Stadsorgel van Enschede De Tukker.
Omschrijving Gavioli-concertorgel  "De Tukker".
Van oorsprong blijkt het orgel een groot RUTH cilinderorgel te zijn van rond 1850, hetgeen te zien is aan enkele bewerkte planken (bloemmotieven) in de kast, alsmede de trompetten, trombones en violen die uit die tijd stammen.
Toen in 1892 Anselme Gavioli het aftastsysteem toepaste, geïnspireerd door de jacquards in de textielindustrie, waardoor in plaats van een houten cilinder, kartonnen (met linnen versterkt) boeken van onbeperkte lengte gebruikt konden worden, was dit voor veel orgelbezitters aanleiding om hun orgel te laten ombouwen. De muziekboeken, in harmonikavorm, waarin gaatjes geponst of gekapt zijn, worden in een klavier door toetsen afgetast. De muziekstukken waren nu niet meer aan de omtrek van de houten cilinder gebonden. Het mechaniek (Klavier) is orgineel Gavioli, trompetten en violen Ruth. De firma Gavioli, van oorsprong Italiaanse orgelbouwers, had rond 1890 de hoofdvestiging in Parijs en filialen in Barcelona, Manchester, en Waldkirch.
Het was in Waldkirch dat de jonge heer Bruder (uit een bekend orgelbouwers geslacht) in 1895 het grote Ruth cilinderorgel ombouwde naar het huidige Gavioli boekorgel.
Specifiek aan het orgel zijn de piccolo's en de violen die het mogelijk maakten de zuivere klanken (frans) in de hogere registers te bewerkstelligen, terwijl de zware bassen en trombones het forse (Duitse) volume weer kunnen geven. Met zijn 300 orgelpijpen, verfijnde charme in de hoge registers en een prachtig volume werd dit orgel een der eerste boekorgels, dat op kermissen gebruikt zou worden.
De firma Gavioli voorzag het van een prachtig front met kolommen. Helaas is dit front verloren gegaan en werd een nieuw front gemaakt door de Belgische beeldhouwer A. De Vos en later bijgewerkt door A. v.d. Velde. Het 4 meter brede front dat rijk versierd is met krullen, twee prachtige hanenkoppen, vijf grote beelden en een lachende dame als "boegbeeld". Ook de benaming van de steden Parijs en Waldkirch zijn hiermee verklaard. De twee buitenste orgelbeelden komen uit de Gavioli van de stoomcarousel van Benner en zijn gemaakt door Ferdinando Demetz. De drie middelste beelden zijn van A. de Vos te Genten de ”gekroonde” dame waarschijnlijk van een oud Marenghi-orgel.
In 1895 kocht de heer L.G. Tewe dit orgel. Hij was kermisexploitant met een "stoomcarousel" en plaatste het orgel naast de molen in een grote tent. Rond 1900 kregen de orgels geen naam, doch werd verwezen naar de eigenaren die de orgels in hun kermisattractie lieten spelen. Hiermee is na te gaan wie de vroegere eigenaren van dit orgel waren. Albert Berentsen was de volgende eigenaar die een "Rodelbaan" exploiteerde, die weer werd overgenomen door de gebroeders Hommerson. Tot 1930 speelde het orgel op kermissen, waarna het in verval kwam, niet meer speelde en in 1950 door Marcel van Boxtel te Nijmegen werd gekocht van C. Vermolen. Na een restauratie door Louis van Deventer te Brummen werd het orgel verkocht aan de heer Arens, die het in zijn “Sterrenparade” tent plaatste. In 1960 kwam het orgel in handen van de heer Dirks, exploitant van Lunaparken, die het orgel in 1963 liet restaureren door Henk Mohlman.
Door medewerking van J. Reineman en met advies van Romke De Waard werd in 1965 de gemeente Enschede bereid gevonden een lening aan "Stichting Stadsorgel Enschede" te verstrekken voor aankoop van het Gavioli (kermis) concertorgel. Tot op 30 april 1965 werd het orgel aan de Enschedese bevolking gepresenteerd en kreeg het de naam die bij een "Twentenaar" past, te weten "De Tukker"
Bezetting:
Zang:                Violen 3 x 22 Picollo’s 17 (metaal) en 2 x 17 hout
Tegenzang:    Trompetten 20 baritons 20 cello’s 20 klarinet 3 x 20
Bassen:            contrabassen 8 vioolbassen 8 fluitbassen 8
Accompagn.   Open en gedekte pijpen 3 x 10 Trombones 8
Trommel:       grote en kleine trom
Wilt u meer informatie over het stadsorgel De Tukker? Bezoek dan de website van de stichting Stadsorgel Enschede. KLIK HIER