LANDGOED DE WEELE BOEKELO

Stichting Cultureel Erfgoed Enschede

Hét kennis en informatieplatform voor gemeentelijke en Rijks monumenten in Enschede.

Zoeken

Landhuis De Weele

De opdrachtgever W.H. van Heek is een telg uit een geslacht van zogenaamde' textielbaronnen'. Aanvankelijk was de familie eigenaar van een textielfabriek met eigen blekerij te Boekelo. Later ontwikkelde zich dit tot een textielveredelingsbedrijf. Voor de beschrijving van dit pand kan de architect zelf aan het woord worden gelaten: 'De opgave was in hoofdzaak twee grote vertrekken en een zeer groote veranda te omringen door enkele bij- en dienstvertrekken; benevens vele slaapkamers op de verdieping. Het plan duidt voldoende aan hoe deze oplossing gevonden werd. De hoofdtrap mondt voor haar onderste gedeelte in een hal, doch is verder afgesloten door een deur, het geluid van boven dempende. Een betimmering met ingebouwde kasten, met banken enz. is langs de wanden van de traphal aangebracht.

De eetkamer is op eenvoudige wijze betimmerd en evenals bij de hal is de houtconstructie der zoldering zichtbaar gebleven. (Cypressenhout voor zoldering en betimmering, eiken voor trappen en vloeren).Uitwendig was bepleistering nodig wegens de slechte afwerking en kleur van de Twentsche steen, en wegens het landelijk aanzien werd een rieten dak gekozen; de kleuren der verven zijn sterk groen en sterk geel. Het geheel is min of meer symmetrisch opgelost.

Uit een interieurfoto blijkt dat het pand in een eenvoudige pseudo-oudhollandse stijl was ingericht. Het pand werd in 1916 verbouwd door middel van een aanbouw aan de achterzijde. In 1924 werd een keukengebouw aangebouwd. In 1952 is de veranda gewijzigd in een serre. De diverse verbouwingen hebben waarschijnlijk plaatsgevonden in verband met een functieverandering richting permanente bewoning.

Bron: NAi.

 

landhuis de Weele is een gemeentelijk monument.

 

Architect Samuel de Clercq 1876-1962

n 1900 studeerde Samuel de Clercq in Delft af als civiel ingenieur. Hij trad in dienst van de datzelfde jaar opgerichte Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM). De maatschappij was gevestigd bij de Haagse oprichters, het ingenieursbureau Beversen en Van Heurn. Onder leiding van chef Werken ir. J.J.L. Bourdrez (1862-1924) tekende De Clercq mee aan de haltes en arbeiderswoningen van de maatschappij, maar ook aan de grote elektriciteitscentrale in Leidschendam en station Scheveningen. Bourdrez en De Clercq ontwierpen daarnaast in 1901 samen een Scheveningse villa.

Eind 1902 vond er een vijandige aandelenovername plaats door de HSM (Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij) en werden ZHESM-oprichters Beversen en Van Heurn aan de kant gezet. De Clercq verloor hierbij zijn baan, maar Bourdrez bleef aan en zou De Clercq later weer inhuren als zelfstandig architect.

In 1903 deed De Clercq als voluntair ervaring op bij architectenbureau Klinkhamer en Ouëndag. In 1904 ging hij samenwerken met Jan Gratama (1877-1947), met wie hij vijf projecten realiseerde: woonhuizen, een school en een gemeentehuis. Dat het duo ambities had bleek wel uit hun deelname aan de prijsvraag voor de bouw van het Vredespaleis in 1905.

Opmerkelijke stijl

Opmerkelijk is de bouwstijl van het ontwerp uit 1905, zowel in de tijd als binnen het oeuvre van De Clercq. Hij was een traditionalist en navolger van Berlage. De omschrijving 'smaakvol, kloek en bescheiden' waarmee zijn werk wel is aangeduid geldt niet voor dit stationsontwerp! Voorbeelden van dergelijk uitbundig orientalisme zijn mij in Nederland eigenlijk niet bekend. In de gevelstructuur is de invloed van de Wiener Secession te ontdekken, zoals die in Den Haag werd beoefend door Johan Mutters Jr. Het geheel doet me ook denken aan vroege bioscooptheaters, al dateert het ontwerp van het beste voorbeeld Tuschinski pas uit 1918.

Misschien was De Clercq achteraf blij dat het ontwerp niet is uitgevoerd of dat zijn naam er niet aan hing. In 1912 beschreef hij namelijk de 'vermicelli-stijl' van de Jugendstil als een wanhopige poging om origineel te zijn. Zijn bouwstijl werd steeds strakker; z'n magnum opus De Centrale Arbeiders Levensverzekerings- en Depositobank (1935) in Den Haag had een bijna kubistische stijl.

Stichting Cultureel Erfgoed Enschede.

Hét kennis en informatieplatform voor gemeentelijke en Rijks monumenten in Enschede.