Tram op weg naar Glanerbrug in het jaar 1920.
De NV Twentsche Electrische Tramweg Maatschappij of TET werd op 2 februari 1904 in Enschede opgericht, met als doel tramwegen tussen Enschede en Almelo en Gronau (D) aan te leggen en te exploiteren. Later exploiteerde de maatschappij tot 1997 busdiensten in Twente in Overijssel.
Van de plannen naar Almelo en Gronau kwam weinig terecht. Uiteindelijk werd alleen de elektrische tramlijn Enschede – Glanerbrug aangelegd. Deze lijn had een spoorwijdte van 1 meter (meterspoor), was 7,5 kilometer lang en werd op 4 juli 1908 geopend.
Het wagenpark was beperkt. Er werden zeven trammotorwagens in dienst gesteld, die gebouwd waren door Pennock in Den Haag. Een jaar later volgden nog twee motorwagens van Allan Rotterdam. Als bijwagens fungeerden vijf rijtuigen, afkomstig van de Haagse paardentram. Twee bijwagens werden in 1915 nieuw geleverd door Nordwaggon te Bremen. Naast het reizigersvervoer was er ook beperkt goederenvervoer. Daarvoor had Pennock in 1908 twee goederenwagens geleverd. Zij konden achter de personentrams worden gekoppeld.
De tramlijn kende aan aantal kruissporen waar de trams elkaar konden passeren. Deze wissels waren gelegen op het Stationsplein (bij het oude Staatsspoorstation Enschede) en in de Marthalaan. Het tracé Station/Volkspark tot en met de Marthalaan behoorde tot de stadsdienst en werd om de tien minuten bediend. De dienst naar Glanerbrug was een halfuursdienst. In het begin werd het Stationsplein nog door alle trams aangedaan, maar als een bijwagen werd getrokken konden de trams de heuvel naar het station met zeer veel moeite bereiken. Daarom werden de sporen door de parkweg gelegd.

                                                                               Restant van een van de kruissporen aan de Marthalaan van de tram Enschede Glanerbrug. [2017]

De verbinding was een uitkomst voor het grensdorp Glanerbrug. In de eerste jaren was er dan ook veel vervoer. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 - en daarmee de sluiting van de grens - daalde het personenvervoer. In 1918 werden nog wel plannen gemaakt voor een tramaansluiting in geheel oostelijk Overijssel. Ook kregen de nieuw aangelegde singels (jaren twintig) in Enschede gescheiden rijbanen, zodat de tram hier in de middenberm zou kunnen rijden. De sporen werden echter nooit gelegd.
Toen in 1928 de rijksweg tussen Enschede en Glanerbrug verbreed moest worden, moest de tramlijn aan de andere kant van de bomenrij worden herlegd. Die klus kon de TET niet betalen. In 1933 trokken de gemeentebesturen van Lonneker en Enschede, als aandeelhouders van de TET, de stekker uit de tramlijn.
Bron: Wikipedia.
Diep verscholen in een eikenbos in Losser nabij de rivier de Dinkel staat deze oude Enschedese tram. Ruim 80 jaar is de tram gebruikt als zomerhuisje. De tram is destijds door de eigenaar voorzien van een golfplaten dak. Het interieur van de tram is nog opvallend in takt en op het dak van de tram bevinden zich nog de stroomgeleiders. In 2015 hebben wij nog een fotoreportage kunnen maken van de tram en in dat zelfde jaar zijn er onderhandelingen gestart met de eigenaar, de gemeente Losser en de gemeente Enschede om de tram weer in de originele staat te herstellen.
Of dat daadwerkelijk gaat lukken is onder andere afhankelijk of de financiële middelen bijeen gebracht kunnen worden voor de aankoop, het vervoer en de restauratie van de tram. Ook de Landelijke Tramweg Stichting toonde veel  belangstelling voor de aankoop van de tram.
Inmiddels is er overeenstemming tussen de eigenaar van de tram, de gemeente Losser en de Landelijke Tramweg Maatschappij. De tram is in 2016 verhuist naar een opslagplaats waar bekeken zal worden op welke wijze deze tramwagen nog kan worden gerestaureerd. Het zal wellicht nog enkele jaren duren voordat de tram weer in zijn oude glorie is hersteld.
Nadat de tram in Enschede werd opgeheven werden de tramwagens verkocht. Op diverse plaatsen in Twente zijn deze tramwagens op het platteland lange tijd gebruikt als onderkomen voor dieren.Het heeft nog lange tijd geduurd voordat alle tramwagens waren verkocht. Dat de trams niet direct een koper vonden, getuigt deze foto. Op een terrein aan de Parkweg stonden deze voertuigen in 1934 nog steeds te koop. Het hoogste bod was  50,= Gulden.

 

 

Het restant van de wagen wordt overgebracht van een terrein van slager Luijerink in Losser naar de oude melkfabriek aan de Ennekerdijk te Borne om te worden gerestaureerd.
Bron: Stadsarchief. Foto ingezonden door Willem Keizers.

 

Op verschillende plaatsen in de Enschedese binnenstad [langs de route van Enschede naar Glanerbrug]  zijn aan gevels van huizen nog de gestileerde haken te vinden waar de hoogspanning kabels aan werden bevestigd.

 
 Wilt u meer informatie over de geschiedenis van de NV Twentse Elektrische Tramweg Maatschappij [TET Download dan het bijgaande document.Tram rijtuigen T.E.T. kopij Nieuwsbrief mei 2016

 

De tram motorwagen 1 is voor restauratie opgeslagen in een loods in Overloon. [november 2017]