Het Amelink
De permanente buitenplaatsen waren geconcentreerd rondom de fabriekssteden Enschede en Oldenzaal. In plattelandsgemeenten ontbraken industrie en fabrikantenbuitenplaatsen. Voor het traditionele bleekproces moest de 'fabrikeur' over aangelegde natuurbleken beschikken. Een dergelijk terrein was oorspronkelijk het Amelink. Dit waren terreinen, afgewisseld door sloten, waar de geweven stoffen in banen werden uitgelegd. In de tweede helft van de negentiende eeuw vond het proces van chemisch bleken ingang, waardoor de natuurbleken hun economische functie verloren. De voor- en nabewerkingen maakten nu deel uit van het produktieproces binnen de fabriek. Deze ontwikkeling bevorderde de stichting van niet-industriële buitenplaatsen.
De Blijdensteins legden hun buitenplaatsen ten oosten van de stad aan, terwijl men in het buitenland, in verband met de door de wind aangevoerde rook en stank van de industrie, de voorkeur gaf aan buitenplaatsen ten westen van de stad. Het Amelink vormde het 'stamslot' van de familie Blijdenstein.
De gehechtheid aan het huis komt duidelijk naar voren uit het feit dat de ten noord-oosten van Enschede gelegen buitenplaatsen van generatie op generatie binnen de familie Blijdenstein overgeleverd werden. Van alle fabrikantenfamilies bezaten de Blijdensteins hun landgoed Het Amelink het langst van 1741 tot 1971.
Omstreeks 1922 kreeg De Clercq de opdracht om op het landgoed een nieuw landhuis te bouwen dat in de plaats kwam van het oude huis dat op enige afstand van het nieuw te bouwen heeft gestaan. De architect ontwierp een landhuis met een vrij strenge voorgevel, die door de toepassing van bouwaardewerk enigszins opgefleurd werd. Gezien op de zij- en achtergevels doet het huis klassieker aan en herinnert dan weer aan de landhuizen in de Tudor-stijl. Bij het huis hoort een chauffeurswoning met dubbele garage, een tuinmanswoning en een theekoepeltje met een hoog rieten dak in de trant van de Amsterdamse school.
  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
Het Amelink was 230 jaar het stamhuis van de textielfamilie Blijdenstein uit Enschede. Reeds in 1741 verwierven zij het Amelink voor de uitbreiding van hun textielactiviteiten. In de loop der jaren werd het landhuis met bijbehorend park en bos- en landbouwgronden uitgebreid. Rondom het landgoed lagen de boerderijen, textielbedrijfjes, akkergrond, weilanden, broek- en hooiland, bleekvelden en de beken. Op het hoogtepunt van hun macht werd in 1922 het Amelink en het bijbehorend park aanzienlijk uitgebreid. Er verscheen een prachtig park in Engelse landschapsstijl met doorzichten, glooiingen, rotstuinen, vijvers en tal van exoten.
Het Amelink werd gebouw in de stijl van het neoclassicisme en voorzien van twee verdiepingen en zolder met vele kamers. Op het Amelink vond een groot deel van het gezinsleven van de Blijdensteins plaats, werden familiebijeenkomsten georganiseerd en belangrijke (zakelijke) relaties uitgenodigd, waaronder  Mr. Rudolf Thorbecke (minister-president 1862-1866). Zij genoten van  het glooiende Twentse landschap en hielden zich bezig met ondermeer de jacht en tuinieren. De ontspanning op het landgoed bood tegengewicht tegen de toenemende textielactiviteiten.
In de oorlog werd het landgoed door de Duitsers ingenomen en door de Engelsen bevrijd. Vooral door de vrije val van de textiel moest de familie het Amelink noodgedwongen verkopen in 1971. Het Amelink met het aangrenzende buiten ‘het Bouwhuis’ werd in 1972 verworven door de Stichting Philadelphia en wordt nu gebruikt als kantoorruimte door de Twentse Zorgcentra. Het intensieve familieleven van de Blijdensteins is op deze plek voorbij, maar nog wel voelbaar. In het huidige park zijn nog enkele exoten en bomen aanwezig die begin 19e eeuw zijn aangeplant. Voor de werknemers, bewoners en de inwoners van het zorgcentrum bieden de landgoederen nog steeds een uitstekende plek om te genieten van de rust en de natuur.

 

Op vrijdag 25 augustus 2017 heeft Alan MacMillan uit Schotland een bezoek gebracht aan de villa Amelink. Zijn vader heeft heeft tijdens en na de tweede Wereldoorlog als officier van de Engelse Inlichtingendienst een tijdelijk kantoor gehad in de villa. Voor Alan MacMillan was dit reden om de villa nog eens te bezoeken.
In de onderstaande artikelen kunt u uitgebreid kennis nemen van deze story die zelf 72 jaar na de bevrijding nog altijd heel interessant is.
Op 30 augustus 2017 hebben wij een extra nieuwsbrief uitgebracht waarvan u onderstaand kennis kunt nemen.
EXTRA NIIEUWSBRIEF SCEE. 2017
Lees hier het artikel dat hierover is verschenen in TC Tubantia op 28 augustus 2017

Artikel  TC Tubantia 28 augustus 2017 Alan MacMillan

 

Alan MacMillan