GEMEENTEHUIS ENSCHEDE

Stichting Cultureel Erfgoed Enschede

Hét kennis en informatieplatform voor gemeentelijke en Rijks monumenten in Enschede.

Zoeken

Bouw nieuwe gemeentehuis

Voormalige gemeentehuis 1925.

Voormalige gemeentehuis Langestraat 1930.

Het stadhuis van Enschede staat aan de Langestraat. In het gebouw is onder andere Het Enschedese Stadsarchief ondergebracht en is het nog steeds de vergaderplaats van B&W, de gemeenteraad en een geliefde trouwlocatie .

Het gebouw is in de jaren 1930 tot en met 1933 gerealiseerd naar ontwerp van architect ir. G. Friedhoff op de locatie waar sinds de 16e eeuw stadhuizen gestaan hebben. Het ontwerp is een goed voorbeeld van de Delftse School en is geïnspireerd door het Stadhuis van Stockholm. Friedhoff had tijdens zijn studie stage gelopen in Stockholm. In 1927 werd gezegd dat het gebouw niet mocht opvallen door weelde. Op 15 september 1930werd door burgemeester Edo Bergsma de eerste steen gelegd en op 5 augustus 1933 is het stadhuis in gebruik genomen door de toenmalige burgermeester J.J.G.E. Rückert .

De plattegrond van het stadhuis bestaat uit een vierkant en een rechthoek. Op de punt die ze met elkaar verbindt staat de toren die ruim 50 meter hoog is. In 1952 zijn zowel het vierkant als de rechthoek uitgebouwd aan Noord- en Oostzijde.

In de Tweede Wereldoorlog is de oostvleugel twee keer beschadigd bij bombardementen door geallieerde vliegtuigen op 10 oktober 1943 en 22 februari 1944.

Voor het stadhuis ligt het kunstwerk 'Het ei van Ko', vernoemd naar de vorm van de binnenstad binnen de middeleeuwse stadsgrachten en naar oud-burgemeester Heiko Wierenga. Daarnaast staat er ook het liefdesbankje van Guusje Beverdam.

Het stadhuis fungeerde in het jaar 2000 als crisiscentrum na de vuurwerkramp in Enschede.

 

Rondleiding door het gemeentehuis van Enschede met architect Harry Abels en Dirk Baalman van het Oversticht.

IR. G Friedhof archiect van het stadhuis in Enschede.

Portret in Brons, 1964, door Gooitzen de Jong, stadsbeeldhouwer.

Gijsbert Friedhof werd in 1892 geboren in Rotterdam. Na de middelbare school studeerde hij aan de Technische Hogeschool in Delft waar hij in 1919 het diploma van bouwkundig ingenieur ontving. Vanf 1929 werkte hij als zelfstandig architect. In 1946 werd Friedhof benoemd tot Rijksbouwmeester en stelde in 1953 de zogenaamde percentage regeling in, waarbij een percentage van de bouwsom van Rijksgebouwen aan beeldende kunst besteed moest worden. Friedhof overleed in 1970.

De glas in loodramen in de burgerzaal zijn ontworpen door de kunstschilder A.J. Grootens uit Bloemendaal. Het middelste raam geeft een impressie van de grote moderne industriestad van Enschede. De twee ramen links en rechts van het midden beelden elk één van de vier elementen uit respectievelijk; water, vuur, lucht en aarde. Het raam uiterst links geeft een beeld van de Twentse huisindustrie. Uiterst rechts de moderne textiel industrie met Edo Bergsma.

Op de trapleuning naar de eerste verdieping, bij de kamer van de gemeentesecretaris staat een bijzonder beeldje in brons van de beeldhouwer F.K. van Hall.

Frits van Hall werd geboren in 1899 op het eiland Java.

De familie Van Hall keerde in 1905 terug naar Nederland. Van Hall studeerde van 1918 tot 1923 beeldhouwkunst bij Jan Bronner aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1923 won hij, kort na zijn afstuderen, de gouden medaille van de Prix de Rome en verbleef in 1924 in Rome.

 

Aansluitend woonde hij met zijn echtgenote, de schilderes Jeanne Brandsma, onder andere in Cagnes-sur-Mer in Frankrijk. In 1929 kwamen zij terug in Nederland en woonden tot 1943 in Sloterdijk. Van Hall was lid van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers en nam in 1941 deel aan de herdenkingstentoonstelling voor de in 1939 overleden beeldhouwer Joseph Mendes da Costa. Aanvang 1942 zegden vele leden hun lidmaatschap van de Kring op en weigerden, na de instelling van de Nederlandsche Kultuurkamer in november 1941, de Ariërverklaring te ondertekenen. Van Hall speelde een actieve rol in het kunstenaarsverzet en werd in 1943 gearresteerd en opgesloten in Kamp Vught.

 

Op 24 mei 1944 werd hij naar het concentratiekamp Dachau gedeporteerd en later naar Auschwitz waar hij een jaar later gefusilleerd werd.

Frits van Hall ontwierp de windwijzer met Saksisch paard op de toren en de bronzen borstwering van het hoofdbalkon, waarop de geschiedenis van Enschede is verbeeld alsmede dit iconische beeld van Sint Bureaucratius, de patroon van de ambtenaar en symbool van zijn eigenschappen.

Op de eerste etage van het gemeentehuis bevindt zich de "Mozaiekzaal". Er worden niet minder dan 250.000 steentjes gebruikt. Het ontwerp van deze mozaiek is van de kunstschilders Molin en Bouhuys uit den Haag die het werk ook gerealiseerd hebben.

Het mozaiek bestaat uit een drieluik. De zijpanelen stellen de vier jaargetijden voor. Het middelpaneel wordt beheerst door de stedenmaagd van Enschede die op haar linkerhand het stadhuis draagt en haar rechterhand opheft tot het zweren van een eed.

De burgermeesterskamer is ontworpen door architect A. Grimmon uit Amsterdam. De betimmering en de meubelen zijn uitgevoerd in massief donkerkleurig tealhout, sober versierd, met wit metaal. De bureaustoel is bekleed met aubusson handnaaldwerk. In de rug van de bureuastoel borduurden Enschedese dames het wapen van de stad.

Het gemeentewapen van Enschede bevindt zich aan de buitenmuur aan de zijde van de langestraat. Het is een ontwerp van de beeldhouwer J. van Lunteren uit den Haag. Het gemeentewapen is uitghakt uit Beucha Graniet, welke steensoort ook op andere plaatsen in het gemeentehuis is verwerkt.

 

Het gemeentewapen is aangebracht bij de ingebruiknemening van het gemeentehuis is 1933.

Het stadswapen van Enschede bestaat officieel beschreven uit een zilveren schild waarop een rood slaghek, bestaande uit drie dwarsbalken met twee kruisbalken, in het midden door twee kruislingsverbonden touwen samengehouwen.

 

Het stadswapen bestaat in deze vorm sinds 1670. Het toenmalige stadsbestuur, zo wil de historie, zou ermee willen aantonen, dat Enschede de "eindscheiding" [vandaar het hek] was tussen Overijssel en het bisdom Munster.

 

Aanleiding daartoe vormde de haat en antipathie die men sedert de eerste Munsterse oorlog [1665-1666] koesterde jegens de bischop van Munster. Daarvoor toonde het wapen van Enschede de beeltenis van de apostel Jacobes, de schutspatroon van de kerk en de parochie van Enschede.

 

Van het begrip "eindscheiding"zou zelfs de naam Enschede zijn afgeleid maar historici verschillen over deze uitleg.

Aan de wand naast de trap in de burgerzaal bevindt zich een wit mahoniehouten ajour bewerkt met Twentse folkloristische motieven zoals een bruid en bruidegom onder de Pinksterboog en een voorstelling van Palmpasen. Het raamwerk is gemaakt door beeldhouer Theo van Reijn uit Haarlem.

Detail van een van de gebrandschilderde ramen in de Burgerzaal met Twentse motieven.

Aan de voorzijde van het gemeentehuis bevindt zich een balkon dat voorzien is van de fraai bronzen handgesmeed sierhekwerk. Deze balkonafscheiding isin 1933 geschonken door de Enschedese bevolking die daarvoor een bedrag van Fl. 16.028,60 bij elkaar bracht. Het ruim 20 meter lange balkonhekwerk is gemaakt door de beeldhouwer Van Hall uit Amsterdam. Het hekwerk verbeeld de geschiedenis van Twente van streek naar de stad Enschede.

Verbeeld zijn; de primiteif levende Tubanters, de kerstening, oorlog en verwoesting, en ten slotte de moderne wereld.

Stichting Cultureel Erfgoed Enschede.

Hét kennis en informatieplatform voor gemeentelijke en Rijks monumenten in Enschede.