Doorsnee tekening van het voormalige stationsgebouw aan de Parkweg. Het station was het begin en eindpunt van de Tramlijn van Enschede naar Glanerbrug.

Tekening ter gelegenheid van de opening van de tramlijn Enschede Glanerbrug Met afbeeldingen van de gemeentewapens van Enschede en Lonneker.

Menukaart ter gelegenheid van de feestelijke opening van de Tramlijn Enschede - Glanerbrug. [ 1908 ]

Tram Enschede Glanerbrug bij het eindpunt het klooster in Glanerbrug [ 1911 ]

De Tram bij aankost in Glanerbrug bij het toenmalige klooster vlak voor de grensovergang. [ 1910 ]

Deze tram komt van de Marktstraat richting Brammelerstraat. De foto is gemaakt op het kruispunt de Graaf

Tramwagen nummer 4 en 9 bij de tramwissel aan de Marthalaan [ 1933 ]

De eerste TET autobus en concurrent van de tram. De open deur was er om gemakkelijk te kunnen instappen [ 1922 ] Deze autobus dienst werd de tram uiteindelijk fataal.

Na het opheffen van de tramlijn werden de tramwagons verkocht aan particulieren. Er werden vaak dierverblijven van gemaakt en zomerhuisjes.

Geschiedenis van de Tramlijn in Enschede.
De NV Twentsche Electrische Tramweg Maatschappij of TET werd op 2 februari 1904 in Enschede opgericht, met als doel tramwegen tussen Enschede en Almelo en Gronau (D) aan te leggen en te exploiteren. Later exploiteerde de maatschappij tot 1997 busdiensten in Twente in Overijssel.
Van de plannen naar Almelo en Gronau kwam weinig terecht. Uiteindelijk werd alleen de elektrische tramlijn Enschede – Glanerbrug aangelegd. Deze lijn had een spoorwijdte van 1 meter (meterspoor), was 7,5 kilometer lang en werd op 4 juli 1908 geopend. Het wagenpark was beperkt. Er werden zeven trammotorwagens in dienst gesteld, die gebouwd waren door Pennock in Den Haag. Een jaar later volgden nog twee motorwagens van Allan Rotterdam. Als bijwagens fungeerden vijf rijtuigen, afkomstig van de Haagse paardentram. Twee bijwagens werden in 1915 nieuw geleverd door Nordwaggon te Bremen. Naast het reizigersvervoer was er ook beperkt goederenvervoer. Daarvoor had Pennock in 1908 twee goederenwagens geleverd. Zij konden achter de personentrams worden gekoppeld.
De tramlijn kende aan aantal kruissporen waar de trams elkaar konden passeren. Deze wissels waren gelegen op het Stationsplein (bij het oude Staatsspoorstation Enschede) en in de Marthalaan. Het tracé Station/Volkspark tot en met de Marthalaan behoorde tot de stadsdienst en werd om de tien minuten bediend. De dienst naar Glanerbrug was een halfuursdienst. In het begin werd het Stationsplein nog door alle trams aangedaan, maar als een bijwagen werd getrokken konden de trams de heuvel naar het station met zeer veel moeite bereiken. Daarom werden de sporen door de parkweg gelegd.
De verbinding was een uitkomst voor het grensdorp Glanerbrug. In de eerste jaren was er dan ook veel vervoer. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 - en daarmee de sluiting van de grens - daalde het personenvervoer. In 1918 werden nog wel plannen gemaakt voor een tramaansluiting in geheel oostelijk Overijssel. Ook kregen de nieuw aangelegde singels (jaren twintig) in Enschede gescheiden rijbanen, zodat de tram hier in de middenberm zou kunnen rijden. De sporen werden echter nooit gelegd.
Toen in 1928 de rijksweg tussen Enschede en Glanerbrug verbreed moest worden, moest de tramlijn aan de andere kant van de bomenrij worden herlegd. Die klus kon de TET niet betalen. In 1933 trokken de gemeentebesturen van Lonneker en Enschede, als aandeelhouders van de TET, de stekker uit de tramlijn.
Bron: Wikipedia.

Deze tramwagon is tientallen jaren gebruikt als zomerhuis in Overdinkel. De tramwagon is inmiddels veilig gesteld voor restauratie.

Bij verschillende gebouwen en woonhuizen zijn nog de ophanghaken van de hoogspanningsleidingen te vinden als restant de de tramlijn tussen Enschede en Glanerbrug. Op de foto een huis aan de Espoortstraat. [ 2017]