding van dit burgerinitiatief was een artikel in dagblad TC-Tubantia van 20 januari jl. over een nieuwbouwplan op het BATO-terrein.  Inmiddels is gestart met een inspraak procedure voor het bestemmingsplan Operahof. Het artikel in TC -Tubantia nodigde ons uit op zoek te gaan naar informatie over de nieuwbouwplannen.
Na bestudering van het bestemmingsplan waren wij als buurtbewoners nogal geschrokken over het type huizen en de indeling van het terrein. Na overleg met buurtbewoners hebben wij een alternatief schetsplan gemaakt en zijn we een onderbouwing gaan schrijven en is spreektijd aangevraagd in de Stadsdeelcommissie centrum tijdens de vergadering op 29 januari jl.

Op 8 februari jl. is onze eerste versie ‘BATO-terrein een nieuw perspectief’ verstuurd naar buurtgenoten met de vraag om het door te sturen en hierop te reageren. Er kwamen hierop veel reacties binnen en hebben met die aanvullingen, wijzigingen en opmerkingen een tweede versie gemaakt.
Deze voorlopig definitieve versie is op 12 februari naar de Griffie van de gemeente Enschede verstuurd als officieel document en reactie op de 'Zienswijze op het ter visie liggende bestemmingsplan Perikweg 97 te Enschede’.
Op 15 februari jl. is er overleg geweest met de heer J. Altena van het projectbureau Nijhuis Bouwbedrijf. Dit gesprek verliep prettig en resulteerde in het opsturen van 'BATO-terrein een nieuw perspectief’.
Op 21 februari gaan we op het stadskantoor ons plan toelichten daarbij is de projectleider van het projectbureau Nijhuis, van de gemeente de jurist bestemmingsplan S. van Beek en projectmanager P. De Rozario aanwezig.
Wij hopen u in de volgende nieuwbrief positieve resultaten te kunnen melden.

Met vriendelijke groet
Namens de buurtbewoners van het BATO-terrein.
Jeannette Hoogenboom

11 maart 2019.
Op 11 maart 2019 hebben de drie erfgoedorganisaties, Historische Sociëteit Enschede Lonneker, de erfgoed vereniging Heemschut en de stichting Cuypersgenootschap, aan de raad van de gemeente Enschede een zienswijze ingediend tegen het bestemmingsplan Perikweg 97,
In de zienswijze komt onder andere naar voren dat de cultuurhistorische waarde van het BATO terrein door de gemeente Enschede onvoldoende is onderzocht. Eveneens wordt aangevoerd dat de adviezen van Het Oversticht omtrent de cultuurhistorische waarde van het BATO terrein terzijde zijn geschoven. Misschien nog belangrijker is het feit dat B&W toezeggingen hebben gedaan aan de eigenaar van het BAT complex en de projectontwikkelaar nog voordat het bestemmingsplan door de gemeenteraad is goedgekeurd.
Opmerkelijk is eveneens dat zowel de Monumentencommissie, noch de Commissie Cultuurhistorie om advies gevraagd is dat tegen het beleid en de procedures van de gemeente Enschede.
Onderstaand treft u de volledige tekst van de zienswijze.
Enschede 11 maart 2019

Aan de Raad van de Gemeente Enschede, Postbus 20, 7500AA Enschede

Geachte Raad,

De erfgoed organisaties Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker, de Stichting Cuypersgenootschap en de Erfgoedvereniging Heemschut dienen hierbij een zienswijze in tegen het bestemmingsplan Perikweg 97 te Enschede.

Onze zienswijze is gebaseerd op de brieven die door ons gemeenschappelijk zijn verzonden d.d. 15 juni 2018 en 9 januari 2019, en een gespreksverslag d.d. 28-08-2018, die allen als bijlagen bij deze brief zijn gevoegd. In onderstaande brief is sprake van het BATO-gebouw, het BATO-terrein, de NRO-locatie en Perikweg 97. Het is goed om hier te vermelden dat dit verschillende benamingen zijn voor hetzelfde terrein, dat waar nu het bestemmingsplan Perikweg 97 in procedure is. Wij concluderen aan de hand van deze correspondentie het volgende:

1. De cultuurhistorische waarde van het BATO complex is vooraf onvoldoende onderzocht. De gemeente zelf heeft, in strijd met haar eigen uitgangspunten en beleid, geen enkel onderzoek uitgevoerd. Niet in archieven, niet op locatie en heeft geen deskundige organisaties of personen gevraagd om de waarden van het complex te beoordelen. Terwijl daar op basis van het vigerende bestemmingsplan alle reden toe was. In november 2018 is een cultuurhistorische onderbouwing toegevoegd. Dat onderzoek is gedaan nadat er bezwaren tegen de sloop van de BATO en het herbouwplan is ingediend. Duidelijk is dat deze onderbouwing reageert op de argumenten van de bezwaarmakers. Zij redeneren vanuit het plan van de ontwikkelaar dat er dan al ligt en adviseren vanuit dat perspectief dat het bestemmingsplan goed is. Bijzonder is dat op de zeer degelijke en goed onderbouwde argumentatie in de second opinion van het Oversticht niet inhoudelijk wordt gereageerd en dat geen enkel element daaruit wordt overgenomen. Opmerkelijk is verder nog dat in deze cultuurhistorische onderbouwing een aantal elementen wordt genoemd waarmee het plan van de ontwikkelaar recht doet aan historische waarden, zoals tuinmuurtjes op de plek van voormalige fabrieksmuur, het
introverte karakter door middel van kleurstelling in de architectuur (onduidelijk blijft hoe dat kan) en woningen met een schuine dakvorm om het karakter van de shedkappen te bewaren aan de Floresstraat kant. In een voorafgaand overleg tussen de erfgoedorganisaties en Nijhuis Bouw zijn deze aanpassingen ook voorgelegd door Nijhuis bouw. In dat overleg is de conclusie getrokken dat deze aanpassingen minimaal zijn, op de verkeerde plekken worden toegepast (aan de Javastraat en niet aan de Perikweg) en de haalbaarheid twijfelachtig is. Nijhuis bouw had volledig begrip voor dit standpunt. Maar gaf gelijk aan in deze fase niet meer aanpassingen te willen doen. Zij verwezen daarbij uitdrukkelijk naar de randvoorwaarden voor de herontwikkeling die de gemeente heeft meegegeven. Daarin stond op geen enkele manier iets vermeld over behoud van welk erfgoed of historisch element dan ook. Deze zeer beperkte aanpassingen zijn vervolgens de input geweest voor de cultuurhistorische onderbouwing van Mikis Maathuis. Nut en noodzaak van de analyse van bureau Maathuis zijn voor ons onduidelijk. De gemeente heeft een cultuurhistorisch rapport laten opstellen door het Oversticht. Een uitermate deskundig bureau waarbinnen alle benodigde kennis en disciplines aanwezig zijn, en die zich grondig hebben verdiept in de lokale situatie. Historisch en stedenbouwkundig. Dat rapport is bijgevoegd bij het bestemmingsplan, maar met de inhoud en de conclusies wordt niks gedaan. Op het allerlaatste moment is een onderbouwing gevraagd van het bureau Mikis Maathuis. Een eenmansbureau zonder specifieke kennis of deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, zonder kennis van de lokale situatie. Binnen een paar dagen concluderen zij, dat de plannen van Nijhuis Bouw goed zijn, zonder enige vorm van documentatie of inhoudelijke onderbouwing. En toch gebruikt de gemeente dat rapport verder bij het bestemmingsplan.

Reeds in mei 2017 hebben wij een oriënterend bezoek gebracht aan het complex. Het bezoek is formeel bij de directie van de NRO aangevraagd en heeft onder begeleiding van een deskundige medewerker van de NRO plaats gevonden. De projectleider van de gemeente is eveneens uitgenodigd maar heeft zich afgemeld. Het is belangrijk, omdat het aangeeft, dat wij ons al in een vroegtijdig stadium in het complex verdiept hebben. Dit in tegenstelling tot de gemeente. Zij waren niet geïnteresseerd. De sloop stond al immers vast!

Als doormiddel van de brief van onze brief van 6 juni 2018 een helder signaal wordt afgegeven over de cultuur-historische waarde van het gebied en de omissies in het bestemmingsplan realiseert de gemeente zich dat hier sprake is van een zeer ernstige tekortkoming die tot grote problemen in de verdere planvorming kan leiden. Het gereedliggende ontwerpbestemmingsplan wordt teruggetrokken. Er wordt heel snel opdracht gegeven aan het Oversticht voor het maken van een second opinion. In het overleg tussen gemeente en erfgoedorganisaties daaraan voorafgaand wordt ons al meegedeeld dat de uitkomst van het onderzoek geen gevolgen kan hebben voor het plan Operahof, omdat dat al is overeengekomen. En in een nieuw overleg tussen NRO, gemeente en Nijhuis Bouw wordt dat bevestigd. Dat is later in het traject meerdere keren bestuurlijk en ambtelijk herhaald, ook in de raadscommissie. Brief college d.d. 22 juli 2018. Formeel kan dat niet juist zijn. Het college mag dan een principe-afspraak hebben met een eigenaar, de formele bestemming staat op dat moment geen woningbouw toe. Dat wijzigen is een bevoegdheid van de gemeenteraad. En kan door het college niet formeel worden toegezegd, zonder dat
het bestemmingsplan door de Raad is vastgesteld. Maar ook de Raad zelf meldt niet dat in haar bevoegdheden wordt getreden.

Genoemde overeenkomst tussen de 3 partijen zonder akkoord van de gemeenteraad is ook de enige sluitende verklaring voor het vervolg. De second opinion van het Oversticht komt goed gedocumenteerd en degelijk onderbouwd tot de conclusie dat de cultuur-historische waarde van het gebied heel hoog is, en dat (grote) delen van de bebouwing gehandhaafd moeten worden en moeten worden meegenomen in een plan voor herontwikkeling. Tegelijk formuleert het Oversticht op basis van haar onderzoek een aantal harde uitgangspunten voor de herontwikkeling. Het plan Operahof voldoet aan geen van deze elementen. Toch schrijft de gemeente het bestemmingsplan Perikweg 97 vervolgens volledig en onverkort op het plan Operahof en worden alle adviezen en aanbevelingen uit het advies van het Oversticht terzijde gelegd.

2. De Cultuurhistorische waardenkaart en het vigerend bestemmingsplan Getfert-PerikHogeland-Noord geven aan, dat een zorgvuldige afweging bij de planvorming noodzakelijk is. Het gebied heeft namelijk een hoge attentiewaarde meegekregen. Dat betekent volgens de omschrijving van de gemeente zelf dat de overheid verplicht is om zorgvuldig en weloverwogen met planvorming in dit gebied om te gaan. Zorgvuldig naar de historie, naar de stedenbouw en naar de architectuur. Met oog voor de historische context van de zeer waardevolle stedelijke omgeving waarbinnen dit plan wordt gerealiseerd. Aan de stedenbouwkundige opzet en de architectonische vormgeving is duidelijk zichtbaar, dat hieraan op geen enkele wijze invulling aan is gegeven, zoals wij in onze brief van 9 januari 2019 uitvoerig onderbouwen. De toelichting van het bestemmingsplan laat zien, dat de argumentatie er later op is toegeschreven. Er is immers geen onderzoek naar de omgeving van de locatie geweest. Er is uitsluitend toegeschreven naar het plan Operahof. En bij het opstellen van dat plan is ook geen van deze waarden of uitgangspunten meegenomen. Uit ambtelijk overleg is ons gebleken dat er twee randvoorwaarden zijn meegegeven bij de ontwikkeling van het plan door een private partij: duurzaamheid (in de woningbouw) en maximale grondopbrengst. Geen andere. Er zijn door marktpartijen ook plannen ingediend die wel, in ieder geval deels, voldoen aan behoud van de gebouwen en zorgvuldige stedenbouw, maar die zijn op basis van grondopbrengst, en uitsluitend op dat punt, afgewezen.

3. De gemeente Enschede is het traject van de planvorming voor het opstellen van het bestemmingsplan voor de herontwikkeling van het BATO-terrein op meerdere momenten afgeweken van haar eigen beleid en procedures. Zo zijn noch de Monumentencommissie, noch de Commissie Cultuurhistorie om advies gevraagd, terwijl dat voor een plangebied met een hoge attentiewaarde en een belangrijke cultuurhistorische achtergrond toch verplicht is. Ook de stadsbouwmeester hoge beeldregie die bij een dergelijke gevoelige locatie in de Cultuurhistorische beleidskaart genoemd als ‘te koesteren stad’ betrokken zou moeten zijn, heeft geen rol gehad bij het nu voorliggende plan. Allemaal zaken die volgens de eigen gemeentelijke beleidsuitgangspunten wel verplicht in het traject thuishoren. De Raadscommissie is nooit geïnformeerd over de inhoud of de uitgangspunten van het plan Operahof. Wel over de voortgang van de verhuizing van de NRO naar de Performance Factory. Maar dat is in het kader van de gebiedsontwikkeling niet relevant.

Met de buurt of de omwonenden is in het gehele voortraject geen overleg geweest. Op het moment dat B&W, de NRO en Nijhuis Bouw het eens waren over het plan Operahof, heeft Nijhuis Bouw de gelegenheid gekregen het promotiemateriaal voor de verkoop van de Operahof (als eerste) aan de buurt te laten zien, en om een toelichting te geven op hoe zij de werkzaamheden gaan uitvoeren. Dezelfde middag stond hun verkoopinformatie op een website. Over uitgangspunten rond cultuurhistorie stedenbouw, ruimtelijke ordening of bestemmingsplan is niet gesproken.

De reacties van betrokkenen uit de directe omgeving zijn zeer divers. De direct aanwonenden zijn blij met het verdwijnen van de muur aan de Perikweg, en lopen vooruit op een mogelijke situatie van leegstand en de negatieve effecten daarvan. Tegelijk is er zorg over de opzet en vormgeving van het nieuwbouwplan. Uit de stukken bij het bestemmingsplan blijkt dat de wijkraad een vergelijkbare reactie heeft gegeven.

Vanuit deze zorgen over het aantasten van een prachtige historische wijk door een serie slecht geplaatste prefab-woningen bedoelt voor een Vinex locatie hebben een aantal buurtbewoners gezamenlijk een alternatief plan gemaakt. Naar ons oordeel sluit dit plan veel beter aan bij de uitgangspunten van het advies van het Oversticht, zit het stedenbouwkundig veel beter in elkaar, met respect voor de omgeving waarbinnen gebouwd gaat worden.

Bovenstaande maakt duidelijk dat het voorliggend ontwerp-bestemmingplan niet volgens de gemeentelijke beleidsregels en procedures tot stand is gekomen, dat relevant en goed onderbouwd materiaal en deskundige adviezen niet zijn verwerkt, dat er geen enkele vorm van participatie van de burgers heeft plaatsgevonden, dat de gemeenteraad op geen enkel moment bij de inhoudelijke ontwikkeling van het gebied is betrokken, en dat het plan strijdig is met de cultuur-historische waarden, relevante stedenbouwkundige uitgangspunten en passende architectuur.

Het bestemmingsplan Perikweg 97 zal in onze visie zodanig moeten worden gewijzigd in de richting van door ons aangedragen uitgangspunten, dat het nu ter visie liggende bestemmingsplan zal moeten worden aangepast. Het zal opnieuw en gewijzigd in procedure worden moeten worden gebracht.

  • Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker
Secretariaat: Gerard Hemelt Suze Groeneweglanden 14
7542 NM Enschede
  • Erfgoedvereniging Heemschut
Nieuwezijds Kolk 28
1012 PV Amsterdam
  • Stichting Cuypersgenootschap
Secretariaat: Leo Dubbelaar
Alferbos 246
2715 TN Zoetermeer.

 

Bijlagen: - Brief herontwikkeling BATO-terrein d.d. 15 juni 2018 - Gespreksverslag voortgang BATO/NRO d.d. 28 augustus 2018 - Brief uitgangspunten herontwikkeling d.d. 9 januari 2019

25 april 2019.

B&W niet voornemens om bestemmingsplan Operahof te wijzigen.

 

Burgemeester & Wethouders van Enschede zien geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen in het bestemmingsplan van de Operahof. B&W zal binnenkort aan de gemeenteraad moeten uitleggen waarom de alternatieve plannen ( zienswijzen) niet haalbaar zijn. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over het bestemmingplan.