De tram bij het station Enschede klaar voor vertrek naar Glanerbrug. [1920]

Motorrijtuig 8 [1909 - 1910].

Deze pagina van de website is een verzameling van historische gebeurtenissen en foto's die betrekking hebben op de T.E.T.     De Twentsche Elektrische Tramweg-maatschappij.
Al in 1884 zocht Johan Daniel de Bock een inspecteur van een brandwaarborg maatschappij contact met het gemeentebestuur van Enschede. De gedachte van de Bock was om de verschillende  textiel fabrieken met elkaar te verbinden ook van Enschede naar Oldenzaal. De gemeenteraad van Enschede was echter niet enthousiast over de plannen en tot realisatie kwam het niet. Er waren vervolgens verschillende initiatiefnemers zelfs voor een verbinding tussen Enschede en Gronau [D] maar ook hier bleef het bij plannen maken.
Maar uiteindelijk besloot de gemeente Enschede op 3 november 1902 de Twentse Elektrische Tramweg-Maatschappij op te richten. Op 22 juli 1903 werd de noodzakelijke Koninklijke goedkeuring verleend.Aangezien de financiële middelen van de T.E.T. beperkt waren  [naar later bleek] vroeg de T.E.T. bij het ministerie van Waterstaat een vergunning aan om de tramlijn op de Rijksweg tussen Enschede en Glanerbrug te mogen aanleggen. Hierdoor werden kosten voor aankoop van grond bespaart en de Minister gaf hiervoor uiteindelijk toestemming. Op 24 april 1907 werd met de aanleg begonnen en op 14 augustus 1907 werd besloten tot aankoop van zeven motorwagens van de firma Pennock uit den Haag. . Vijf gesloten aanhangwagens werden overgenomen van de Haagse Tramweg Maatschappij waar de TET een samenwerkingsverband mee had. De stroom die benodigd was voor de elektrische tram zou door de gemeentelijk energie centrale van Enschede worden geleverd. Tegelijk met deze activiteiten werd een plan ontwikkeld voor de aanbesteding van de remise aan de Bekkumerstraat naast textielfabriek "Tubantia"

Luchtfoto van het remise terrein van de T.E.T. aan de Bekkumerstraat [ nu de Spoordijkstraat]

De eerste Motorwagen werd afgeleverd op 15 mei 1908, waarna direct met proefritten werd gestart. Inmiddels werd de heer P. Marius Nieuwenhuis aangesteld als eerste directeur van de T.E.T. waarna oo de overige medewerkers werden aangesteld zoals, wagenbestuurders, conducteurs, wegwerkers, wagenpoetsers en een klerk. De officiële opening van de tramlijn Enschede - Glanerbrug was op 4 juli 1908.  Naast het reizigersverkeer kende de T.E.T/ ook goederenvervoer.ofschoon het zich hier beperkte tot stukgoederen en bagage van passagiers.Het reizigersverkeer daarentegen was zeker in het begin van het bestaan van de lijn Enschede Glanerbrug een succes. In september 1908 werd de Lindenhof halte geopend met een ruime wachtkamer, restauratie en toilet gelegenheid.
Al snel bleek dat het vervoersaanbod op zondag aanzienlijk was en werd er een 10 minutendienst geïntroduceerd, In november 1908 werd eveneens besloten tot de aanschaf van twee extra motorwagens voor 60 reizigers. In het  eerste jaar werden er 297.813 passagiers vervoerd en de winst bedroeg maar liefst Fl. 11.415,21. Ook de daaropvolgende jaren waren financieel succesvol.

 

 

 

Tram motorwagen1 bij het station Staats Spoor [1917]

In de daarop volgende jaren was de tram van Enschede naar Glanerbrug redelijk succesvol. Het personenvervoer bleef stijgen ondanks het feit dat er in 1913 in Enschede een pokken epidemie was uitgebroken. Gevolg hiervan was wel dat de tram regelmatig moest worden ontsmet.
In 1914 brak de eerste wereldoorlog uit en dat had konsekwenties voor de T.E.T. Zo kwam het plan om de tramlijn eventueel door te trekken naar Gronau niet van de grond ondanks dat het behoorlijk gedetailleerd was uitgewerkt. Wanneer de oorlog in 1918 is beëindigd zijn de onderhandelingen over uitbreiding van de tramlijn naar Gronau niet meer herstart.
In 1914 was er een initiatief om een tramlijn te realiseren tussen Enschede en Hengelo. Zowel Rijks als Provinciale Waterstaat beoordeelden de plannen positief. De plannen om dit te realiseren liepen echter vast op het feit dat de Hengelosestraat slechts zeven meter breed was. Er was te weinig ruimte voor een tramlijn en een noodzakelijke boomkap stuitte op veel burgerlijk verzet. Uiteindelijk heeft dit plan het ook niet gehaald.
Op 24 december 1922 was er een knelpunt in de exploitatie van de tramlijn Enschede Glanerbrug. Vanaf die datum was er een particuliere onderneming die met een autobus het traject Enschede Glanerbrug v.v. ging onderhouden. Ofschoon de T.E.T. direct maatregelen trof om de tram nog aantrekkelijker te maken was er sprake van omzetverlies. Vanuit de directie van de T.E.T. was er een bepaalde minachting voor het busbedrijf. Maar om de concureentiestrijd op voorhand niet te verliezen besloot de T.E.T. ook een busdienst te exploiteren. Op 15 april 1933 werd door de T.E.T. de eerste stadsdienst in gebruik genomen.

De T.E.T. bus die op 15 april 1923 in gebruik werd genomen/

Tram motorwagen 3 in de Langestraat. Op de achtergrond de villa van Blijdenstein.

De textielstakingen in Enschede van oktober 1923 tot juni 1924 waren de oorzaak van een aanzienlijk omzet verlies voor de T.E.T. Daarnaast was er sprake van onregelmatige stroomleveringen waardoor aanzienlijke vertragingen ontstonden De T.E.T. begon haar concurrentiestrijd met de autobus te verliezen. Door de tegenvallende resultaten werd besloten met eenmanswagens te rijden. In de aanhangrijtuigen mochten alleen passagiers plaats nemen die een weekkaart hadden. Het inmiddels noodlijdende trambedrijf kreeg te horen dat de tramlijn op de Rijksweg Enschede Glanerbrug moest worden verplaats in verband met een verbreding van het wegdek. Voor de T.E.T. was dit een te zware financiële opgave. Tot overmaat van ramp had zich intussen ook de economische crises aangediend. De omzet van de T.E.T. was in 1932 gedaald tot Fl. 56.020,00
Op 28 februari 1933 werd motorwagen 9 voor het laatst de remise in gereden . Voor de T.E.T. was het doek definitief gevallen.

Februari 1933 afscheidsfoto directie en medewerkers van de T.E.T. [van links naar rechts] Motorwagen 6. 9. 3.