De Israëlitische begraafplaats is gelegen aan de Kneedweg in Enschede en is een Rijksmonument. Bijna onopgemerkt ligt de begraafplaats achter een sobere ijzeren poort voorzien van twee davidsterren.
In 1840 doet de Joodse gemeente pogingen grond te verwerven voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats, omdat aan de Molenstraat geen ruimte meer was. Aan de gemeente Enschede wordt verzocht heidegrond, welke aan de stad door verdeling van deEschmarke zou worden toebedeeld, voor aanleg van een begraafplaats beschikbaar te stellen. De raad van Enschede wijst dit af. Zij meent dit niet te mogen doen voor het stichten van een bijzondere begraafplaats. De grond zal publiekelijk verkocht worden.
 Op verzoek van dhr. Bijkerk van de Israëlitische gemeente wordt bij besluit van Z.M de Koning van 20 februari 1841, door deze een subsidie toegezegd van f 100- voor het stichten van een nieuwe begraafplaats. Deze begraafplaats werd aangelegd aan de Kneedweg. De eerste ter aardebestelling geschiedde hier op 10 september 1841.
De oppervlakte was in eerste instantie 1580 m2 .
Uitbreiding. Burgemeester en Wethouders van Lonneker beschikten op 12 juli 1872 afwijzend op een verzoek tot vergroting van de begraafplaats, daar door uitbreiding de grond, grenzend aan de begraafplaats niet meer bebouwd zal kunnen worden, wat voor de eigenaren nadelig is. In beroep verleenden Gedeputeerde Staten op 6 februari 1873 toestemming.
 Toegevoegd werd 2060 m2. In 1922 ontvangen B&W van Enschede een verzoek om toestemming tot verdere uitbreiding. Dit wordt afgewezen, omdat de begraafplaats in de bebouwde kom is komen te liggen.
Sluiting. In 1928 wordt een nieuwe begraafplaats aan de Noordesmarkerrondweg in gebruik genomen. Bij overdracht door de gemeente van deze gronden is als voorwaarde gesteld dat zo spoedig mogelijk tot sluiting van de begraafplaats aan de Kneedweg zal worden overgegaan. Uitsluitend naaste verwanten van daar begraven mogen nog worden bijgezet.
De begraafplaats wordt periodiek onderhouden door een landelijke vrijwilligersgroep. In juli 2015 hebben ruim 25 vrijwilligers de begraafplaats meerdere dagen letterlijk onder handen genomen. Er zijn bomen gekapt, struiken verwijderd, gras gemaaid en van veel grafstenen zijn de letters en cijfers weer zichtbaar gemaakt. De vrijwilligers komen uit het hele land zo ook mevrouw Oosting die vanuit Velp voor een aantal dagen belangeloos en alles voor eigen rekening meehelpt aam dit project. Volgens mw. Oosting is het leed dat het Joodse volk is aangedaan ook op deze begraafplaats nog steeds zichtbaar.
Uit respect voor deze overledenen haalt zij de kracht om op deze warme dagen dit zware werk uit te voeren. Voor haar is er geen motivatie nodig maar ervaart zij het als een voorrecht dit werk te mogen en kunnen doen.