Ons commentaar.

with Geen reacties

Fabrieksschool Noorderhagen

Ons commentaar
De zonnepanelen zijn tegenwoordig niet meer weg te denken. Belangrijke overweging om over te gaan tot elektriciteitsopwekking via zonnepanelen is de subsidie die huiseigenaars hiervoor ontvangen. Of zonnepanelen wel passen in het straatbeeld daar valt nog een aardige boom over op te zetten. Wij zijn wel van mening dat zonnepanelen niet thuishoren op daken van gemeentelijke of Rijksmonumenten. En feitelijk is dat volgens ons ook niet noodzakelijk omdat er meer dan voldoende alternatieven zijn om tot een duurzaam gebruik komen. Woningbouwcorporatie Ons Huis denkt daar kennelijk anders over. Op het dak van de voormalige fabrieksschool zijn zonnepanelen geplaatst die volgens Ons Huis en de gemeente Enschede nog nauwelijks opvallen.
Of dat daadwerkelijk ook zo is laten wij graag aan uw beoordeling over. Voor woningbouwcorporatie Ons Huis waren er geen alternatieven en is het besluit is volgens ons uitsluitend gebaseerd op subsidie en exploitatiekosten. Uiteraard hebben wij voorafgaand aan de plaatsing van de zonnepanelen onze bezwaren kenbaar gemaakt maar het management van woningbouwcorporatie Ons Huis toonde geen
enkel begrip voor ons standpunt.
De uitstraling van het Rijksmonument is kennelijk ondergeschikt aan een subsidieverstrekking voor zonnepanelen. Bij Rijksmonumenten dient overigens ook de gemeente Enschede [incl. de monumentencommissie] goedkeuring te
verlenen bij wijzigingen aan een Rijksmonument. Na onderzoek was er volgens de gemeente Enschede geen reden om Ons Huis een vergunning te onthouden. “Het valt optisch gezien allemaal nog wel mee” aldus de gemeente Enschede. Wij zijn benieuwd of deze kwalijke trend zich zal voortzetten en er nog meer monumenten willens en wetens optisch worden beschadigd.
Wilt u meer fotomateriaal zien van de zonnepanelen op de voormalige Fabrieksschool?
Klik dan HIER. En laat ons een reactie weten

Sint Josef Basiliek, Oldenzaalsestraat.

Open Monumentendag in Enschede 2017.

SEPTEMBER 2017.

Zoals u bekend is op 9 en 10 september de jaarlijkse nationale Open Monumentendag. Voor inwoners van Enschede de mogelijkheid om een monument te bezoeken en voor monumenteigenaars een kans om het gemeentelijk of Rijksmonument te presenteren.
Dit jaar was het thema “Burgers, boeren en buitenlui” Je zou zeggen een uitgelezen kans om in Enschede goed voor de dag te komen, maar helaas.
Van de ruim 300 monumenten die wij in Enschede tellen waren er slechts 8 monumenten opengesteld. Het waren met name de particuliere monumenten die het lieten afweten. Wat ons betreft een gemiste kans want wij horen vaak dat er vanuit de politiek te weinig aandacht is voor monumenteigenaars. Willen we echter bij de politiek in Enschede meer begrip krijgen en draagvlak creëren voor een politiek beleid dat monumenten krachtig ondersteunt dan zullen monumenteigenaars zichzelf ook moeten profileren naar de Enschedese bevolking. En wat was er mooier dan op 9 en 10 september eens grootschalig uit te pakken en particuliere monumenten open te stellen.
Hoe dan ook de gebouwen die wel waren opengesteld hebben echt hun best gedaan. Er was koffie met gebak en rondleidingen in het gemeentehuis. Er waren lezingen en zang in de Synagoge, Koorzang en een glasexpositie in de st. Josef Basiliek en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Wil Enschede in de toekomst een monumentenstad worden dan vraagt dat een inspanning van iedereen en met name van monumenteigenaars. Monumenten staan volgens ons midden in de samenleving maar moeten wel gezien worden.
Redactie nieuwsbrief.

Functiewijziging van een monument kan catastrofaal uitpakken.

Ons commentaar
 
De laatste jaren zijn er in Enschede nogal wat monumenten die een functiewijziging hebben ondergaan. Zo zijn er voormalige textielfabrieken her ontwikkeld tot bedrijfsverzamelgebouw en voormalige landhuizen en villa’s tot kantoorgebouwen. Het is natuurlijk goed dat her ontwikkeling van een monument  tot gevolg heeft dat een monument kan worden behouden. Maar het kan ook anders uitpakken.
Recent vernamen wij dat de “oudste drinkkeet” van Enschede,  overigens geen gemeentelijk monument en niet vermeld op de Waardenkaart van Enschede , op de nominatie staat te worden gesloopt. Het betreft hier een gebouwtje dat in 1888 gebouwd werd en dienst deed als een ontmoetingsruimte voor textielfabrikanten. Vanaf 1940 was het gebouwtje in het bezit van de familie Jannink van Heek en vervolgens werd de gemeente Enschede eigenaar.  Vanaf 1960 kreeg het gebouwtje van de gemeente Enschede een woonbestemming en is het in de loop van vele jaren verworden tot een weekendhuisje dat in het geheel niet meer herkenbaar is naar het oorspronkelijk ontwerp.
Kennelijk was de door de gemeente Enschede verleende “woonbestemming” het kantelmoment om van het oorspronkelijke ontwerp af te wijken met gevolg dat het nu geen enkele historische betekenis meer vertegenwoordigd en sloop nog het enige alternatief is. Was het destijds niet beter geweest om dit gebouwtje op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen? Tja, achteraf makkelijk praten?
De gemeente Enschede wil ook nu bij de herbestemming van haar eigen vastgoed, de voormalige Ambachtschool, vergaande concessies doen om hier een woonbestemming aan te geven. Voorbeeld hiervan is het voornemen om de twee originele dienstwoningen met de oorspronkelijke Mansarde dakconstructie te slopen.
Langzaam maar zeker wordt er geknaagd aan het oorspronkelijke ontwerp om zoveel als mogelijk de nieuwe bestemming te pleasen. Sinds de bouw van de Ambachtschool in 1922 zijn er verschillende aanpassingen doorgevoerd onder andere in 1950 hierbij kwam de oude kapvorm (mansardekap) niet terug.  De nieuwe kap (een schilkap) en enkele versoberingen in de voorgevel (waaronder het achterwege laten van de gebogen lijst en het opschrift Anno 1922), waren het begin van de historische aftakeling van dit fraaie gebouw. En opnieuw gaat de gemeente Enschede concessies doen waarbij volgende generaties zich zullen afvragen hoe dit geruisloos allemaal mogelijk is geweest.
Redactie Nieuwsbrief Cultureel erfgoed Enschede. [Augustus 2017]

Artikel drs. W. Fhij TC Tubantia 30 augustus 2017

Ons Commentaar.

Waar komen we vandaan?
We leven in een tijd van politieke, economische en sociale onzekerheid. En ook Enschede bevindt zich nog steeds in economisch moeilijke tijden. De inkomens van burgers in Enschede liggen beneden het Nederlandse gemiddelde en de werkloosheid blijft onacceptabel hoog ondanks de beperkte banengroei. Wist u dat Enschede in de jaren dertig vanuit de textielindustrie ruim 20% bijdroeg aan het bruto nationaal product en in die tijd belangrijker was dan nu de Rotterdamse havens? De Enschedese textielindustrie was in omvang de grootste werkgever in Nederland. Na de textiel transitie (dat wil zeggen het volledig wegvallen van deze maakindustrie) heeft Enschede zich in economische zin, zich op dit niveau niet meer opnieuw kunnen uitvinden. Enschede heeft zich organisch ontwikkeld in de dienstensector met als belangrijke instituties de universiteit Twente het HBO en MBO onderwijs. In meer algemene zin zijn het midden en klein bedrijf belangrijke economische dragers geworden.
Maar is Enschede in de [eu]regio en landelijk voldoende onderscheidend? Is Enschede voldoende aantrekkelijk voor investeerders, voor toeristen, voor werkgelegenheid en voldoende bereikbaar? De Twente Index 2015 is nog niet bepaald optimistisch en rangschikt Twente als een middenmoot regio met een beperkte banengroei en een inkomensachterstand. Maar waar komt de nieuwe groei vandaan? Feit is wel dat startups in Enschede een belangrijke banenmotor zijn maar het moet nog maar blijken of deze startende ondernemingen naar de toekomst een echte bijdrage zullen leveren aan de werkgelegenheid en economische groei in Enschede. Maar laten wij ons vooral uitlaten over het cultureel erfgoed van Enschede met alle kansen en bedreigingen. We hebben in Enschede geen identiteit als monumentenstad en dat is niet alleen als jammer aan te merken maar vooral een miskenning van ruim 300 Rijks en gemeentelijke monumenten.
Enschede laat hier volgens ons belangrijke kansen liggen terwijl veel monumenteigenaars zich graag conformeren aan Enschede Monumentenstad. Monumenten kunnen een “Unique selling point” zijn voor onze stad. Amsterdam en veel andere middeleeuwse steden in de Randstad zijn daar een goed voorbeeld van. Zijn we ook hier nog te bescheiden van aard of ontbreekt het ons aan [politieke] daadkracht om initiatieven te nemen die Enschede als Monumentenstad op de kaart kan zetten. Enschede heeft volgens ons nieuw elan nodig om zich zelf opnieuw uit te vinden en ons daarbij bewust te worden van een rijke Enschedese textiel geschiedenis die ons tot op de dag van vandaag veel heeft nagelaten.
Die nalatenschap moeten we niet alleen koesteren en in stand houden maar vooral vermarkten zoals dat tegenwoordig heet. Dat kan overigens alleen wanneer een breed veld van betrokkenen hierin gemotiveerd is en denk daarbij aan de politiek, de monument eigenaars, horeca/hotelondernemers, Enschedese Musea, branche organisaties en zeker niet op de laatste plaats de burgers van Enschede zelf. In Enschede zijn er verschillende bijna onuitputtelijke bronnen beschikbaar over cultureel erfgoed.
Het zou goed zijn deze krachten te bundelen en Enschede te transformeren van voormalige textielstad naar monumentenstad. En het initiatief hiertoe? Wij denken dat het bestuur van Enschede hiervoor de meest aangewezen partij is. En natuurlijk mag van de Enschedese monument eigenaars ook iets worden verwacht. Dat betekent in ieder geval dat deze eigenaars zich lokaal verenigen en duidelijk maken welke rol zij kunnen en willen vervullen in Enschede monumentenstad. Kortom er is werk aan de winkel om het cultureel erfgoed van Enschede een plaats te geven die het verdiend en tot een niet onbelangrijke economische drager van Enschede te maken.
Redactie nieuwsbrief stichting cultureel erfgoed Enschede.

Ons commentaar

Sloop van de voormalige Textievakschool 
Wat heeft 2016 ons gebracht.
Onze waarneming is dat veel Enschedeërs denken dat het cultureel erfgoed in onze stad nog altijd een slagveld van slopen is. U hebt gelijk als het gaat om de zestiger en zeventiger jaren want toen zijn er nogal wat monumentale gebouwen gesloopt. Denk hierbij aan het rijtje villa’s tegenover het oude politiebureau en natuurlijk het politiebureau zelf. Overigens zijn dat ook wel de belangrijkste gebouwen die veel Enschedeërs zijn bijgebleven en beeldvormend zijn voor de gedachte dat bijna alles wat in Enschede een monument is intussen al gesloopt is of binnenkort gesloopt zal worden. Wat ons betreft een Pavlov reactie. Gelukkig, de “erfgoed geest” is allang uit de fles.
Jonge ondernemers kopen de laatste jaren monumentale Rijks en gemeentelijke monumenten en geven deze een zinvolle herbestemming en niet onbelangrijk een vaak noodzakelijke ingrijpende renovatie en onderhoudsbeurt. Voorbeelden te over, wat zou u denken van de voormalige SNS bank aan de M.H. Tromplaan, het Elderinkshuis aan de Klomp of de voormalige fabrieksschool aan de Noorderhagen die wordt omgebouwd tot luxe lofts, of een recent voorbeeld de voormalige Menistenkerk aan de Stadsgravenstraat die een nieuwe toekomst tegemoet gaat.
Allemaal voorbeelden van behoud van het cultureel erfgoed in Enschede op uitsluitend particulier initiatief. We kunnen zelfs nog even doorgaan want wat dacht u van de revival van het industrieel erfgoed in Enschede. De voormalige textielfabriek aan de Lage Bothof die tientallen jaren als zodanig onzichtbaar is geweest wordt momenteel gerenoveerd in de originele staat. Ook het voormalige Polaroid gebouw krijgt de elementen van de voormalige fabriek gedeeltelijk weer terug. En het Janninkcomplex aan de Haaksbergerstraat ondergaat op dit moment een grondige gevelrenovatie.
Maar was het is 2016 dan allemaal rozengeur en maneschijn? Neen, wat ons betreft zijn er ook kritische kanttekening te maken. Denk aan de sloop van de voormalige Textielvakschool aan de Hengelosestraat die door het Oversticht [lees gemeente Enschede] als een waardevol naoorlogs monument was beoordeeld. Onze inspanningen om de schoorsteen alsnog te behouden werden door het ROC, de toenmalige eigenaar, helaas niet gehonoreerd en is volgens ons een gemiste kans. Op een haar naar was de Lonneker molen dit jaar afgebrand maar dankzij kordaat ingrijpen van de buren en de brandweer was de schade beperkt en is de molen inmiddels weer geheel hersteld. Ook de bestuurlijke toekomst van de molen werd na veel geharrewar begin 2016 veilig gesteld.
De herontdekking van de glas in lood ramen in de voormalige Menistenkerk aan de Stadsgravenstraat van de bekende glazenier Willem Bogtman was voor onze stichting een openbaring van lang verborgen cultureel erfgoed. Harry Lindeman, de eigenaar van dit gebouw, heeft ze min of meer per toeval weer ontdekt. Maar de gemeente Enschede heeft zich in 2016 ook van haar goede kant laten zien. De monumentenprijs werd toegekend aan de initiatiefnemers die de voormalige West Indië school ombouwen tot een woonfunctie.
Deze waardering aan ondernemende particulieren heeft een belangrijke spin-off naar nieuwe initiatieven binnen de gemeente. Het is vooral de politiek die nu aan zet is. Particuliere initiatieven voor het behoud van monumenten vraagt om professionele ondersteuning en daar is geld voor nodig. Ook de handhaving ten aanzien van monumenten in Enschede kan volgens ons nog veel beter. En last but not least: Laten we Enschede op de kaart zetten als “Enschede Monumentenstad”. Monumenten in Enschede als culturele, economische en recreatieve dragers is wat Enschede volgens ons niet alleen verdiend maar ook nodig heeft.
De bewustwording en het draagvlak voor het cultureel erfgoed in Enschede neemt toe en dat biedt kansen voor een brede acceptatie. Voor monumenteigenaars, de gemeente Enschede en de verschillende belangenorganisaties voor cultureel erfgoed in Enschede is het tijd geworden om de handen ineen te slaan en plannen te ontwikkelen waarbij Enschede zich met cultureel erfgoed kan onderscheiden binnen de Euregio. Niet alleen bij de Enschedese bevolking maar ook bij onze oosterburen is er een toenemende belangstelling voor de historie en de ook toekomst van onze stad Enschede.
Redactie nieuwsbrief stichting cultureel erfgoed Enschede.

 Ons Commentaar

DETA KERK
Op dit moment loopt er een gerechtelijke procedure tegen de gemeente Enschede omtrent de toekenning van de monument status van 12 na oorlogse gebouwen in Enschede. De vraag voor veel burgers in Enschede is; Waarom krijgen deze gebouwen geen monument status. Er zijn veel deskundigen die daar een oordeel c.q. een advies over geven. In algemene zin zijn er twee criteria die van belang zijn namelijk de architectonische waarde en de cultuur historische waarde ofwel de betekenis van een gebouw. Maar al te vaak hechten wij aan hetgeen we zien en toch minder aan de historische betekenis van een gebouw. Zo zijn er gebouwen die architectonisch zeer interessant zijn maar historisch eigenlijk minder van belang zijn. Datgene wat we zien krijgt vaak een positieve beoordeling maar als we de historische geschiedenis van een gebouw als uitgangspunt zouden nemen dan bestaat de mogelijkheid dat er in Enschede veel meer monumenten bijkomen dan nu het geval is.
De DETA Kerk aan de H.B. Blijdensteinlaan is daar een mooi voorbeeld van want over smaak valt niet te twisten en de architectonische beoordeling en waardering is volgens deskundigen discutabel. Maar de historische betekenis van deze kerk is mogelijk van een hogere prioriteit. De kerk is een weergave van de religieuze geschiedenis van onze samenleving in Enschede waar verschillende generaties de geloofsbelijdenis hebben beleefd. Er is getrouwd, gerouwd, gezongen en gebeden. De DETA kerk is een belangrijke bindende factor geweest binnen de geloofsgemeenschap zoals dat voor veel meer inmiddels gesloten kerken het geval is geweest. De historische betekenis en geschiedenis van een gebouw zou dan ook eigenlijk doorslaggevend moeten zijn bij de beoordeling van de monumentenstatus.
Een ander voorbeeld is het huis waar de schrijver en dichter Willem Wilmink heeft gewoond, de Javastraat 43. Het woonhuis is geen gemeentelijk monument en alleen een klein koperen plaatje herinnerd ons nog aan deze voormalige Enschedese dichter en schrijver die tot op de dag van vandaag in Nederland hoog gewaardeerd wordt. Juist deze plek is van historische betekenis en verdient mede daardoor volgens ons dan ook de status van gemeentelijk “monument”. Sommige monumenten zijn ook bijzonder vanwege hun geschiedenis. Dit geldt bijvoorbeeld voor het monumentale vrijstaand herenhuis, Hengelosestraat 42, dat in 1892 als dokterswoning met aangebouwde praktijk is gebouwd in opdracht van dokter B.J. van Delden en nu in gebruik is bij notarissen Hofsteenge en Wesseling. Vanwege de eclectische bouwstijl met neo-renaissancistische detaillering is het gebouw aangewezen als rijksmonument. Maar bijzonder is ook dat het pand is gebouwd op de fundamenten van een fabriek van de Enschedese Katoenspinnerij. Deze fabriek met de bijnaam ’n Grooten Stoom, werd in 1833 opgericht. De vijf verdiepingen hoge fabriek was de eerste door stoom aangedreven spinnerij in Enschede en in 1835 goed voor een productie van 12.000 spillen, ca. 200.000 kg garen. De fabriek overleefde de stadsbrand in 1862, maar brandde af op 3 oktober 1890. De al aanwezige sprinklerinstallatie kon niet gebruikt worden omdat de stoomketel was gedoofd en de houten vloeren waren doorbrengt met olie.
Bij de bestemming van een monument ofwel aspirant gemeentelijk monument moet de historie terug te vinden zijn en niet alleen de “stenen details”. De geschiedenis van de villa aan de Hengelosestraat gaat nog verder terug in ons textiel verleden. We noemen dat tegenwoordig object en historisch gericht behoud.
Natuurlijk is het lastig om een nieuwe bestemming te vinden voor een kerk uit de vijftiger jaren. Maar het is zeer wenselijk om de historische en architectonische waarden van de DETA Kerk te behouden ondanks het feit dat er mogelijk in de kerk 15 appartementen worden gerealiseerd. Bij de projectontwikkelaar is de gevoelstemperatuur voor het historische pand meestal niet al te hoog. Winstmaximalisatie heeft vaak een hogere prioriteit dan maximaal monumentenbehoud. Onze gemeentelijke overheid heeft hier een belangrijke taak om de ontwikkelingsgerichte bescherming kritisch te volgen en te bewaken. Alles wat onder druk komt te staan wordt vaak vloeibaar en als we in Enschede ons historisch erfgoed echt op een verantwoorde manier willen behouden dan zijn er altijd oplossingen voor te vinden. Waar een wil is, is altijd een monument. Redactie stichting cultureel erfgoed Enschede

TC TUBANTIA 2 JULI 2019 REACTIE OP DE PLANNEN VAN DE MELKHAL.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *