De Bernadettekerk is gesticht door de parochie Onze Lieve van den Allerheiligsten Rozenkrans uit Glanerbrug. De daadwerkelijke bouw van de kerk is in 1934 gerealiseerd .De bouw was ten behoeve van de gelovigen in de wijk Dolphia.
Op 1 augustus 1935 werd de grond inclusief het kerkje en de zielenzorg voor de parochie overgenomen door de Orde van de Kapucijnen. En zo werd er in 1937 het Klooster Dolphia gesticht. Achter tegen de Bernadettekerk bevond zich de kloosterkerk waar de broeders de dienst, die in de kerk werd gehouden, konden volgen. Dit is vrij uniek want beide koren zijn met de rug tegen elkaar gebouwd. Het volgen van de dienst gebeurde via openingen in de gemetselde muur aan de zijde van de Bernadettekerk en openslaande luiken aan de zijde van de achterliggende kloosterkerk.
Lang hebben de broeders in het begin niet kunnen genieten van hun klooster want de tweede wereldoorlog brak uit en in 1943 werd het klooster geconfisqueerd door de Duitse Wehrmacht. Alleen de kerk, de kloosterkerk en het woonhuis bleven voor de broeders beschikbaar. Onder andere de “Grüne Polizei” was hier gevestigd. Ook heeft het klooster dienst gedaan als doorgangspunt voor Russische krijgsgevangenen welke onder in de kelders werden opgesloten. De resten hiervan zijn nog te zien want men had de kelders voorzien van grote stalen deuren en luiken voor de ramen. Tijdens deze verschrikkelijke periode is er ook een man uit Haaksbergen gefusilleerd achter in de tuin van het klooster. Het klooster deed toen ook dienst als lazeret. Na de oorlog heeft het klooster een grote bloei gekend waarbij er tussen de 40 en 60 kloosterlingen verbleven.
Langzaam werd de animo voor het kloosterleven echter steeds minder en zo kwam het dat het klooster werd “opgeheven”. Het klooster is in 1972 verkocht aan de stichting “Het Bruggerbosch”. Deze stichting zag echter af van gebruik. Daarna zijn de ruimtes aan het Conservatorium verhuurd gedurende 10 jaar.
In 1988 kreeg het klooster een nieuwe eigenaar te weten Ingenieursbureau Teelen. Deze nam het gehele complex inclusief de Bernadettekerk over en zo kwam er een einde aan het gebruik waarvoor het gebouw bedoeld was namelijk: klooster.
In 2008 kwam Woningcorporatie De Woonplaats in het bezit van het complex en het klooster werd aangemeld als rijksmonument. Al gauw bleek dat het gebouw in een slechte staat verkeerde en dringend toe was aan groot onderhoud. Inmiddels is de renovatie afgerond en het geheel staat er weer prachtig bij. In de voormalige Bernadettekerk is nu horeca gevestigd.
Auteur H. Padberg beheerder klooster Dolphia ( Koenraadklooster ).

 

 

Voormalig KLOOSTER van de Paters Capucijnen, "Dolphia",
in een aan de Delftse School verwante traditionalistische bouwstijl uit 1937 van de architect M. van Beek (Den Bosch). De hoofdvorm van het gebouw rond een kloosterhof en de toepassing van kloostermoppen en holle en bolle pannen zijn geïnspireerd op de traditionele kloosterbouw. Oorspronkelijk waren in het klooster een seminarie en een noviciaat ondergebracht. De naastgelegen Bernadettekerk (1934) en de kloostertuin rond het gebouw zijn zodanig ingrijpend gewijzigd dat ze voor de bescherming van ondergeschikt belang zijn. Een gedeelte van de hoge kloostermuur langs de Dolphiaweg is bewaard gebleven. Inwendig zijn met name de verdiepingen gemoderniseerd, de begane grond verkeert nog in redelijk originele staat met in de kloostergang kleine muurnissen met tegeltableaus van H. Levigne. Het kloostergebouw, waarin tegenwoordig een opleidingsinstituut en kantoren zijn gevestigd, ligt aan de Gronausestraat tegenover het tuinwijkje Dolphia tussen Enschede en Glanerbrug.
Omschrijving
Het kloostergebouw bestaat uit drie onderkelderde vleugels van twee en drie bouwlagen in een U-vorm rond een kloosterhof die aan de oostzijde wordt afgesloten door een lage kloostergang onder zadeldak. De gevels zijn opgetrokken in gele handgevormde kloostermoppen onder met rode en grijze holle en bolle pannen gedekte overstekende zadel- en lessenaardaken. De opgemetselde aanzetten en toppen van de topgevels zijn afgedekt met natuurstenen dekplaten.
 
De vensters hebben stalen kozijnen met roedenverdeling, de  waterdorpels en aanzetstenen van de strekken zijn uitgevoerd in bruine zandsteen. Onder de bovenlichten van de samengestelde begane grondvensters een doorlopend kalf van bruine zandsteen. Rechts van het midden in de voorgevel (N) aan de Gronausestraat de overluifelde hoofdingang. Een gemetselde bordestrap met natuurstenen dekplaten leidt naar de zware geverniste opgeklampte deur met smeedijzeren hang- en sluitwerk. Het lessenaardak boven de deur wordt ondersteund door houten consoles op kraagstukken van bruine zandsteen.
Boven de ingang een beeld van de Heilige Franciscus. Op de begane grond aan weerszijden van de ingang twee- en drielicht vensters, op de eerste verdieping twaalfruits vensters en op de tweede vierruits vensters. Het uitgebouwde trappehuis tegen de oostgevel wordt gedekt door een zadeldak. Tegen de risalerende topgevel van de westgevel evenwijdig aan de Dolphiaweg een gemetselde buitentrap die leidt naar een deur onder rondboog. De traplichten boven deze ingang zijn eveneens overspannen door een rondboog.
Onder de trap is een kelderingang aangebracht. In de rest van de westgevel zeven vensterassen met twee- en drielicht vensters op de begane grond en vierruits vensters op de verdiepingen. Helemaal rechts in de gevel leidt een gemetselde trap naar een deur onder rondboog.  De zuidgevel bestaat ook uit een licht risalerende topgevel en rechts daarvan een lange gevel met samengestelde vensters op de begane grond en vierruits verdiepingsvensters. Rechts van het midden een ingangspartij met topgevel onder steekkap.
De gevels van de lage kloostergang (O) zijn geleed door steunberen waartussen rondboogvensters met glas-in-loodramen. De kloostergang wordt langs de zuid- en westgevel van de kloosterhof voortgezet in een aanbouw onder lessenaardak. Een opgeklampte deur onder rondboog geeft vanuit  de noordgevel toegang tot de kloosterhof. Over de hele breedte van deze gevel op de verdieping een gemetseld balkon op een gemetseld troggewelf tussen betonnen balken.
Tussen de verdiepingsvensters in het metselwerk een Latijns kruis van bruine zandsteen. Op de zadeldaken verschillende kleine dakkapellen met vierruits vensters.   De gangen, hal en trappehuizen op de begane grond zijn uitgevoerd in schoon metselwerk van deels geglazuurde gele kloostermoppen. Zware rondbogen accentueren de overgangen tussen de verschillende vleugels en de trappehuizen in de hoeken van het gebouw. De vloeren zijn bedekt met Naamse steen en de kloostergang heeft een fraaie houten kapconstructie.
Waardering Voormalig klooster van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang;
- als exponent van de grote bouwexplosie van katholieke gebouwen na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 die in Twente lang doorwerkte vanwege de kenmerkende traditionele kloostertypologie.
- vanwege de traditionalistische robuuste aan de Delftse Schoolverwante baksteenarchitectuur.
- vanwege de uitwendige gaafheid.
- vanwege de gave oorspronkelijke interieuronderdelen op de begane grond
- vanwege de beeldbepalende situering langs de Gronausestraat tussen Enschede en Glanerbrug.
Bron: Monumenten.nl